'Mag ook naar pand of wc-papier'

Jasper Peterich beheert het Van Beuningen-Peterich Fonds. Geld voor poëzie en beeldende kunst.

Jasper Peterich in zijn huis in Amsterdam. 29 okt 2010. FOTO MAARTEN VAN HAAFF

Jasper Peterich is beheerder van een familiefonds dat in de jaren zestig werd opgericht door zijn oom Peter Paul Peterich (1933-2000), het Van Beuningen Peterich Fonds. Zijn oom, kunstverzamelaar, bepaalde in zijn testament dat hij de Nederlandse letteren – voornamelijk poëzie – en beeldend kunstenaars wilde ondersteunen. Het fonds werkt sinds de jaren zestig nauw samen met Museum Boijmans Van Beuningen. „Tussen 1965 en 1972 kocht mijn oom zo’n 100 tekeningen,” zegt zijn neef. „Die collectie is door de familie in 2004 aan Stichting Museum Boijmans Van Beuningen geschonken. Ook hebben we in naam van mijn oom een nieuw fonds gesticht om tekeningen van hedendaagse kunstenaars te kopen.”

Peterich, voormalig relatiedirecteur bij MeesPierson en nu werkzaam als headhunter voor de charitatieve sector, schenkt ieder jaar een bedrag tussen de 20.000 en 30.000 euro aan de Stichting Museum Boijmans Van Beuningen. Daarnaast geeft de stichting jaarlijks een bedrag rond de 100.000 aan het Prins Bernhard Cultuurfonds, geld dat wordt gebruikt voor poëzie en beeldende kunst. „De stichting bekostigt met een beurs van 160.000 euro ook eenmaal in de vier jaar een promotieplaats in de wiskunde. Daarnaast geven we ook jaarlijks een vast bedrag aan Poetry International en de Poëzie Club.”

Waar een culturele organisatie het geld aan besteedt, is geen zaak van de stichting, meent Peterich. ,,Of dat nou is om de huur van een pand mee te betalen of wc papier te kopen, dat maakt me niet uit.”

Hij noemt het een ‘rare gewoonte’ dat veel gevers wel hun naam willen verbinden aan een specifiek project, zoals de aankoop van een schilderij of het organiseren van een evenement maar liever niet voor de vaste lasten van de organisatie willen opdraaien. „Je wilt toch niet dat de mensen die voor zo’n instelling werken met vieze billen moeten rondlopen, of geen koffie kunnen drinken? Als je als mecenas besluit om geld te geven aan een verantwoordelijke culturele instelling, dan moet je het vertrouwen hebben dat de mensen die daar werken het verstandig uitgeven.”

Rosan Hollak