Partikels

Je hoort weleens zeggen: het zijn de kleine dingen die het ’m doen. Dat geldt zeker voor de taalwetenschap. De grote woorden zijn voor een taalwetenschapper zelden interessant. Dat zijn de bakstenen die kant en klaar uit de steenfabriek komen. De intenties, vaardigheden en gedachten van de metselaar komen niet tot uitdrukking in die stenen, maar in de kleine, smalle randjes van het voegwerk. Dit voegwerk bestaat ook in de taal: het zijn de kleine onopvallende woordjes, zoals ‘wel’ of ‘toch’, die partikels worden genoemd. Dat zijn de woordjes waarover een spreker niet bewust nadenkt. En juist daarom verraden ze zijn ware bedoelingen.

Deze week beleefde premier Rutte zijn debuut in een van de plechtigste taken van de regeringsleider: het spreken van memorabele, waardige woorden bij het overlijden van een grote Nederlander. Harry Mulisch was dood. Rutte kweet zich vol bravoure van zijn gewichtige taak. Hij sprak grote woorden. Hij sprak van „een groot verlies voor Nederland en voor de Nederlandse literatuur” „universele en herkenbare thema’s” en van „internationale statuur”. En toen zei hij: „Mulisch was een echte intellectueel die met zijn boeken desondanks het hart wist te raken van een groot lezerspubliek.”

Desondanks. Dit ene onnadenkend ingevoegde partikel opent een duizelingwekkend vergezicht op de opvattingen van Rutte over kunst, over het kunstbeleid van zijn kabinet en over de tijdgeest waarbij dit beleid hoopt aan te sluiten. Het hart raken van een groot publiek. Dat is goed. Dat is wat kunst moet doen. De musicals van Joop van den Ende doen dat. Mulisch deed dat. En dat was in zijn geval extra knap, want hij had een stevige handicap: hij was een intellectueel. Niet zomaar een achterkamertjesintellectueel, maar een echte. Ook dat nog. Maar desondanks is het hem toch maar gelukt. Mulisch was, om in een oorlogmetafoor te spreken, zoiets als een goede mof. Hij was fout, want hij was een intellectueel. Maar toch stond hij aan onze kant, want hij sprak niet tot de hoofden van zijn mede-intellectuelen, maar tot de harten van Henk en Ingrid. Een intellectueel die gratie krijgt van de premier.

Ilja Leonard Pfeijffer is columnist voor nrc.next