Jakarta wordt billenknijper-proof

Er waren nooit klachten over losse handen in het Indonesische openbaar vervoer. Tot de jonge vrouw Foni in de bus een hand op haar dijbeen voelde.

Regelmatig wurm ik me in een overvolle bus, waar iedereen druipt van het zweet en je moet zoeken naar een plekje om je vast te houden. En nooit realiseerde ik me hoe risicovol dat was. Want in deze bus, met zijn vrije busbaan een zeldzaam voorbeeld van functionerend openbaar vervoer in Jakarta, schijnen billenknijpers rond te waren.

Een paar maanden geleden verschenen de eerste berichten uitgebreid in het nieuws. Eerst was het de jonge vrouw Foni die opeens een hand op haar dijbeen voelde. Foni sprong op, schold haar belager uit, gaf hem een klap, en de bewakers die op elke bus meerijden voerden hem onmiddellijk af naar het politiebureau.

Hij kwam er vanaf met een waarschuwing. Maar niet voordat deze 32-jarige Anton Susanto op nationale televisie aan de schandpaal was genageld.

Inmiddels zijn er zo’n drie soortgelijke gevallen in het nieuws geweest. Dat lijkt mij te overzien, in een bussysteem dat jaarlijks 80 miljoen mensen vervoert. Maar het was genoeg voor allerlei belangengroepen en experts om het busbedrijf op te roepen onmiddellijk beveiligingscamera’s te installeren, speciale vrouwenbussen te laten rijden of undercover politieagenten in te zetten om de grijpers te ontmaskeren.

Voor die een of twee keer per jaar dat zoiets gebeurt, is het installeren van camera’s wat overdreven, sputterde het busbedrijf nog tegen. Maar onder druk van de publieke verontwaardiging besloot het bedrijf wel speciale vrouwen- en manneningangen te maken. Met als gevolg dat mannen opeens veel langer op de bus moesten wachten en iedereen in de bus zelf alsnog bij elkaar staat. Niemand houdt zich er meer aan.

Ik verbaasde me tot nu toe juist over de ingetogenheid van de Indonesische man. Ook in volle bussen nooit losse handen of verdacht geduw van achteren.

Alleen in een hotel of diep in de nacht een taxi pakken? Nooit een probleem. Op straat nauwelijks gefluit, gesis of geloer. Ik ben natuurlijk westers dus rijk dus enigszins machtig, zoals men dat hier ziet, en dat houdt potentiële belagers op afstand. Maar toch, in andere Aziatische steden is het wel eens anders.

Ik herinner me slechts één keer dat ik me ongemakkelijk heb gevoeld. Ik reed met een chauffeur die ik net kende in het donker over een uitgestorven bosweg in Sumatra, toen hij opeens met zware stem vroeg of hij me een persoonlijke vraag mocht stellen. Okay, nu zullen we het krijgen, dacht ik. Waarop hij vroeg: „Hoe komt het dat westerlingen nooit in spoken geloven?”

Inmiddels heeft het front tegen vrijpostigheden zich verplaatst van de bus naar de trein. Daar zijn net speciale vrouwencoupés geïntroduceerd. Wat een onzin, dacht ik toen ik het hoorde.

Het treinbedrijf had zelfs nog nooit klachten gehad. Bovendien was het opnieuw een maatregel die welgesteldere burgers helpt, die het nauwelijks nodig hebben. Want alleen de treinen vanaf 40 cent per ritje hebben vrouwenwagons. In die van 10 cent staan man en vrouw nog steeds tegen elkaar geplakt.

Maar toen ik de nieuwe coupés laatst ging uitproberen, bleken de vrouwen daar het bijzonder fijn te vinden. Ondanks dat het stampvol was en ze moesten staan. Bovendien, zoals twee vrouwen opmerkten: ondanks dat hier geen galante mannen waren die hun zitplaats wilden afstaan.

Zo vertelde de 35-jarige verpleegster Asti dat ze zich veiliger voelde in de vrouwenwagon. „In gemengde treinen staan mensen zo dicht op elkaar dat mannen soms expres tegen je aan gaan duwen.” Niet dat ze ooit zoiets had meegemaakt, ze had het gehoord. Net als de vrouwen naast haar.

Zij waren nog nooit door mannen lastiggevallen en wilden dat graag zo houden. Toen ik vertelde over eigen ervaringen in Amsterdam, luisterden ze geschokt. Over billenknijpers op de brommer die naar je fietsende billen graaien en dan wegsjeesen. Gebeurt dat daar écht? Nee, dat soort Nederlandse toestanden moeten ze in Jakarta toch niet hebben.