Hondenbont

Dragers van een bontkraag weten niet dat ze wasbeerhond om hun nek hebben.

Je ziet het steeds vaker: roedels jongens en meisjes met een bontkraag rondom hun capuchon. „De kragen zijn deze herfst overdadig en echt”, zegt Mandy (42), verkoopster van jassen met een bontkraag. Met neppers kunnen haar vier kinderen zich op school niet meer vertonen, zegt ze. Haar klanten durven ook niet met imitatiebont te lopen. In een weekend verkoopt ze zo’n 50 tot 100 jassen met echte bontkraag.

Karim (31), Stevie (21) en Priscilla (27) hebben zo’n jas gekocht. Een hechte groep stoer uitziende bontkraagdragers. „Ik zap snel weg als ik dode dieren op televisie zie”, zegt Stevie. Karim gelooft nog steeds dat het slachtafval is dat hij om zijn nek heeft hangen. Priscilla kijkt als een schuchter beestje weg als haar wordt gevraagd of ze weet op welke manier de leverancier van haar vacht aan zijn einde is gekomen. „Ach”, antwoordt ze, „wie denkt daaraan?”

Wie wel de (kleine) moeite neemt om een antwoord op die vraag te vinden, komt er al snel achter dat het bont afkomstig is van een hond. Een wasbeerhond om precies te zijn. „Hun vachten komen uit China, waar geen enkele controle is op het vergaren van pels”, vertelt een eigenaar van een Amsterdamse modewinkel. „De bontprijzen zijn nog nooit zo laag geweest, voor een paar euro heb je al een vachtje.”

Toonaangevende bontkraagmerken als Nickelson en DSquared en inkopers van leerwinkels profiteren intussen van steeds hogere winstmarges. De prijs van zo’n jas kan oplopen tot 1.500 euro. Kledingfabrikanten weten dat de prijs bontkraagliefhebbers er soms niet van weerhoudt om op zo’n dure prooi af te gaan. De bitterharde strijd die trendvolgen heet, gaat immers niet over kosten, maar over lijken.