Nieuw: zesjarige havo en mavo-plus

Een vmbo’er die naar de havo wil, vist nog wel eens achter het net. Niemand wil toekomstige afhakers. Een enkele havo zoekt betere aansluiting op het vmbo.

De locatie in Hoofddorp van de VMBO school het Nova College. Het centrale trappenhuis aan het eind van de ochtend pauze, op de locatie krijgen 2400 leerlingen onderwijs. FOTO: BRAM BUDEL Bram Budel

Ze willen wel verder leren, maar het mag niet. Jaarlijks horen ongeveer 1.100 scholieren die de theoretische leerweg van het vmbo hebben afgerond, dat zij niet welkom zijn op de havo. Veel scholen stellen aanvullende eisen voor vmbo’ers die willen doorstromen: ze weigeren bijvoorbeeld leerlingen die gemiddeld lager dan een zeven scoren bij hun eindexamen.

Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) schreef de Tweede Kamer woensdag dat zij er geen probleem mee heeft dat scholen dit soort eisen stellen, als ze maar duidelijk communiceren over de criteria die ze hanteren. Het recht op toelating tot een school bestaat niet, aldus de minister.

Directeur Rob Limper van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO), een belangenorganisatie voor ouders, leraren en bestuurders die betrokken zijn bij het openbaar onderwijs, is ontstemd over het optreden van de minister. „Ik vind dat leerlingen naast de leerplicht ook leerrechten hebben. Eén zo’n recht is dat een behaald diploma een zekere waarde heeft. Scholieren die vmbo-t hebben gedaan, moeten daarna naar de havo kunnen.”

Eveline Karelsen, afdelingsleider havo van het Edison College in Apeldoorn, legt uit waarom haar school, als een van de laatste scholen in de omgeving, extra toelatingseisen is gaan stellen aan vmbo-leerlingen die willen ‘stapelen’. „Veel kinderen blijken te worstelen met de overstap van het ene naar het andere schooltype. De manier van leren verschilt te veel. We hadden daardoor te maken met een fiks aantal afvallers. Dat is slecht voor het zelfvertrouwen van die kinderen. Daarom vragen we nu om een zeven gemiddeld en brengen we een advies uit.”

Rieks Schoenmaker, voorzitter van het college van bestuur van scholengemeenschap Erasmus in Almelo, kan zich „de strengheid” van scholen die vmbo’ers weigeren wel voorstellen. „Je ziet dat leerlingen het moeilijk krijgen op de havo. Veel stapelaars doubleren in het eerste jaar, of haken af en halen hun diploma helemaal niet. Dat wil je iemand niet aandoen.” Het gaat schoolbesturen volgens hem niet om het halen van een zo hoog mogelijk rendement. „Zomaar doorstromen is niet in het belang van de leerlingen.”

Om de aansluiting tussen vmbo en havo te verbeteren, is Schoenmaker twee jaar geleden begonnen met ‘mavo-plusklassen’. „Het verschil tussen havo en vwo is kleiner dan tussen vmbo en havo”, legt hij uit. „De overstap is ook moeilijker dan vroeger, vóór de introductie van het vmbo. Dat ligt vooral aan wiskunde en de moderne talen. Op het vmbo krijgen ze die onvoldoende om goed mee te kunnen op de havo. Dat was vroeger beter.”

Overigens is het op het Erasmus ook mogelijk om op de reguliere manier na het vmbo naar de havo te gaan. Daarnaast bestaan er nu twee mavo-plusklassen. De school kiest er bewust voor om dat aantal klein te houden, zegt Schoenmaker. De ervaringen zijn goed, maar „niet iedereen is er voor geschikt”.

Bij het Edison College wordt ook hard nagedacht over manieren om de doorstroming van leerlingen te verbeteren. Aanvullende eisen stellen bleek niet zaligmakend, zegt Karelsen. „Ook de vmbo-scholieren met een zeven gemiddeld lopen tegen aanpassingproblemen op.” Daarom is haar school van plan volgend jaar met een geheel nieuwe leerrichting van start te gaan: vmbo-havo theoretische leerweg.

Het gaat hier niet om „een extra lesje Nederlands of wiskunde”, legt Karelsen uit. „Dit wordt eigenlijk een zesjarige havo-opleiding. We gaan de leerlingen meteen zelfstandig leren werken, zoals dat op de havo gebeurt. Dat zorgt ervoor dat ze zich na het behalen van hun vmbo-diploma niet aan een nieuwe werkwijze moeten aanpassen.”

De nieuwe leerweg is wat Karelsen betreft ideaal voor kinderen die bij hun schooladvies net op het randje van vmbo en havo zitten. „Doordat ze een jaartje extra krijgen, kunnen we straks leerlingen aan boord houden, die anders wellicht van de havo zouden moeten afstromen. Zo’n nare ervaring bespaar je een kind in zijn pubertijd natuurlijk graag.”

Directeur Limper van de VOO staat niet afwijzend tegenover dit soort initiatieven, maar wil desalniettemin de Tweede Kamer mobiliseren om Van Bijsterveldt op andere gedachten te brengen. „Je moet je niet blindstaren op de vmbo-scholieren die niet succesvol zijn met de overstap naar de havo. Het gaat om de kinderen die het wél goed doen. We kunnen in Nederland elke extra stapelaar goed gebruiken.”