China prikt zijn bescheidenheid door

China doet zich in de internationale arena graag bescheiden voor. Wij bemoeien ons niet met jullie als jullie je niet met ons bemoeien, is de kern van de buitenlands politieke doctrine die nog is geformuleerd door de postmaoïstische leider Deng Xiaoping.

Van een ideologische strijd tussen maatschappelijke systemen wil Peking niets weten. Want ‘met vrienden kun je beter zaken doen dan met vijanden’, is het axioma. Maar nu China de tweede economische macht ter wereld is geworden, ten koste van Japan, en president Hu Jintao volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes zijn ambtsgenoot Barack Obama al is gepasseerd als machtigste man op aarde, begint dit vernis van bescheidenheid craquelé te worden.

De Nobelprijs voor de Vrede, die vorige maand is toegekend aan de gedetineerde dissident Liu Xiaobo, openbaart de toenemende Chinese assertiviteit. Sinds gisteren eist ze dat Europa verstek laat gaan bij de uitreiking van de prijs op 11 december in Oslo. Zo niet dan zal „ieder land dat toch aanwezig is de gevolgen ondervinden”, aldus de onderminister van Buitenlandse Zaken.

Dit is niet zo maar een dreigement. Terwijl Obama een politiek tegenoffensief begint in Azië met bezoeken aan India, Indonesië, Zuid-Korea en Japan – alsof hij een democratisch cordon sanitaire wil bouwen – zet China Europa het mes op de keel. Dat klinkt zo: als jullie willen dat wij ons geld investeren in jullie kwakkelende economie, bijvoorbeeld door containerterminals in de haven van Piraeus op te kopen, is het verstandig een toontje lager te zingen.

De Chinese regering gaat daarbij weloverwogen te werk. Ze kent de zwakke plekken in Europa en begint daar de voet tussen de deur te zetten. Zo heeft president Hu op de eerste dag van zijn Europese tournee bij collega Nicolas Sarkozy in Parijs honderd vliegtuigen van Airbus gekocht. Sarkozy kan goede sier maken in Toulouse en de rest van Frankrijk dat met sociale onrust kampt. In Lissabon gaat Hu melden dat China ook in Portugees staatsschuldpapier gaat investeren en daarna in Griekse obligaties, zoals het al met Spaanse schulden deed.

Er is niets tegen intensievere samenwerking met China. Het volkenrijkste land ter wereld heeft de mondiale economie na de kredietcrisis van 2008 aan de praat gehouden. Het is logisch dat daaraan nu ook consequenties worden verbonden. Maar betekent dat ook dat Europa terughoudend moet opereren als er primaire waarden in het geding zijn? President Sarkozy, die in 2008 nog de Dalai Lama ontving en daarvoor werd gestraft, tendeert daar naar. Na de toekenning van de Nobelprijs aan Liu zweeg hij.

Deze lijn moet geen gemeengoed worden. Toen de Rus Andrej Sacharov in 1975 de Nobelprijs kreeg, en die door zijn vrouw Jelena Bonner moest laten ophalen omdat hij zelf in ballingschap leefde, werd de uitreiking ook niet gemeden. Een kleine vijftien jaar later zat Sacharov in het sovjetparlement als vrij gekozen afgevaardigde.

Daarmee houdt de vergelijking vermoedelijk wel op. Maar het is goed om dit historische voorbeeld in het achterhoofd te houden.

Het illustreert dat Europa op langere termijn geloofwaardiger blijft als het zich niet laat intimideren. China mag logischerwijs een hekel hebben aan inmenging, ook Europa moet dat durven te weerstaan. Zeker als het gaat om de waarden van het continent waar de Nobelprijs wordt uitgereikt. In ‘vriendschap’ uiteraard.