'De vraag is hoe groot de eredivisie wordt'

Het betaald voetbal gaat gebukt onder een enorme schuldenlast. Willem Vermeend: „Er zullen slachtoffers vallen door meerjarenbegrotingen.”

gouda willem verbeek foto rien zilvold

Toen Henk Kesler, de inmiddels vertrokken directeur betaald voetbal van de KNVB, Willem Vermeend (61) belde met het verzoek om de profclubs financieel door te lichten, was de voormalige minister en staatssecretaris direct geïnteresseerd. Maar hij stelde wel een voorwaarde. „We maken geen rapport voor de la. Ik doe het alleen als er wat mee gebeurt.”

Tot zijn verbazing („want er staan harde maatregelen in”) werden de aanbevelingen van de commissie Vermeend voor de gezondmaking van het betaald voetbal in juni tijdens de voorjaarsvergadering omarmd door de clubs. Het zal volgens hem niet lang meer duren voordat de draconische gevolgen van het rapport merkbaar worden. „De clubs moeten in deze maanden een meerjarenbegroting bij de bond indienen”, legt hij uit. „Daar behoren financiële waarborgen in te staan. Er zullen contracten met financiers op tafel moeten komen. Voor optimistische verhalen is geen plaats meer. Dit worden echt hoofdpijndossiers voor de clubs. Het kan niet anders dat op basis hiervan slachtoffers gaan vallen. De vraag is hoe groot de eredivisie dan nog kan blijven.”

Er zullen volgens de hoogleraar Europees fiscaal recht en fiscale economie ook clubs verdwijnen door gedwongen fusies. De marktwerking zal daar voor zorgen. De KNVB hoeft het saneringsproces in zijn optiek niet te begeleiden. „Je moet een stuk ondernemerschap laten aan het profvoetbal. Clubs ontkomen er niet aan in de regio te fuseren. Sponsors zullen dat afdwingen. Er blijven te weinig geldschieters over voor 36 clubs. Zij stellen zich door de recessie terughoudend op en zoeken naar alternatieven.”

Maar hij wil ook weer waken voor te veel pessimisme. „Het is niet nodig te wanhopen. In vergelijking met het buitenland staan de Nederlandse clubs er relatief nog goed voor. Hier heeft het betaald voetbal nu nog de mogelijkheid weer gezond te worden. Dat betekent wel dat er clubs moeten afvallen. Hoeveel? Daar hebben wij niet naar gekeken. Maar Kesler heeft eens gezegd dat je straks moet rekenen op twee divisies van vijftien of zestien clubs.”

Het zal een proces van drie, vier jaar worden, verwacht Vermeend. Pas dan zullen de clubs hun tekorten hebben weggewerkt. Het betaald voetbal staat al ongeveer voor honderd miljoen in de min. Ajax (22,8 miljoen verlies), PSV (-17,5), SC Heerenveen (-14,9), NAC (-4,2), FC Utrecht (-5) doken fors in het rood. En Feyenoord had voor de financiële injectie een negatief eigen vermogen van 40 miljoen euro. Vermeend stelt dat er voor die clubs op korte termijn nog geen licht aan het eind van de tunnel te zien zal zijn. „De tijd van dure aankopen en het aantrekken van grote spelers is voorbij. Clubs moeten sowieso buitengewoon voorzichtig zijn met het halen van nieuwe spelers. Feyenoord zal altijd gered worden. De gemeenschap staat nooit toe dat dit instituut verdwijnt. PSV moet Champions League spelen om uit de schulden te komen. Ajax staat er met een eigen vermogen van veertig miljoen euro het beste voor. Die club heeft de mogelijkheid de tering naar de nering te zetten.”

De commissie-Vermeend spitte alle clubbegrotingen van de afgelopen jaren door. De oorzaken van de financiële malaise kwamen snel boven water. „Transferinkomsten zijn opgedroogd. Heel veel clubs kwamen van een koude kermis thuis omdat ze spelers niet meer konden verkopen. Ze liggen wel vast met meerjarige contracten en hoge salarissen. De grootste last zijn dan ook de loonkosten. Die vormden bij sommige clubs tachtig tot zelfs negentig procent van het budget. Terwijl alles wat boven de zestig procent komt, ongezond is. De clubs zijn veel te optimistisch geweest met het aantrekken van spelers. De topclubs hebben het meeste risico genomen. Ergens stond vermeld dat de investering in een speler voor meer publiek en Europees voetbal zou zorgen. Die voetballer zit nog steeds op de reservebank.”

Als de schuldvraag wordt gesteld, houdt Vermeend besturen en directies van de Betaald Voetbal Organisaties (BVO’s) uit de wind. „Ik kan zo honderd bedrijven in de wereld aanwijzen die dachten dat ze de crisis zouden overleven en er nu niet meer zijn. Niemand heeft de recessie zien aankomen, alleen Doctor Doom. Ben je dan een slecht bestuurder? Hoeveel bankdirecteuren hebben de consequenties aanvaard? Weinig toch?”

Ook de licentiecommissie van de voetbalbond treft in de optiek van Vermeend geen blaam. Al blijft het bijvoorbeeld vreemd dat Heerenveen in categorie 3 zat van de gezonde clubs. „Dat was een momentopname. De licentiecommissie heeft gewoon zijn werk gedaan. Alleen waren de bevoegdheden om op te treden ontoereikend. Dit college heeft nu door ons rapport meer ruimte gekregen.”

De commissie-Vermeend eist van de clubs meer transparantie, maar draagt ook oplossingen aan. „De BVO’s zijn vaak afhankelijk van één of twee sponsors. Als zo’n financier wegvalt heb je een groot probleem. Ik zou eerder kiezen voor vijfhonderd tot duizend kleine lokale of regionale geldschieters. FC Twente is daar een mooi voorbeeld van. Heerenveen en FC Groningen ook. Vitesse heeft met een eigenaar als Merab Jordania niet het model van de toekomst. Al begrijp ik wel waarom ze het doen in Arnhem, ze kunnen waarschijnlijk niet anders. Clubs moeten vaker ingebed raken in de samenleving. Het is goed om meer geld in de jeugd te steken. Het voetbal moet terug naar de straat.”

Stadions zouden multifunctioneler moeten worden en meer als marktplaats dienen te fungeren. „Breder dan voor het voetbal alleen. Stel stadions open voor businessclubs, bijeenkomsten van maatschappelijke organisaties, congressen. Zorg ook dat er andere sporten in worden beoefend. Kortom, maak er meer een ontmoetingsplaats van. Het imago van het betaald voetbal moet beter worden”, waarschuwt Vermeend.

Hij voorspelt dat het voor profclubs moeilijker zal worden om adequate bestuurders te vinden. „Het afbreukrisico wordt steeds groter. Een topmanager uit het bedrijfsleven zal nu wel vijf keer nadenken om in een voetbalclub te stappen. Hij vraagt dan ongetwijfeld naar de meerjarenbegroting. Ik zou hem adviseren: neem je accountant mee!”

Dat clubs in nood steeds vaker hun hand ophouden bij de gemeenten, vindt Vermeend een slechte ontwikkeling. „Ik vind dat gemeenten hierin bijzonder terughoudend moeten zijn. Eigenlijk zouden ze één lijn moeten trekken. Gemeentesteun aan betaaldvoetbalclubs is een tijdelijke oplossing. Europa kijkt met je mee, het is dus oppassen. En andere bedrijven hebben dan ook het recht aan te kloppen. Je werkt competitievervalsing in de hand. De gemiddelde burger accepteert het niet. ‘Kijk eens wat zo’n voetballer van gemeenschapsgeld verdient’, wordt er gezegd.”

Maar over de kandidatuur van het WK voetbal (met België) mag volgens Vermeend geen twijfel bestaan. „Dat moeten we binnenhalen. Alle bezwaren? Als staatssecretaris van Financiën heb ik meegewerkt aan de voorbereiding van Euro 2000. De eisen van de UEFA waren toen vrijwel hetzelfde als nu van de FIFA. Toen hoorde je er niemand over. De rekensommetjes van alle geleerden die zeggen dat het ons geld gaat kosten, ken ik nu wel. Het is simpelweg niet meetbaar wat het toernooi ons zal opleveren. En dan die indianenverhalen over BTW. Dat is Europees allemaal geregeld, kan de FIFA niet omheen. De draaiboeken van Euro 2000 kunnen zo weer worden gebruikt. Met het WK worden we straks wereldwijd op de kaart gezet. Dat levert geweldige exposure op. Maar ook een gevoel van verbondenheid en saamhorigheid dat niet in geld is uit te drukken.”

Vermeend kan zich storen aan tegenstanders van de kandidatuur. „Potverdorie, we zijn toch vice-wereldkampioen en tweede op de wereldranglijst? Waarom staan andere landen in de rij om het te organiseren? En sommigen zelfs voor de tweede keer. Duitsland was er vier jaar geleden maar wat trots op. We maken te veel stampij en dat is niet goed voor de kandidatuur. We zijn veel te chagrijnig in dit land.”

Ook Vermeend weet dat voetbal de belangrijkste bijkomstigheid in de wereld is. „Toen ik als staatssecretaris met collega’s uit Duitsland, Spanje, Italië en Frankrijk moest onderhandelen over belastingverdragen, gingen onze gesprekken vooral over voetbal. Dat is toch het grootste exportartikel van Nederland. De ambtenaren deden het werk, nadat ze ook over voetbal hadden gesproken. Als je kunt vertellen dat je Johan Cruijff een hand hebt gegeven, kun je ergens binnenkomen. Politici uit Nederland kennen ze in het buitenland niet. Voetballers en trainers wel. In elk land spelen voetballers van onze bodem. Het is om die reden geweldig om uit Nederland te komen. Als ik in Duitsland ben, gaat het over Louis van Gaal. Maar ook Guus Hiddink [bondscoach Turkije] en Dick Advocaat [bondscoach Rusland] zijn iconen voor Nederland. Fantastisch! Zij vormen het kapitaal van ons land. Zij zijn van onschatbare waarde. Alleen, wij begrijpen dat niet. Zijn we ergens goed in, mag het niet. Wij moeten altijd mekkeren en zeuren.”