Sloven moet, sloven doet goed

Niks glazen plafond, niks drie dagen per week – journaliste Elma Drayer vindt dat vrouwen meer moeten werken en niet moeten zeuren. Maar schieten we daar iets mee op?

amsterdam stiletto run foto rien zilvold

Elma Drayer: Verwende prinsesjes. Portret van de Nederlandse vrouw. Bezige Bij,192 blz.€ 19,90

Een krachtige titel is het halve werk. Met de regelmaat van de klok verschijnt er een journalistiek boek over het ‘vrouwenvraagstuk’ waarvan de titel schreeuwt om weerwerk – en waarvan de auteur dus van media-aandacht is verzekerd. Vorig jaar was het Elsevier-journaliste Marike Stellinga die met De mythe van het glazen plafond langs de praatshows trok. In dat boek betoogde zij dat vrouwen zélf niet hogerop willen, en van Stellinga hoefden ze dat ook niet.

Verwende prinsesjes van journaliste Elma Drayer (Vrij Nederland en Trouw) heeft nu de volgende boksronde ingeluid. Drayer verzet zich in haar boek onder meer tegen vrouwen die willen moederen en daarom in deeltijd werken, vrouwen die de combinatie werk en zorg als zwaar ervaren, bijstandsmoeders en feministes die vrouwen superieur achten aan mannen.

Drayers verdiensten zijn haar nuchterheid en haar allergieën voor slachtofferschap en zweverigheid, twee zaken die discussies over de vrouwenzaak inderdaad nogal eens vertroebelen. Maar doordat ze andere vrouwen zo verbeten terecht wijst, openbaart zich ook danig de beperking van wat je inmiddels best een genre kunt noemen: het werkendemoederpamflet.

Drayer is een zogeheten ‘arbeidsmarktfeministe’. Ze is niet zo fel als econome Heleen Mees, die vrouwen wel naar de top lijkt te willen knuppelen om macht evenrediger te verdelen en te voorkomen dat Nederland een economisch sufferdje wordt. Wel bepleit Drayer een plicht tot economische zelfstandigheid, en vindt ze dat hoog opgeleide vrouwen die ervoor kiezen thuis te blijven, hun studiekosten terug moeten betalen. ‘Hun arbeidsethos is van een verbluffende nuffigheid’, schrijft ze. Keuzevrijheid is hier het hoogste goed, en vrouwen kiezen er te veel voor thuis te blijven – slechts dertig procent werkt voltijds. Nog niet de helft is economisch zelfstandig, al is de arbeidsdeelname van vrouwen gegroeid. Het anderhalfverdienersmodel bevalt ons (m/v) kennelijk het best.

Moederdieren

Voor een feministe van ‘klassieke snit’ als Drayer (1957) is het moeilijk te verkroppen dat vrouwen hun moeizaam bevochten rechten niet benutten. ‘Keuzefeministes’ die vrouwen de vrijheid om niet of nauwelijks te werken wél gunnen, bevinden zich volgens Drayer in een ‘unholy alliance’ met orthodox religieuzen, moederdieren en andere engerds die vrouwen uit het openbare leven willen houden: zij houden de machtskloof tussen man en vrouw in stand.

Maar door keuzefeminisme op één lijn te zetten met misogyne seksesegregatie in niet-westerse landen, ontketent Drayer alleen een volgende ronde in de vuile oorlog die er in dit type boek wordt gevoerd. Keuzefeministen ontlopen weliswaar steevast de vraag naar macht en invloed, maar arbeidsmarktfeministen miskennen bewust de tegenpartij. Drayer haalt heel veel recente boeken aan, maar niet F*ck, ik ben een feminist van Roos Wouters, die met haar stichting het Nieuwe Werken een betere zorg/werkbalans voor man én vrouw bepleit. De generatie van Wouters (1974) verzet zich niet tegen het patriarchaat of luie vrouwen, maar tegen het allang achterhaalde, rigide kostwinnersmodel. Flexibilisering en informalisering van werk verheft het schipperen tot norm, maakt het gezinsleven eenvoudiger en arbeidsparticipatie gelijkwaardiger.

Zó’n uitgemaakte zaak is het voor Drayer dat vrouwen niet willen werken, dat ze praktische belemmeringen als de prijs van kinderopvang bagatelliseert en verzuimt de Nederlandse situatie te vergelijken met andere landen. Dat deed Volkskrant-journaliste Marjon Bolwijn wel, die zich voor haar genuanceerdere De ideale werknemer is een moeder (2009) verdiepte in het Zweedse model van hoogstaande, permanente opvang. Consistent beleid sinds de jaren vijftig bracht daar een cultuuromslag op gang, concludeert ze. Tachtig procent van de Zweedsen met een baan werkt fulltime. Nederland bezuinigt op kinderopvang zodra veel ouders daar ook gebruik van maken. In Duitsland is er een uitgebreider verlof op voorwaarde dat vaders dat óók opnemen. Liever dan dit soort zaken te noemen zet Drayer vrouwen weg als lethargische mutsen en laat ze mannen en overheid buiten schot. Hoe feministisch kun je zijn?

En zo gaat Drayer aan wel meer zaken voorbij. Het is bijvoorbeeld één ding om pal te staan tegen de hoofddoek en de neiging van sommige moslims hun dochters gescheiden te willen laten zwemmen, vrouwen geen hand te geven of een arts van de eigen sekse te eisen. Natuurlijk, dat komt neer op uitsluiting van vrouwen en is dus niet te tolereren – vervang, zo betoogt Drayer instructief, het woord vrouw in al deze voorbeelden door ‘zwarte’ en je ziet hoe het zit. Maar wat vindt Drayer dat we moeten doen als meisjes in waterrijk Nederland vervolgens weg worden gehouden bij zwemles, vrouwen bij de dokter? Hoe om te gaan met de niet zo heldere praktijk? We lezen het nergens.

Interessanter is Drayer als ze ‘het sprookje van moeder Natuur’ ontrafelt. New-Agemotieven, vrouwelijk chauvinisme en het ‘neurocentrisme’, de popularisering van de hersenwetenschap die de mens tot verlengstuk van zijn brein reduceert, geven de verering van het moederschap momenteel een nieuwe impuls. Voor je het weet, waarschuwt ze, maken conservatief-religieuze mannen hiervan gebruik om de vrouw weer achter het aanrecht te duwen.

Van het ‘lyrisch gezever’ van de ‘verschilfeministen’ die ‘vrouwelijke waarden’ als overleg en gelijkwaardigheid impliciet als superieur zien aan mannelijke competitiedrang en strijdbaarheid, moet Drayer niks hebben. Zelfs de onmiskenbare vervrouwelijking van de maatschappij bevalt haar niet, zolang vrouwen ‘in de grotemensenwereld geen rol van belang’ spelen. De vervrouwelijkte maatschappij is kennelijk een kleutercrèche, want alleen de mannelijke werkarena is de ‘grotemensenwereld’. Alleen al linguïstisch gezien is dit niet heel gelukkig.

Als werkendemoederpamflet vol felle standpunten, editie 2010, voldoet Verwende Prinsesjes prima. Maar kan er nu eens een diepgravender boek komen dat dit debat voorgoed in het enig juiste perspectief zet? Het perspectief van, om er eens een klassieker tegenaan te gooien, Man, Vrouw, Maatschappij? Het draait niet alleen om vrouwen, het draait om twee visies op wat een samenleving is of kan zijn. Moeten vrouwen net als mannen razendsnel fulltime de economische ratrace in, omdat we anders nooit een kans maken tegen China? Of hebben gelukseconomen een punt, en worden man, vrouw, kind én economie beter van een flexibeler, meer op maat gesneden verdeling van arbeid en zorg?