'Ik ben een blinde blogger'

Yoani Sánchez (35) is een veelgelezen blogger die in Cuba haar eigen waarheid plaatst naast de officiële. Volgende maand ontvangt de ‘Held van de vrije meningsuiting’ in Amsterdam een Prince Claus Award. ‘Ik kan niet meer problemen krijgen dan ik al heb.’

In de hal van een galerijflat in Havana hangt een handgeschreven briefje. Het is een oproep van CDR4, het plaatselijke comité ter verdediging van de revolutie, voor een bijeenkomst over een redevoering van ‘Raúl’ – president Raúl Castro, de broer en opvolger van Fidel. Comités als dit zijn in elk Cubaans woonblok te vinden. Een van hun taken is het signaleren van contrarevolutionaire activiteit. Zoals die van blogger Yoani Sánchez, op dertien hoog in deze flat.

Yoani Sánchez (35), een kleine vrouw met lang zwart haar, houdt sinds 2007 een weblog bij: Generatie Y, genoemd naar de beginletter van populaire voornamen in haar generatie, zoals Yanisleidi, Yessica, Yudith en Yuniesky. Het blog, door sympathisanten vertaald in achttien talen, trekt meer dan een miljoen bezoekers per maand.

Het maakte Sánchez wereldberoemd. Het weekblad Time zette haar in 2008 op de lijst van 100 meest invloedrijke personen, in de categorie Helden en pioniers. Vorig jaar prees president Obama haar blog en beantwoordde hij enkele vragen van haar. In september riep het International Press Institute haar uit tot World Press Freedom Hero. Volgende maand wordt ze in Nederland verwacht als winnaar van een Prins Claus Award, al is de kans dat de regering haar laat gaan niet bijzonder groot.

Sánchez noemt zich geen dissident, maar „een Cubaan die zich wil uiten”. Ze begon haar blog als een simpel dagboek, een manier om de frustraties van het dagelijks leven in Havana van zich af te schrijven. Over mobiel bellen bijvoorbeeld, absurd duur voor de meeste Cubanen. Met vrienden sprak ze een code af voor als ze onderweg gebeld werd: ‘drie keer over laten gaan en ophangen, dan ren ik naar een munttelefoon en bel terug’.

Ze scheldt niet op de machthebbers. Ze plaatst haar eigen waarheid naast de officiële. Wel is ze zich door de internationale eerbewijzen meer verantwoordelijk gaan voelen voor de ontwikkelingen in haar land. ‘Ik heb een droom’, twitterde ze onlangs. ‘Te helpen de fundamenten te creëren van een vrije pers in Cuba.’ Eigenlijk heeft ze dat al gedaan. Terwijl de persbureaus het afgelopen weekend berichtten over vrijgelaten Cubaanse dissidenten, deed Sánchez op Twitter verslag van nieuwe arrestaties.

Haar woning ligt op de hoogste verdieping van de galerijflat. Er zijn twee liften,waarvan er één werkt. Op haar voordeur zit een sticker met de tekst: Internet voor iedereen. De eerste keer dat ik onaangekondigd aanbel begroet ze me alsof ze al weken uitziet naar de ontmoeting. Even denk ik aan een misverstand, maar ik ben gewoon de zoveelste buitenlandse journalist die zich zo aandient. Eerst bellen is gevaarlijk omdat haar telefoon wordt afgetapt.

De tweede keer dat ik binnenkom, nu op een afgesproken tijd, dweilt haar moeder nog even gauw de plavuizen. Sánchez schenkt sterke koffie en gekookt water uit de koelkast.

Sinds maart 2008 blokkeert de staat uw blog. Toch houdt u het nog steeds bij. Hoe doet u dat?

„Ik schrijf mijn teksten thuis en mail ze aan vrienden. Zij plaatsen ze op het blog.”

Cuba heeft het laagste aantal internetaansluitingen van Latijns-Amerika, nog minder dan Haïti. Heeft u er een?

„Nee, voor een privéaansluiting is toestemming van de regering nodig. Alleen expats en hoge militairen maken kans.”

Hoe kunt u toch mailen?

„Ik koop een internetkaart en ga naar een hotel met wifi. Met één kaart kan ik in tien dagen een keer of vier verbinding maken. Zo’n kaart is voor ons heel duur, eenderde van een maandsalaris. Ik kan dus niet gaan surfen. Mijn nieuws krijg ik via mails. Die haal ik op in het hotel en lees ze thuis. Ik moet vaak van hotel wisselen en oppassen voor bewakers. Als een Cubaan te vaak komt internetten waarschuwen ze de autoriteiten.”

U twittert ook veel. Hoe gaat dat?

„Ik stuur met mijn mobiele telefoon een sms naar een nummer van Twitter en dan komt het op internet. Ze kunnen niet lezen wat iemand stuurt, het is alleen een doorgeefservice. Tweets van anderen kan ik niet zien. Ik ben een blinde blogger en een twitteraar op de tast.”

De Cubaanse autoriteiten werken Sánchez op alle mogelijke manieren tegen. Vrienden en familie krijgen te horen dat ze niet met haar moeten omgaan. Ze kan niet naar een bioscoop of theater zonder bij de ingang te worden tegengehouden en uitgejouwd door een groep regeringsgezinden. ‘Stillen’ houden haar huis in de gaten.

Twee keer is ze hardhandig opgepakt door veiligheidsagenten. De eerste keer, eind vorig jaar, werd ze meegenomen in een auto en er later weer uitgezet. De tweede keer, kort nadat in februari hongerstaker Zapata in de gevangenis was overleden, zat ze enkele uren in een cel, zonder dat er proces-verbaal werd opgemaakt.

In mei viel haar naam in het officiële debatprogramma Ronde Tafel op de staatstelevisie, meldde ze op haar blog, in combinatie met termen als cyberterrorisme en mediaoorlog. Het was de bevestiging van haar „sociale dood”, maar ze merkte ook dat deze „media-executie” niet meer zo goed werkt als vroeger. Haar buren hadden het programma niet eens gezien. Sommige mensen die het wel hadden gezien staken op straat bemoedigend hun duim naar haar op.

Misschien wel het ergst vindt ze dat ze niet meer naar het buitenland kan reizen. Cubanen mogen hun land niet uit zonder een uitnodiging uit het buitenland en toestemming van de regering. Eind september werd haar verzoek om een vertrekvergunning voor de achtste keer in drie jaar afgewezen. ‘Miljoenen mensen ter wereld kunnen hun land vrijelijk in- en uitgaan’, reageerde ze op Twitter. ‘Geen van hen is Cubaan.’

Is het gevaarlijk voor u met een buitenlandse journalist te praten?

Ze glimlacht gelaten. „Contact met mensen van buitenaf beschermt me op dit moment denk ik meer dan het me in gevaar brengt. Ik kan niet meer problemen krijgen dan ik al heb.”

U zegt dat je Cuba niet moet vergelijken met andere landen, maar met het Cuba dat u als kind werd beloofd. Waarom vindt u dat belangrijk?

„Je kunt Cuba vergelijken met Nederland, en dan word je verdrietig, of met Latijns-Amerikaanse buurlanden, en dan doet Cuba het nog best goed. Het eerlijkst is het Cuba van nu te vergelijken met de stralende toekomst die ons als kind werd beloofd. We zouden leven in een welvarend land met industrie, handel, bloeiende kunst, wetenschappelijke ontdekkingen. We zouden waardig werk hebben, een waardig leven kunnen leiden, een goed salaris verdienen.

„Niemand zei: jouw generatie moet later emigreren om een dak boven het hoofd te hebben. Niemand zei dat we 25 jaar later nog steeds dezelfde regering zouden hebben, met dezelfde boodschappen die niemand meer aanspreken, en geen nieuwe, jonge, capabele leiders. Niemand zei dat we zoveel jaren na de revolutie nog steeds rassendiscriminatie zouden hebben, dat vrouwen nog steeds in een achterstandspositie zouden zitten. Als een vrouw geen Tampax kan kopen is dat discriminatie. Dan moet je je kleren wassen en in die tijd kun je niet werken.

„De realiteit is dat de grote meerderheid van mijn generatie ervan droomt uit dit land te ontsnappen. In het laatste jaar van mijn studie zat ik in een klas van 24 studenten. Drie van ons wonen nog in Cuba.”

Sánchez emigreerde in 2002 zelf ook, naar Zwitserland, maar verdroeg het niet gescheiden te zijn van familie en vrienden. Twee jaar later keerde ze terug.

Wanneer viel het systeem voor u door de mand?

„Op mijn vijftiende was er al een begin van besef. In Berlijn was de muur gevallen. Rusland trok zijn steun aan Cuba in. De economie raakte in een crisis en duizenden Cubanen gingen de straat op. In mijn eigen wijk, Centro Habano, zag ik de troepen op mensen inslaan. Mijn ouders, die jarenlang in allerlei comités hadden gezeten, veranderden razendsnel van trouwe volgelingen in criticasters – binnenskamers.” Haar vader, spoorwegingenieur, raakte zijn baan kwijt en werd fietsenmaker.

„Later zag ik de leugens steeds beter. Cuba is het Latijns-Amerikaanse land met de meeste zelfmoorden, de meeste abortussen, de meeste echtscheidingen en een hoog percentage alcoholisten. Er is wél criminaliteit en geweld, al haalt dat nooit de kolommen van de krant. Er zijn mensen die denken dat het dan ook niet gebeurt. Maar op straat hoor je erover praten.

„De spanning van het weg willen en niet weg kunnen slaat terug op de gezinnen. Huiselijk geweld is een groot probleem. Dat kan ook niet anders in een land waar de huisvesting zo beroerd is. Mensen wonen noodgedwongen met drie, vier generaties in een huis.”

Zij en haar man, de 27 jaar oudere onafhankelijk journalist Reinaldo Escobar, danken hun woonruimte aan een project waar Reinaldo als bouwvakker aan meedeed. De bouwvakkers kregen een woning in de flat die ze zelf hadden gebouwd. „Dat was een goede regeling”, zegt Sánchez. „Maar een die maar kort heeft bestaan.”

Het lichte appartementje heeft geen airco, maar volop wind door open ramen en ventilators. In de verte nadert een tropische storm. Reinaldo, die ook een weblog bijhoudt, kookt in de open keuken een lunch voor hun 13-jarige zoon Teo. Er zijn een dartele hond en een jong katje, die volgens Sánchez een moeder-dochterrelatie onderhouden.

Yoani Sánchez is in Cuba zelf nagenoeg onbekend. Dat kan haast niet anders – haar blog is geblokkeerd en ze heeft geen toegang tot de staatsmedia. Toch wordt ook dat tegen haar gebruikt. Als haar eigen landgenoten haar niet eens kennen, hoe kan ze dan een van de honderd invloedrijkste personen ter wereld zijn, smaalde de digitale, internationale versie van de staatskrant Granma vorig jaar in een lang artikel. De auteur breekt zich het hoofd over de vraag waarom nu juist dit blog, te midden van tientallen andere Cubaanse blogs, wereldwijd zoveel aandacht en prijzengeld trekt. Het moet wel betekenen, concludeert hij, dat „operatie-Yoani” een geval is van „mediamanipulatie en inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een soevereine staat”.

Dat u tot op heden niet gevangen bent gezet voeren critici aan als teken dat het wel meevalt met de onderdrukking van de Cubanen.

„Dit is repressie-nieuwe-stijl. Raúl doet niet aan jarenlange gevangenisstraffen, zoals Fidel. Wel zet hij veel meer politie in rond figuren van de oppositie. En hij stopt mensen een paar uur of een paar dagen in de cel, met gebruik van geweld maar zonder wettelijke sporen.”

Toch lijkt Cuba onder president Raúl langzaam te veranderen. In juli begon hij met de vrijlating van 52 politieke gevangenen, die waren opgepakt tijdens de zogenoemde Zwarte Lente van 2003. Eind deze maand moeten ze allemaal vrij zijn. Hoe ziet u dat?

„Tot nu toe zijn alleen mensen vrijgelaten die bereid zijn het land te verlaten. In feite is het deportatie, verbanning. Zij die het land niet willen verlaten, komen als laatsten vrij.

„Maar het is een positieve en noodzakelijke stap. Geen gul gebaar van de regering maar het resultaat van een serie gebeurtenissen die begon met de dood van Zapata. Naast bemiddeling door de kerk was burgerlijk verzet daarin het belangrijkst. Op een gegeven moment waren er meer dan honderd ‘vrouwen in het wit’ – vreedzaam protesterende echtgenotes en dochters van gevangenen, en sympathisanten. Zij zijn erin geslaagd de regering onder druk te zetten en te brengen tot iets wat een jaar geleden ondenkbaar was.”

Hoe zal het aflopen met de gevangenen die weigeren uit Cuba te vertrekken?

„Ik verwacht dat ze uiteindelijk in Cuba zullen kunnen blijven, maar tegen een hoge prijs. Ze hebben zeven jaar vastgezeten en willen niet weg, dat maakt hen tot volkshelden. Ze zullen bescherming nodig hebben.”

Raúl voert ook economische hervormingen door. Hij is bezig een half miljoen mensen uit staatsdienst te ontslaan, die moeten gaan werken in de particuliere sector. Wat vindt u daarvan?

„Ook noodzakelijk en in de goede richting, maar te laat, te weinig en zonder garanties voor de toekomst. Na het massaprotest in de jaren negentig kwamen er ook kleine openingen. Boerenmarkten waar melk en groente mochten worden verkocht, vergunningen voor kleine private restaurantjes, familiebedrijven. Dat is een paar jaar later weer helemaal teruggedraaid. Toen kwam er goedkope olie uit Venezuela en had de regering er geen belang meer bij. In 1995 had je in Havana op elke straathoek een privaat cafeetje of restaurantje. Nu zijn dat er in de hele stad zestig.

„En stel: iemand gaat geld verdienen. Wat kan hij ermee doen? Je kunt hier geen auto kopen, behalve tweedehands uit de jaren zestig. Je kunt geen huis kopen. Je kunt niet reizen. Een restauranthouder wil garanties dat hij zijn geld kan investeren, om met de opbrengst iets te kunnen doen. Nu kan hij er eten en kleren van kopen. Dat stimuleert het privé-initiatief niet.”

Haar huis is ook haar ‘blogger-academie’. Sánchez zet andere Cubanen aan tot bloggen door hen te helpen met de techniek en logistiek. Met vrienden creëerde ze het blog Voces Cubanas, Cubaanse stemmen, dat nu ruim dertig onafhankelijke Cubaanse bloggers telt.

En sinds kort heeft ze haar eigen uitgeverij. Trots laat ze nummer 2 zien van haar nieuwe tijdschrift Voces. Het is net klaar, een politiek-literair blad met gedichten, verhalen en essays van Cubanen in binnen- en buitenland en enkele buitenlanders, onder wie de Birmese oppositieleider Aung San Suu Kyi. Op de cover staat een Cubaanse vlag, half om de vlaggenstok heen. Een vlag die niet fier maar zielig wappert.

Haar generatie, die met de chique voornamen, is die van het cynisme, zegt Sánchez. „We kunnen niet meer geloven maar moeten het masker ophouden, doen alsof we nog geloven in het systeem.” De generatie van haar zoon is er erger aan toe, zegt ze luchtig. „Dat is de sceptische generatie. Die gelooft helemaal niets meer.”