Sierlijke Oezbeekse zang

Rozaneh en Monajat Yulchieva. 4/11 Zuiderpershuis, Antwerpen. Herh 5/11 Amsterdam, 6/11 Utrecht, 7/11 Middelburg. ****

De Oezbeekse zangeres Monajat Yulchieva is iemand die je kan doen vergeten waar je bent. Met de wendingen die ze haar stem gisteren in het Antwerpse Zuiderpershuis liet uitvoeren, trok ze je een wereld in die zij al zingend vorm en kleur gaf. Het repertoire, voornamelijk liederen op religieus getinte poëzie, bood haar de gelegenheid om telkens weer een brug te slaan naar het publiek. Het leek of de woorden diep binnenin haar opwelden en, al naar gelang de lading, gestalte kregen in melodieën vol versieringen en sierlijk geplaatste accenten. Alle nuances in timbre en volume, waarmee ze de lucht kleurde, werden geschraagd door een trio van lijsttrommel en snaarinstrumenten dat haar op de voet volgde.

Het contrast met de zes Iraanse vrouwen van Rozaneh kon nauwelijks groter zijn, al putten ze voor hun muziek en teksten uit dezelfde bron. Waar Yulchieva gracieus en licht was, klonk dit ensemble schools en zelfs wat plomp. Dat laatste werd mede veroorzaakt door een te hoog opgeschroefde versterking.

Het klankbeeld deed denken aan een maag onder hoogspanning na een al te overvloedige maaltijd – alles zat elkaar in de weg. De beheersing was er wel, maar ze speelden alsof ze bezig waren een moeilijke som op te lossen. Ze liepen langs paden waar ze geen millimeter van afweken. Bij Yulchieva kreeg de muziek alle ruimte om te ademen.