Aso-vaders en fruitmoeders

Ouders langs de lijn – ze schreeuwen, tieren en razen. Sportbonden willen de ‘aso-ouder’ heropvoeden. Hoe moet een ideale sportouder zich gedragen? ‘Hallo, dit is – piep – geen theekransje.’

Correcties & aanvullingen In het artikel Aso-vaders en fruitmoeders over ‘ouders langs de lijn’ (NRC Weekblad, 6 november, pagina’s 13 t/m 15) is een foto opgenomen van een coach – geen ouder – die naar zijn elftal roept. Die foto wekt zonder deze toelichting een verkeerde suggestie en had zo niet afgedrukt moeten worden. In het artikel ‘Aso-vaders en fruitmoeders’ (NRC Weekblad, 6 november) staat een passage waarin een vader/coach zijn elftal uitscheldt. Dit is niet de man die op de foto naast deze passage staat afgebeeld.

Hilversum, 18 september. „Het kan niet waar zijn! Het kan echt niet waar zijn!” De hockeycoach/vader houdt een peptalk voor zijn team halverwege de wedstrijd. Zijn jongens staan met 2-0 achter. De man heeft nog het meest weg van een boze Emile Ratelband voor een uitgebluste 4-havo klas. „Jullie hebben alles: een bit, scheenbeschermers en een stick. Dus wat kan je gebeuren? Maar vechtlust, ho maar. Je wint op karakter. Hallo, dit is – piep – geen theekransje.”

De als uitbrander vermomde peptalk gaat nog even door, waarna de verrassende zin volgt: „Zijn er nog vragen?” De groep is blijkbaar wat gewend: „Heb je suggesties wat we moeten doen?” vraagt de brutaalste. Hier probeert iemand negatieve energie om te zetten in iets positiefs. En het werkt ook nog. De coach, rustiger nu: „Er is een jongetje in dat andere team met een bril, die is goed, hem moet je pakken.” Wordt hier een hockeyvariant van Nigel de Jong gecreëerd?

Als na de rust toch nog een tegendoelpunt valt, staat een andere vader op, met een minder driftig, maar even verrassend advies: „Gewoon doen alsof er niets aan de hand is, zeg maar dat de bal al achter was geweest en dat de keeper ’m daarom liet lopen.”

Amsterdam, een half jaar eerder. De coach (en vader van een van de spelertjes) van het Amsterdamse FC Chabab scheldt de hele wedstrijd zijn team met achtjarige jongetjes in het Arabisch uit. Niemand verstaat er wat van, maar het is duidelijk dat de woorden weinig vleiend zijn. En ook dat al het getier weinig uithaalt. De Chababvader besluit zijn pijlen te richten op de scheidsrechters, twee jongens van een jaar of veertien die het ook maar voor de lol doen. Nog steeds verstaat niemand er een woord van, maar inmiddels wordt het wel tijd om in te grijpen. Een vader van de tegenpartij stapt op de vader/coach af en zegt er wat van. Dan gebeurt het: de vader van de tegenpartij wordt aangevlogen. Iedereen vlucht de kleedkamer in.

‘Aso-ouders moet je kunnen schorsen.’ Dat is kort samengevat het advies dat de voetbalbond en tien andere sportbonden (waaronder de hockeybond) dit najaar overhandigden aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De KNVB probeert ouders op te voeden onder de noemer ‘Samen voor Sportiviteit en Respect’. Maar wat is sportief? De vader die op een druilerige zondagochtend roept: „Mannetje pakken, die is voor jou!”? De ouder die schreeuwt: „Zakken! Nog één doelpunt en jullie hebben verloren. Kom op nou”? De voetbalmoeder die de kinderen elke twee minuten aan de stand herinnert: „We staan achter, dus loop allemaal nou eens even door”? En wat te denken van de vader met opvallend korte beentjes die zijn genetische defect deelt met zijn zoon: „Als het niet met je poten kan, doe het dan met je ellebogen.”

Schrikbeeld

SIRE-spotjes uit 2007 waarin schreeuwende vaders langs de kant stonden om als schrikbeeld te fungeren en om de moraal uit te dragen dat ouders te weinig het spelelement in de sport van hun kinderen respecteren, hebben slechts een kortstondig effect gehad. Een nieuw charmeoffensief is nodig. De KRO heeft er inmiddels een soort Bananasplit voor voetbal en hockey op losgelaten. Het programma Heibel langs de lijn gebruikt een verborgen camera. Na afloop worden vaders, moeders, oma’s en tantes geconfronteerd met de beelden en de vraag of ze er nu iets aan gaan doen. Perfect acteerwerk van die ouders, ze reageren bijna altijd geschokt en beloven beterschap. En onlangs verschenen drie boeken die de lezer wegwijs moeten maken in de wereld van de supporterende ouders. Vaders langs de lijn van schrijver en Formule 1-fanaat Koen Vergeer; Moeders langs de lijn van de hoofdredacteur van het online-vrouwenmagazine Damespraatjes, Sandra Blikslager, en Vaderkoorts, van Martin Hendriksma.

Ze spelen in op het feit dat de KNVB de ouders in de verdachtenbank heeft gezet. Gaat het een keertje niet over ouders die te veel of juist te weinig werken, moet het opeens gaan over ouders die te hard gillen langs de kant. Wie dat doet is aso, maar wie dat niet doet, is weer niet betrokken genoeg. Inspelen op het schuldgevoel van de moderne ouder doet het altijd goed.

Fruitmoeders

Door SIRE en de KRO weten we nu hoe het allemaal niet moet, maar de vraag dringt zich dan op: hoe moet het dan wel? Is het de bedoeling dat we allemaal fruitmoeders worden en – zoals bij sommige hockeyverenigingen gebruikelijk is – in de pauze met schoongemaakt fruit rondgaan? Op een site van de voetbalbond is te lezen hoe ouders hun leven kunnen verrijken door elke week een paar uurtjes in de kantine te staan of op-en-neer te taxiën naar uitwedstrijden. „Want ook u kunt plezier en nieuwe vrienden maken op de vereniging. Net als uw kind”, staat er op www.voetbalouders.nl. Dat is een weinig prettig vooruitzicht voor iemand die zijn of haar kind wil laten bewegen zonder daar nu meteen een hele gezelligheidsmodus omheen te creëren.

Een tip in het sportmanifest ‘Samen voor sportiviteit en respect’ is dat ouders elkaar gewoon moeten aanspreken wanneer ze iemand horen vloeken of te hard negatief schreeuwen. Ze beseffen kennelijk niet dat dat een levensgevaarlijk idee is: spreek een ouder aan op zijn of haar houding ten opzichte van de kinderen en de hel breekt gegarandeerd los.

Hoe ziet de ideale sportouder er dan uit? In Moeders langs de lijn geeft Blikslager adviezen over zaken die veel sportouders waarschijnlijk nog niet als een probleem hadden bestempeld. Wat te dragen, bijvoorbeeld. Niet alleen het kind heeft kledingcodes, ook de moeder wordt geadviseerd thermo-ondergoed of een lange onderbroek aan te trekken. Haar tip voor traktaties in de vorm van eierkoeken als medailles en de suggestie dat het goed is wanneer je de voetbalkleren van het hele team wast, zijn wat bedreigend. Maar gelukkig staat er achterin een quiz: ‘Wat voor voetbalmoeder ben jij?’ Het begint al meteen goed met de eerste vraag:

‘Je kind speelt een wedstrijd om te bepalen in welk team hij volgend jaar komt. Wat doe jij?

A Je gaat mee naar de selectiewedstrijd en je steekt je duim op als je kind een geweldige actie heeft. Als het niet lukt, werp je je kind een begripvolle blik toe.

B Fijn. Je zet je kind af bij de velden en gaat lekker een middagje op pad. Je hebt geen zin om naast al die gillende vaders en moeders te staan. En je kind speelt ook zonder jou wel goed.

C Je staat langs de lijn naast de selectiecommissie en je schreeuwt je longen uit je lijf om je kind zoveel mogelijk te steunen en te coachen.’

Geef hier vooral niet antwoord C, want dan kom je al snel terecht in de verkeerde categorie voetbalmoeder: „Je bent altijd aanwezig bij trainingen en wedstrijden, geeft gevraagd en vooral ongevraagd advies aan trainer, coach en scheidsrechter. Advies: neem wat vaker afstand en laat de trainer lekker zijn eigen gang gaan.”

A als antwoord is beter: „Je bent je bewust van je rol als moeder en denkt in het belang van je kind en zijn omgeving. Lekker nuchter en in balans.”

Grote mond

Kan een aso-ouder veranderen in een ideale, nuchtere voetbalouder? In Vaderkoorts beschrijft Martin Hendriksma hoe hij langzaam tot inzicht komt, en leert zijn grote mond te houden tijdens de wedstrijden van zijn spruit. Hij was het ergste soort voetbalvader; iemand die ooit de illusie had zelf bij Feyenoord aan de bak te kunnen en deze vervlogen ambities op zijn zoon projecteerde. „Jongens zijn we – meestal aardige jongens. Maar onze zonen moeten natuurlijk wel winnen”, stelt hij. Wanneer dat niet gebeurt, kan hij het maar moeilijk accepteren wanneer een vader van de tegenpartij de overwinning uitbundig viert: „Geef me een mitrailleur en ik knal hem zo van zijn veld.” Vaderkoorts lijkt het therapeutische verslag van iemand op zoek naar een rolmodel (en iemand die zelfs een paar keer voor grensrechter mag spelen, en dan mag je al helemaal niets zeggen).

Misschien dat Koen Vergeer („Douchen is goed voor het team”) met zijn Vaders langs de lijn een voorbeeld kan zijn. Tegen wil en dank gaat hij het elftal van zijn zoontje coachen. Behalve het vinden van vrijwilligers voor in de goal, is de „spagaat tussen plezier en prestatie” zijn grootste probleem. Hij heeft het moeilijk met het voetballertje dat, als hij scoort, naar de McDonald’s mag, maar die hij voorlopig toch achterin heeft opgesteld. Meewarig hoort hij aan hoe de scheids voor ‘Blinde tyfushond’ wordt uitgemaakt. Het is een eenzaam bestaan, dat van ideale voetbalvader.

Je kunt je ten slotte afvragen of het langs de lijn nu wel hoort te gaan over de opvoeding van de ouders. Een rondje langs de velden en de boeken leert dat de meeste ouders geen psychopaten zijn. Er is een tussenweg tussen de gefrustreerde vader met de korte beentjes, de kantineouder of de moedermet eierkoekenmedailles. Het past weliswaar niet in het ideaal van de KNVB-voetbalouder, maar neem de positieve benadering van de lagere school over (‘wat goed dat je van de 10 sommen er 1 goed hebt!’). Zeg bij 6-0 verlies gewoon: ‘wat goed, het had ook 7-0 kunnen zijn’.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Aso-vaders en fruitmoeders over ‘ouders langs de lijn’ (NRC Weekblad, 6 november, pagina’s 13 t/m 15) is een foto opgenomen van een coach – geen ouder – die naar zijn elftal roept. Die foto wekt zonder deze toelichting een verkeerde suggestie en had zo niet afgedrukt moeten worden.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel ‘Aso-vaders en fruitmoeders’ (NRC Weekblad, 6 november) staat een passage waarin een vader/coach zijn elftal uitscheldt. Dit is niet de man die op de foto naast deze passage staat afgebeeld.