De inktvissonate

Vleermuizen en dolfijnen kunnen zó hoog piepen, dat mensenoren het niet kunnen horen. Dat heet ultrasoon geluid. Walvissen en olifanten kunnen zó laag brommen, lager dan een trombone, dat mensen daar doof voor zijn. Dat gebrom heet infrasoon geluid. Een piano zou dus eigenlijk breder kunnen zijn, meer hoge en lage toetsen kunnen hebben.

Vogels kunnen ook horen – behalve kwartels, zegt men. Je kunt de oren van de meeste vogels alleen niet zien – behalve die bij uilen. Vogeloren zitten meestal achter de veertjes op hun kop verstopt.

Zelfs vissen kunnen horen. Niet met een oor, maar met hun zijlijnsysteem. Dat is die streep op hun flank. Daarin zitten blaasjes die gaan trillen als er geluid door het water schalt.

Pijlinktvissen hebben geen oortjes en ook geen zijlijnsysteem. Tot voor kort wist niemand of ze konden horen. Tot een Amerikaanse bioloog het onderzocht. En wat bleek? Pijlinktvissen kúnnen horen.

Inktvissen hebben een evenwichtsorgaan dat ze bijvoorbeeld vertelt of ze ondersteboven zwemmen en wat links en rechts is. Niet dat ze dat dan wéten, maar ze snappen het wel.

Heel eenvoudig uitgelegd: dat evenwichtsorgaan bestaat uit een heel klein steentje dat tegen zenuwen aandrukt als de inktvis wegspurt of tegen andere zenuwen duwt als het diertje hard afremt. Als je in een lift hard naar beneden gaat, doet jouw maag ongeveer hetzelfde.

Met dat orgaantje kunnen inktvissen dus ook horen. De bioloog sloot de zenuwen van het evenwichtsorgaan van een pijlinktvis met elektriciteitsdraadjes aan op een metertje. En daarna deed hij de inktvis in een bad. Wanneer hij lawaai van hoge tot lage tonen door het water joeg, sloeg de meter soms uit. Alleen bij lage tonen. Aan dolfijnen kan de inktvis dus niet ontsnappen.

Of de inktvis de ultralage klanken van walvissen wél hoort, dat heeft de bioloog niet onderzocht. Maar de pijlinktvis zou dus onder water naar de pianomuziek van een zware inktvissonate kunnen luisteren. Menno Steketee