Maxi-mini

De Mini Cooper Countryman is niet mini:

4 meter lang en twee keer zo zwaar als de oerversie.

Wat is-ie groot geworden! Eerst was hij drie meter lang, toen drie meter 72, en nu is hij ruim vier meter. Hij is ook hoger geworden. Dat lage autootje van krap 1 meter 40 verheft zich nu 1 meter 56 boven het woonerf. En zwaarder natuurlijk. Van 596 kilo naar 1.070 kilo en nu staat de naald trillend stil op 1.240 kilo. Ruim twee keer zo zwaar als de oer-mini.

Toch staat er nog steeds Mini op. De eerste Mini, uit 1960, was een ontwerp van de Brits-Griekse ontwerper Alec Issigonis. Een klein autootje dat door Austin en Morris werd gemaakt. De mini was een compromisloze en eenvoudige auto, waarin de passagiers een verbazingwekkende hoeveelheid ruimte hadden. Tot diep in de jaren negentig werd het autootje gemaakt en het verwierf zich een cultstatus. In 2001 kreeg de mini een tweede leven in handen van BMW en vanaf toen werd de naam in hoofdletters geschreven: MINI. Het was een heel andere auto geworden, maar hij leek toch nog op de oermini. Laag, tamelijk vierkant en met de rotsvaste wegligging van een kart.

En nu is er de Mini Countryman. Alsof hij van binnenuit is opgeblazen. Hoger, dikker en langer. Het Mini-rijdend publiek kwam met het klimmen der jaren toch wat moeilijk uit die diepe zetels, en ze wilden ook wel eens wat meenemen. Kinderen, of boodschappen. En om te voorkomen dat hun klanten zouden uitwijken naar een Toyota of een Opel bedacht BMW de Countryman. Eerder al hadden ze de Clubman gelanceerd, een iets verlengde Mini met twee klapdeurtjes aan de achterkant, maar een succes werd dat retromodelletje niet.

Deze Mini is groter en helemaal nieuw. Hij heeft wel iets van een kleine SUV, maar de brutale stijlkenmerken van de gewone Mini heeft hij gehouden: dat aan de achterkant iets doorlopende dakje bijvoorbeeld. Als je hem ergens parkeert is er meestal wel iemand die verrast opkijkt. Die auto ken ik ergens van, zie je hem denken. Maar wat is er met ’m gebeurd?

Turbo

Je klimt er gemakkelijk in, en de stoelen zitten uitstekend. Het blijkt weer dat een hoge zit niet zo gek is. Achterin is het ook riant. Voldoende hoofdruimte, en omdat de achterstoelen te verschuiven zijn is er zelfs sprake van beenruimte. Dat gaat wel ten koste van de toch al niet heel uitgebreide bagagemogelijkheden. De testauto wordt aangedreven door een moderne 1,6 liter benzinemotor, een gezamenlijke ontwikkeling van BMW en PSA. Een betrekkelijk kleine motor die dankzij de turbo nooit kracht te kort komt en een bescheiden verbruik mogelijk maakt. Eén op veertien à vijftien moet in de dagelijkse praktijk haalbaar zijn. De auto is op de snelweg niet erg stil, vooral het geruis van de wind en de banden dringen zich op. Het rijden vergt enige gewenning, de besturing is erg direct, maar na een tijdje ga je dat waarderen.

Wat ook wennen is, dat is het interieur. In de cabine wordt nadrukkelijk geknipoogd naar het mini-publiek. Neem die enorme ronde klok met die verchroomde rand die midden op het dasboard prijkt. Die had je ook in de oer-mini, en daar was hij heel functioneel, want hij vergemakkelijkte de ombouw van een rechts naar een links stuur. De centrale snelheidsmeter kon dan gewoon blijven zitten.

In deze Mini zit die klok nogal opdringerig een stijlelement te wezen. Een echte functie heeft hij niet. Zeker, je kunt er de snelheid op aflezen, maar je moet je oog van de weg halen en zoeken waar dat minuscule naaldje aan de rand van de wijzerplaat zich nu eigenlijk bevindt. Recht voor de bestuurder is de snelheid ook af te lezen, op een digitaal schermpje, en dat werkt veel beter. Op de enorme blauwe wijzerplaat van die centrale klok kun je wel andere dingen zien. Het navigatiesysteem bijvoorbeeld. Maar dat is een optie, en in de bijna 36.000 euro die de testauto moest kosten was dat niet inbegrepen. Nu waren op de blauwe plaat dingen te zien als het gemiddelde brandstofverbruik en de zender waarop de radio staat.

Opeens zie je dat alle hendels en knopjes in deze auto ook rond zijn, de designafdeling heeft er echt een project van gemaakt. Verder valt je oog op een soort rails die tussen de voorstoelen naar achter loopt. Het is de bedoeling dat je daar leuke accessoires op klikt, zoals een iPod of een bekerhouder. Autorijden is fun, en als je dat nog niet wist word je dat hardhandig ingepeperd.

Na een tijdje word je er moe van. Het is een prima auto, daar niet van. Mooi afgewerkt en hij zit degelijk in elkaar. Maar als je niet tot de doelgroep van de hippe veertigplussers behoort zit die geprefabriceerde levensstijl die je er bij krijgt het autogenot behoorlijk in de weg.