Hoezo steekt renner Lars Boom er niet bovenuit?

Hans van Kasteren, manager van de Belgische wielerploeg Telenet-Fidea, raadt zijn pupil Zdenek Stybar af het veldrijden de rug toe te keren en voor de weg kiezen (NRC Handelsblad, 25 oktober). Om zijn woorden te illustreren noemt hij Lars Boom, die deze overstap twee jaar geleden maakte. Van Kasteren stelt dat Boom „het moeilijk heeft” en „er niet bovenuit steekt”. Die bewering kan niet onweersproken blijven. In de twee jaar tijd dat Boom op de weg reed, won hij de Ronde van België, een etappe in de Vuelta a España (eerste Nederlandse ritzege in een grote ronde sinds 2005), de proloog van Parijs-Nice (waar hij ook een aantal dagen in de leiderstrui reed) en de GP Jef Scherens. En passant werd hij beide jaren ook nog eens Nederlands kampioen in het veldrijden. De wielrenners die na hun eerste twee jaar als prof een dergelijke erelijst kunnen overleggen, zijn schaars, en in Nederland hebben de afgelopen tien jaar alleen Thomas Dekker en Robert Gesink iets dergelijks laten zien. Het is Van Kasterens goed recht tegen elke prijs te willen voorkomen dat de beste veldrijder van het moment zijn ploeg verlaat, maar dan kan hij Stybar beter niet het voorbeeld van Lars Boom voorhouden. Ook Stybar zou voor zulke resultaten direct tekenen.

Hugo Scherff

Amsterdam