'Ontvolking bedreigt Duitsland'

Duitsland heeft dringend meer gekwalificeerde immigranten nodig, zegt Reiner Klingholz. Komen die niet, dan verliest het land op zijn economische machtspositie in Europa.

Duitsland, zegt Reiner Klingholz nadenkend, is een demografische pionier. „Ons land zal als eerste in Europa de gevolgen van de vergrijzing keihard gaan voelen. Over veertig jaar zullen we veertien miljoen inwoners minder hebben dan nu. Frankrijk en Engeland zullen groter zijn dan wij. Duitsland is in 2050 bij ongewijzigd beleid z’n leidende economische positie door demografische ontwikkelingen kwijtgeraakt. Daarom moeten we eerlijk zijn: we hebben dringend meer immigranten nodig.”

Dr. Reiner Klingholz is wetenschappelijk directeur van het Berlijnse instituut voor bevolking en ontwikkeling. Hij houdt sinds jaren de demografische trends van de Bondsrepubliek in de gaten. Klingholz (57, twee kinderen) stoort zich mateloos aan de discussie die is aangezwengeld door oud-politicus Thilo Sarrazin, met zijn boek Deutschland schafft sich ab. Daarin schrijft Sarrazin dat de integratie van moslims is mislukt. Het boek heeft een schokgolf teweeggebracht. Bijna iedereen in Duitsland heeft het ineens over immigratie en integratie.

Klingholz vindt dat het debat in Duitsland dreigt te ontsporen. „Politieke correctheid verhindert dat de ene partij nuchter nadenkt over de problemen van immigratie en integratie”, vertelt hij in een gesprek. „De andere partij, die je de stamtafel kunt noemen, staat een verstandige migratiepolitiek in de weg door vooroordelen en halve leugens tot waarheid te verheffen.”

Duitsland heeft op dit moment meer emigranten dan immigranten, zegt Klingholz. „De Turken, onze grootste groep buitenlanders en door Sarrazin verketterd als degenen die Duitsland door hun vele nakomelingen zullen overnemen, verlaten juist massaal het land. Er gaan per jaar tienduizend Turken meer weg dan er komen. De fertiliteit van Turkse vrouwen in Duitsland neemt intussen af. Waar praten we toch over?”

Duitsland heeft ruim tachtig miljoen inwoners. Het gemiddelde kindertal per vrouw is gedaald tot iets onder de 1,4. In 1963 telde de Bondsrepubliek nog 1,35 miljoen nieuwgeborenen; nu zijn het er nog maar 670.000. Al sinds 1972 neemt de Duitse autochtone bevolking volgens Klingholz niet meer toe. Dat er sindsdien geen krimp heeft plaatsgevonden, komt door de massale toestroom van met name Turkse gastarbeiders. „Sinds 2003 helpt immigratie niet meer om de Duitse bevolking op peil te houden en is het aantal inwoners met een miljoen gedaald”, zegt hij. Waarna hij zijn voorspelling herhaalt dat de Bondspubliek, nu nog het grootste land van de Europese Unie, zijn leidende positie „binnen enkele decennia” moet opgeven.

Op de vraag waarom in Duitsland zo weinig kinderen worden geboren, antwoordt Klingholz resoluut: „We hebben historisch een slechtere familiepolitiek dan bijvoorbeeld Frankrijk. Nog tot in de jaren zeventig gold in de Bondsrepubliek het patriarchale model. Alles in de gezinspolitiek draaide om de werkende vader en de thuis verzorgende moeder. Duitsland is in die zin te vergelijken met landen als Spanje en Italië. Die hebben ongeveer dezelfde geboortecijfers. Scandinavische landen, Nederland, Frankrijk en Engeland hebben al veel langer een familiepolitiek en gezinsvoorzieningen die tegemoetkomen aan de eisen van de werkende vrouw. Het gemiddeld kindertal per vrouw bedraagt in deze landen tot ruim twee, beduidend hoger dan in Duitsland.”

Klingholz schetst in nuchtere woorden wat er gebeurt als de politiek de demografische ontwikkeling in Duitsland op haar beloop laat. „De gemiddelde leeftijd zal dan rond 2050 in de richting van de zestig jaar gaan. Hele streken zullen ontvolkt raken. Tussen de 15 en 20 procent van de Duitsers zal ouder zijn dan tachtig. Velen zullen ziek of dement zijn. Er zal een hopeloos tekort zijn aan jonge werknemers en gekwalificeerd personeel, vanouds Duitslands grootste kracht. Op den duur zijn we niet meer in staat om international te concurreren.”

De ontvolking zal Oost-Duitsland het hardst treffen. Daar zijn kinderen nu al schaars. Jonge moeders trekken weg; wie een diploma heeft zoekt liever een baan in München dan in het Oost-Duitse Chemnitz omdat daar nauwelijks werk is. Klingholz schreef onlangs in een essay in weekblad Der Spiegel: „Niemand vraagt zich af wat er van al die prachtig gerenoveerde oude stadjes in het oosten van Duitsland moet worden. Honderden miljarden zijn er in de opbouw van het oosten gepompt – en waarom? Omdat er nu al een deel van leegstaat en morgen nog meer? De migratiepolitiek is schizofreen: geen immigratie, maar ook geen land dat een soort onbewoonde steppe wordt. […] We hebben voor het oosten van Duitsland een regelrechte nederzettingenpolitiek nodig.”

Naar Duitse begrippen zijn dit harde woorden. Maar Klingholz verwijst naar de feiten – „díé zijn hard. Als we nu niet ingrijpen, hebben we dadelijk een reusachtig probleem.” Voor een remedie, zegt hij, „moeten we naar moderne immigratielanden als Canada kijken”. Dat land laat alleen gemotiveerde en gekwalificeerde immigranten toe op basis van een puntensysteem. Waarbij beroep, taalbeheersing, aanwezigheid van familie en de vraag of een nieuwkomer al een aanbod voor werk heeft belangrijke factoren zijn.

Klingholz ziet geen andere oplossing. „We moeten veel slimmer met immigratie omgaan. Duitsland kan niet zonder immigranten. Maar degenen die komen, moeten wel iets kunnen. Die eis is niet nieuw. Der Grosse Kurfürst, hertog Friedrich Wilhelm van Pruisen, hanteerde ongeveer dezelfde criteria als Canada nu toen hij in de zeventiende eeuw de Hugenoten naar Brandenburg haalde. Hij gaf de voorkeur aan vakkrachten, wat de wederzijdse belangen uitstekend heeft gediend.”