Minister is niet op oorlogspad

De nieuwe minister van Sociale Zaken, Henk Kamp, stuurt aan op een sociaal akkoord. Maar pensioenen en ambtenarenlonen vormen een flinke hobbel.

Nee, VVD-minister Henk Kamp is niet op oorlogspad. Tijdens zijn eerste ontmoeting afgelopen week met de Tweede Kamer smolt de vrees bij SP’er Paul Ulenbelt snel weg als zou een ‘neoliberaal’ in het ministerie van Sociale Zaken zijn getrokken die de strijd met ‘de polder’ wil aanbinden. Kamp toonde zich juist welwillend naar de Kamer en de sociale partners. Hij wil de grote sociale vraagstukken samen aanpakken: Nederland vergrijst en het is de kunst een behoorlijke oudedagsvoorziening in stand te houden, zei hij.

,,We willen dat er een constructieve relatie is met de sociale partners’’, hield Kamp de Kamerleden voor. Maar het kabinet heeft ook een financieel probleem. Daar maakte minister Kamp geen geheim van. Van de 18 miljard aan bezuinigingen moet zijn ministerie 2,4 miljard binnenhalen. Het kabinet heeft bovendien een fors bedrag ingeboekt – 790 miljoen – voor een nullijn bij de ambtenaren. Dit valt niet goed bij vakbond Abvakabo FNV, die een looneis stelt van 2 procent.

Met de wens voor een breed sociaal akkoord dat Kamp met de sociale partners wil bereiken - over pensioenen, over loonmatiging (ook bij ambtenaren), over duurzame inzet van oudere werknemers en over verhoging van het aantal werkenden - legt de minister behoedzaam een openingsbod op tafel. Net als de sociale partners vindt ook Kamp dat verhoging van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting moet worden gekoppeld, lichtte hij na afloop van het debat toe. Dat gaat veel verder dan de 66 jaar waarover de coalitie in het regeerakkoord rept. Met koppeling aan de levensverwachting kan zo nodig tot 68 jaar of 70 jaar worden doorgewerkt.

Dat is essentieel voor verbreding van de financiële basis onder het pensioenstelsel. De snel stijgende levensverwachting is, naast de lage rente, een belangrijke oorzaak van de problematische situatie van veel pensioenfondsen, bleek deze week tijdens de hoorzitting in de Kamer over de pensioenen. De ene na de andere pensioendeskundige verklaarde dat de door het kabinet (VVD, CDA) voorgestelde stijging van de pensioenleeftijd naar 66 in 2020 veel te weinig impact heeft.

Aan de nieuwe minister van Sociale Zaken zal het niet liggen. Maar hij voegde er deze week ook aan toe dat het kabinet het pensioenakkoord ,,niet helemaal’’ kan overnemen. Er zitten verschillende haken en ogen aan, zei hij en doelde op het kostbare prijskaartje van een robuustere AOW, die sociale partners willen koppelen aan de verdiende lonen. Dat kost echter 4 miljard, becijfert het Centraal Planbureau.

Voorlopig wil Kamp de ,,broedende kip’’ niet storen. De sociale partners zijn hard bezig met de uitwerking van het pensioenakkoord dat moet leiden tot een nieuw contract. Een ,,feest van verbetering’’ zal dat nieuwe pensioen overigens niet worden, liet Ab Fraterman van werkgeversorganisatie VNO-NCW tijdens de hoorzitting weten. In het verleden is er meer beloofd dan kan worden waargemaakt. Het toekomstig pensioen zal minder riant zijn dan het oude. Voor het nieuwe contract er ligt, moeten nog ,,harde noten’’ worden gekraakt en ,,pijnlijke keuzes’’ worden gemaakt. De situatie is voor pensioenfondsen nog steeds ernstig en het is niet onwaarschijnlijk dat er veel meer fondsen dan enkel een kleine groep van 14 fondsen in zwaar weer komen en eind dit jaar gedwongen zullen zijn te korten.

Minister Kamp hoopt dat eind december, begin januari een nieuwe pensioenregeling op tafel ligt. Dan kunnen onderhandelingen over een breed sociaal akkoord beginnen.