Toets grondrechten

Gisteren zestig jaar geleden werd in Rome het Europese Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) getekend. Sindsdien is de invloed gegroeid, de laatste tien jaar zelfs geëxplodeerd. Dankzij het mensenrechtenhof in Straatsburg zijn er normen gekomen voor onder meer uitingsvrijheid, hulp bij zelfdoding, preventief fouilleren, lengte van detentie, bijstand bij het politieverhoor, adoptie, abortus, onechte kinderen en het dragen van religieuze symbolen. In 1978 breidden de rechters de invloed van het verdrag uit door te verklaren dat het een ‘living instrument’ is. Het EVRM hoeft sindsdien niet meer historisch te worden geïnterpreteerd en mag ‘modern’ worden uitgelegd.

Ook Nederland heeft zich in die zestig jaar moeten aanpassen. Het is meer dan veertig maal veroordeeld. In ruim eenderde van de zaken omdat het strafproces niet eerlijk genoeg was. In 1985 viel het Nederlandse bestuursrecht in Straatsburg door de mand. In de zaak-Benthem werd vastgesteld dat de praktijk van administratief beroep bij de Kroon niet onafhankelijk was. Het leidde tot een grote hervorming van het bestuursrecht. De behandeling van illegalen bleek hier evenmin volmaakt. Nederland werd in de recente zaak van Somaliër Salah Sheekh veroordeeld wegens schenden van het verbod op foltering en een ‘onmenselijke behandeling’. In die zestig jaar heeft Nederland zijn zelfbeeld als rechtsstaat moeten aanpassen. Er werden veranderingen opgelegd, die doorgaans tegenstribbelend en soms zelfs zo langzaam mogelijk werden ingevoerd.

Bij dit jubileum lijkt de maat zelfs een beetje vol. ‘Straatsburg’ wordt als een beperkende factor gevoeld. En niet alleen in Nederland. De rechters zouden het verdrag hebben opgerekt, wat niet geheel onwaar is. Er zouden te veel algemene oordelen worden gegeven. In de verkiezingsstrijd werd het bestaan van mensenrechtenverdragen genegeerd of weggewuifd. In de formatie werd zelfs uitgezocht of Nederland uit het EVRM kon stappen. Veel mensenrechten zijn echter onderdeel van het ius cogens, universeel dwingend recht, dat ook geldt als een land geen verdragspapiertje heeft ondertekend.

Zestig jaar later lijkt vergeten dat het EVRM een reservesysteem is, een vangnet. Straatsburg corrigeert alleen als de lidstaten er met hun burgers en hun eigen grondwetten niet uitkomen. Inhoudelijk komt het EVRM daarmee immers vrijwel overeen. Lidstaten die een grondwet hebben waarop burgers direct een beroep kunnen doen, zijn beter af dan landen die het op Straatsburg laten aankomen. Nederland doet zichzelf tekort met een grondwet waar alleen de wetgever aan mag toetsen. In de Nederlandse rechtspraak kon Straatsburg zo richtinggevend worden. Bescherming van burgerrechten wordt hier geïmporteerd. Het wordt dus tijd om de mensenrechten weer zelf eerbiedigen. Wie zijn eigen grondwet door de nationale rechters laat toetsen kan Straatsburg makkelijk voor blijven. Burgers hebben er baat bij. Het draagvlak wordt er groter door. Haal de mensenrechten naar huis en houdt Straatsburg op de reservebank.