Van massagraf naar golfbaan

In Duitsland en Polen zijn archeologen al jaren bezig met opgravingen in concentratiekampen.

Rond Kamp Amersfoort staan ook de schoppen klaar.

Schets van Kamp Amersfoort. Tekening Hans van Oosterom

Tussen de bomen rond voormalig Kamp Amersfoort is een kleine graafmachine aan het werk. Vijf mannen met schoppen, metaaldetectors en meetapparatuur zijn bezig met een archeologische opgraving. Deze week wordt de eerste officiële opgraving verricht in een Nederlands concentratiekamp uit de Tweede Wereldoorlog.

In landen als Duitsland en Polen zijn archeologen al jaren bezig met opgravingen in concentratiekampen. Opgravingen tussen 1997 en 1999 in het kamp Belzec in Oost-Polen brachten veel onbekende details aan het licht, over de omvang, de gaskamers en waar de massagraven lagen. En in 2000 maakten opgravingen duidelijk dat concentratiekamp Rathenow in Brandenburg, waarvan het bestaan door de plaatselijke bevolking werd ontkend, echt heeft bestaan.

In Nederland is het vooralsnog minder dramatisch. Nationaal Monument Kamp Amersfoort wil een herdenkingsroute aanleggen op een onlangs verworven stuk terrein dat vroeger onderdeel was van het kamp. Uit luchtfoto’s uit 1943 is bekend dat hier loopgraven en aarden stellingen hebben gelegen. Op de grond zijn de resten ervan nog goed te herkennen. „Maar voor de herdenkingsroute willen we weten wie de loopgraven en stellingen hebben aangelegd en wat hun functie is geweest”, zegt directeur Harry Ruijs.

En dus werd het archeologische bedrijf RAAP ingeschakeld. Archeoloog Ivar Schute van RAAP laat een kaart zien van het in Leusden en ten zuiden van Amersfoort gelegen kamp. In het midden ligt het eigenlijke gevangenenkamp, een voormalig Nederlands legerkamp en later Polizeiliches Durchgangslager, een doorgangskamp voor politieke gevangenen. Ook mensen die de Arbeitseinsatz hadden proberen te ontduiken, joden, Jehova’s Getuigen, zwarthandelaren en krijgsgevangenen, kwamen er terecht.

Dan wijst Schute op het noordoosten. „De tweede zone, Kamp Amsvorde. Daar werden Nederlandse SS’ers opgeleid voor de bewaking van concentratiekampen.” Schutes vinger glijdt naar het westen. „En hier lag de derde zone, de schietbaan, bijna 350 meter lang en door gevangenen tijdens dwangarbeid vol ontberingen uitgegraven. De schietbaan is ook als fusilladeplaats gebruikt.”

Naar schatting hebben in Kamp Amersfoort 35.000 gevangenen gezeten. De meesten, ongeveer 20.000, zijn doorgevoerd naar andere kampen. Honderden gevangenen zijn in het kamp door Duits geweld omgekomen en ter plekke begraven. Twee massagraven lagen iets verderop. „Daar is nu een golfbaan”, weet Schute. „Van Kamp Amersfoort weten we nog weinig. Pas in 2003 is de eerste grondige wetenschappelijke studie verschenen, maar alleen over het gevangenenkamp.”

Schute wijst nog eens op de kaart. „Waar Kamp Amsvorde lag, loopt nu de A28. Ook de rest is grotendeels verdwenen. Op het terrein van het gevangenenkamp staan nu de gebouwen van het Korps landelijke politiediensten.”

Uit bureauonderzoek bleek al dat de loopgraven die nu worden opgegraven, er in 1939 nog niet waren. Schute: „Ze konden dus ook door de Nederlanders tijdens de mobilisatie aangelegd zijn. Maar de vondsten die we nu hebben gedaan, zijn alleen tot de Duitsers te herleiden. Een stenen vloertje is waarschijnlijk in de jaren vijftig door de plaatselijke scouting aangelegd.” Het ontbreken van betonnen platen in een opgegraven stelling maakt volgens Schute duidelijk dat in de stellingen geen luchtafweergeschut heeft gestaan. „Voor zwaar geschut zijn ze ook te klein.”

Bij een van de stellingen is een kogelhuls gevonden – van Franse makelij. „Een voorbeeld van hergebruik van door de Duitsers buitgemaakte wapens”, zegt Jobbe Wijnen, Tweede Wereldoorlogspecialist van RAAP. „In dit geval gaat het om een Lebel-geweer uit de jaren dertig. Typisch een wapen dat de Duitsers niet aan hun gevechtstroepen, maar aan bewakingstroepen gaven.” De huls is een aanwijzing dat de stellingen en loopgraven door de Duitsers als oefenterrein zijn gebruikt. „De Duitsers meenden dat het mogelijk was om op een klein terrein – dit terrein is ongeveer zestig bij zeventig meter – alle benodigde militaire oefeningen te doen”, weet Wijnen.

Directeur Ruijs van het Nationaal Monument twijfelt. „Ik ben zelf militair geweest. Dit is het hoogste punt in de omgeving en dus van strategisch belang. Ik denk dat hier licht luchtafweergeschut heeft gestaan, ter verdediging van het nabijgelegen vliegveld van Soesterberg. We gaan Duitse experts vragen of hier ook luchtverdedigingstroepen gelegerd waren.”