Obama treft een zelfverzekerd India

Obama komt vanaf morgen de vriendschapsbanden met India aanhalen. Het begin van een reis door Azië, in een boog om China heen.

Jasreen (28) uit Gurgaon bij New Delhi werkt alleen ’s nachts, als Amerika wakker is. Binnenkort gaat ze naar Ohio. Haar Amerikaanse baas, die webportalen voor universiteiten ontwerpt en beheert, is zo tevreden dat hij haar tijdelijk naar het hoofdkantoor haalt. Generaties ambitieuze Indiërs zijn in het verleden naar het Westen getrokken, omdat alleen daar ontplooiingskansen waren. Jasreen vertolkt het nieuwe zelfvertrouwen van India. De reis is goed voor haar carrière, zegt ze, maar haar toekomst ligt in India. „Ik ben optimistisch over mijn land”.

Jasreens wereldbeeld zal de komende dagen vaak terugkomen in de berichtgeving over India. Morgen komt de Amerikaanse president Barack Obama op bezoek. Hij blijft drie dagen, het langste buitenlandse bezoek sinds zijn aantreden en het begin van een dertiendaagse reis door Azië, waarbij hij verder Indonesië, Zuid-Korea en Japan aandoet.

De toenemende economische verwevenheid tussen het opkomende India en het met recessie kampende Amerika zal een overheersend thema zijn. Maandag spreekt Obama in Delhi het parlement toe. Maar eerst gaat hij naar Mumbai, India’s economisch en financiële centrum, dat twee jaar geleden werd getroffen door Pakistaanse terreur. Tweehonderdvijftig topbestuurders uit het Amerikaanse bedrijfsleven reizen mee.

De electoraal in het defensief gedrongen Obama is dringend op zoek naar exportmogelijkheden en kansen om banen te scheppen in eigen land. Volgens zijn economisch veiligheidsadviseur Mike Froman is India „een geweldige potentiële markt voor Amerikaanse export en een bron voor investeringen in de VS”.

Toch zijn de verwachtingen niet hoog gespannen. Er spelen allerlei handelsconflicten. Ook in geopolitiek perspectief zitten India en de VS lang niet altijd op één lijn.

Vervolg India wil geen vazalstaat VS zijn: pagina 5

India wil geen vazalstaat zijn

Bij de Verenigde Naties stemt India veel vaker niet mee met de VS dan wel. Het wantrouwt de VS wegens de steun aan aartsrivaal Pakistan, en het volgt het Westen niet in de veroordeling van landen als Birma en Sri Lanka. En het wil met zijn concept van ‘strategische autonomie’ voor alles niet worden gezien als een vazalstaat die Amerikaanse belangen in de regio verdedigt.

Obama komt om de vriendschapsbetrekkingen verder aan te halen, niet om baanbrekende nieuwe initiatieven aan te kondigen, denken analisten. Dat is een scherp verschil met het presidentschap van George W. Bush, achteraf beschouwd als ‘een gouden periode’ in de betrekkingen. Bush forceerde een historische doorbraak door het licht op groen te zetten voor nucleaire samenwerking met India, tot dan op dat vlak internationaal een pariastaat.

De nucleaire deal was volgens analist Stephen Cohen van de Amerikaanse denktank Brookings Institution een klassiek voorbeeld van strategische indamming van China. „Bush beschouwde de opkomst van China onvermijdelijk als vijandig jegens de VS en de buurstaten” zei hij op een lezing in Delhi. Obama en ook de Indiase regering stellen zich terughoudender op. Ze varen op de koers van ‘wait and see’, aldus Cohen.

Analist Bharat Karnad van het Centre for Policy Research in Delhi vindt dat India zich veel assertiever moet opstellen jegens China, „uiteindelijk de grootste bedreiging voor zowel India als de VS”. Dat Bush om die reden besloot tot het nucleaire akkoord kan hij waarderen. Maar het akkoord zelf beschouwt hij als een ‘valstrik’ om India’s militaire nucleaire capaciteit aan banden te leggen.

Non-proliferatie is volgens Karnad het grootste struikelblok in de relatie tussen India en de VS. „Obama blijft aandringen op ondertekening van het verdrag tegen nucleaire tests. Dat strookt niet met ons veiligheidsbelang. Wij moeten nieuwe nucleaire tests doen om vast te stellen dat onze nucleaire afschrikking deugt.”

Obama zal geen publiekelijke steun uitspreken voor permanent lidmaatschap van India in de Veiligheidsraad. Karnad maakt zich daar niet druk over. „Als we onze economische groei volhouden en wij onze nucleaire defensie in orde hebben, maakt het niet uit wat anderen zeggen. Over vijftien jaar zal de wereld ons smeken om in de Veiligheidsraad te komen met een vetorecht.”

    • Wim Brummelman