Rintje

‘Volgende week mogen we weer langs de deuren om te zingen,’ zegt Tobias. ‘En deze keer wil ik het allermeeste snoep ophalen van iedereen!’

‘Dan moeten we ook het allermooiste lied zingen,’ zegt Rintje.

‘Maar we hebben toch een heel erg leuk lied,’ zegt Henriette. ‘Ik zal het nog eens voorzingen, dan doen we het daarna met z’n drieën.’

‘Sint Maarten, Sint Maarten,

Wij willen heel veel taarten,

honden hebben staarten,

Die gaan allemaal heen en weer

Daar is Sinte Maarten weer!’

‘Ja, dat is heel mooi, maar dat zingen bijna alle honden die langs de deuren lopen al,’ zegt Rintje. ‘Ik heb een veel leuker liedje, misschien kennen jullie het nog?’

‘Sint Maarten, Sint Maarten,

Ik ben een groot gevaarte

Geef me nu een berg met snoep.

Anders poep ik op je stoep!’

‘Het is wel een beetje vies,’ zegt Tobias. ‘Met die poep op de stoep!’

‘Ja, maar het is grappig bedoeld,’ zegt Rintje. ‘We gaan natuurlijk niet echt op de stoep poepen!’

‘Eigenlijk moeten we een lied zingen dat helemaal nieuw is,’ zegt Henriette. ‘Dat is ook het leukst voor de mensen bij wie we aanbellen. Dan horen ze echt iets bijzonders, en krijgen we meer snoep.’

‘En we moeten er ook voor zorgen dat we er heel anders uitzien dan vorig jaar!’

zegt Tobias.

‘Met andere lampions?’ vraagt Henriette.

‘Ik heb een idee!’ zegt Rintje. ‘We maken dit jaar geen lampion aan een stokje maar een lampion die we op ons hoofd kunnen zetten, als een soort hoedje!’

‘Maar dat is eng, want dan heb je een kaars op je hoofd!’ zegt Henriette. ‘Straks staat onze vacht in brand!’

“We doen het niet met echt vuur, maar met lampjes op batterijen,’ zegt Rintje. ‘Dan kan er niks gebeuren.’

‘Kom, we gaan knutselen!’ zegt Tobias. ‘We moeten met papier en ijzerdraad eerst een grote bol maken.’

‘Ja, daar maken we alle drie een gek hoofd van,’ zegt Henriette. ‘Dan lijkt het net alsof we een extra hoofd hebben dat licht geeft!’

In de schuur gaan ze aan de slag. Met mooi dun gekleurd papier maken ze alle drie een bol die op hun hoofd past. Daar schilderen ze met verf een gezicht op.

‘Ik vraag wel aan mijn moeder of ze helpt met een lampje,’ zegt Rintje. ‘Maar eerst moeten we ze even opzetten!’

‘We lijken wel een paar sprookjesdieren,’ zegt Henriette.

Ja, of monsters!’ zegt Tobias.

‘Straks gooit iedereen van schrik de deur dicht als ze ons zien!’ zegt Rintje.

‘Niet als ze ons prachtige lied horen!’ zegt Henriette

wordt vervolgd