In memoriam mei

Ik, Harry Kurt Victor Mulisch, volle zoon van alle muzen

ik was de gloeiende bode van vuur, komend van niets

was ik op weg naar een brandnieuwe mythe.

Ik was het goudstof en de wind, ik was ibis, piramiden

ik was een ommekeer in inkt, ik was het duizendjarig licht

ik was de pijp, het Leidseplein, ik was een pupil van onsterfelijkheid.

Ik was de kogelvrije vlinder en de kern van alle oorlog

vulkaanzwemmer, godeneter, ik, de keizer van het lot

ik was de heimat, ik was ballingschap: ik was de Paradox.

En hier, binnen in dit eenpersoonsheelal, mijn blauwe labyrint

waar alle vingers doven – langzaam op de tast, hier bleef ik over.

De dood is mijn broekzak: Grote Eén gaat trap na oneindige trap.

Met de tocht in mijn botten en een uitzicht zonder god

zo blijf ik, Harry Mulisch, de ontdekker van uw hemel.

Ik was de brenger van letter en stof. En als u sterft, dan leef ik nog.

Dit gedicht van dichter des Vaderlands Ramsey Nasr wordt vandaag door Kitty Courbois voorgedragen in de Amsterdamse Stadsschouwburg bij de besloten afscheidsceremonie van Harry Mulisch.

Fotoverslag en reportage van de ceremonie en uitvaart:nrcboeken.nl

Ramsey Nasr is dichter des vaderlands