Rijksrecherche doet veel onderzoek naar politici

Wethouders en gemeenteraadsleden komen relatief vaak voor in onderzoeken naar corruptie of fraude bij de overheid. Eenvijfde van de door de Rijksrecherche onderzochte overheidsfunctionarissen was raads- of collegelid.

Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde onderzoek Niet voor persoonlijk gebruik van de Rijksrecherche. Het is een analyse van 221 meldingen die binnenkwamen bij Rijksrecherche, FIOD/ECD en SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) in de jaren 2003-2007. Dat leverde 73 strafrechtelijke onderzoeken op, die nog niet allemaal zijn afgerond.

Het rapport wijst erop dat het aantal beschikbare onderzoeken te gering is om er algemene conclusies uit te trekken, ook niet over het percentage politici dat bij malversaties betrokken zou zijn geweest. Het merendeel van de ambtenaren die voorkomen in de dossiers van de Rijksrecherche heeft een leidinggevende functie. Er zijn aanwijzingen dat andere landen de besluitvorming in Nederland willen beïnvloeden en daarbij ook gebruikmaken van migranten. Uit het rapport blijkt dat allochtone ambtenaren niet kwetsbaarder voor corruptie zijn dan autochtonen.

De bouw en de onroerendgoedsector zijn, met ruim 75 procent, oververtegenwoordigd in de onderzoeken. Vooral aanbestedings- en gunningsprocedures zijn corruptiegevoelig. Andere kwetsbare branches zijn milieubeheer, gevangeniswezen en horeca. Ambtenaren nemen vaker het initiatief tot omkoping dan externe belanghebbenden. In 25 onderzoeken was sprake van belangenverstrengeling. Als dat vervolgens leidt tot omkoping, gaat het de ambtenaar meestal om geld, doorgaans enkele duizenden euro’s. Vertrouwelijken documenten gaan voor enkele honderden euro’s van de hand. De prijs voor een Nederlands paspoort kan oplopen tot 15.000 euro. Eén ambtenaar wilde geen geld, maar cocaïne voor eigen gebruik.