Laat ze maar kikkers eten

Birma’s regime weigerde in 2008 hulp van buiten na de cycloon Nargis. De bevolking was de dupe. En is nog steeds de dupe, concludeert AUKE HULST

A woman sits in front of a shop in central Yangon in this September 1, 2010 picture. REUTERS/Soe Zeya Tun(Myanmar - Tags: SOCIETY IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Emma Larkin: Everything is Broken. The Untold Story of Disaster Under Burma’s Military Regime. Granta, 265 blz. € 18,-.

Ramsey Nasr: In de gouden buik van de Boeddha. Met foto’s van Diego Franssens. Bezige Bij, 256 blz. € 24,50

Toen op 2 mei 2008 de cycloon Nargis over de dichtbevolkte Irrawaddy-delta raasde, vonden zeker 138.000 mensen de dood en raakten miljoenen dakloos. Wat de rijstschuur van het land was, werd een grauwe soep van brak water en ontbindende lijken.

Wat de wereld vooral schokte was de nasleep. Het militaire regime van Birma (door de junta zelf Myanmar genoemd) weigerde hulp van buiten. Zelf kreeg ik er als vrijwilliger van het Nederlandse Birma Fonds mee te maken – de bescheiden noodhulp die het Fonds kon bieden, kon alleen via smokkelroutes de delta bereiken.

Twee nieuwe boeken bieden inzicht in de oorzaken, de gevolgen en de betekenis van de ramp. In Everything Is Broken laat de Amerikaanse schrijfster Emma Larkin – die met Secret Histories al een prima introductie tot Birma schreef (2005) – zien hoe een natuurramp een door de mens gemaakte ramp wordt. Het is een boek dat trefzeker politieke analyse koppelt aan de menselijke maat, en met de cycloon als prisma een waaier aan Birmese eigenaardigheden blootlegt.

Larkin drong vlak na de ramp door tot de delta, die een jaar na Nargis ook zou worden bezocht door Ramsey Nasr. Reizend in het spoor van een Vlaams medisch team dat gefilmd werd voor het tv-programma Wildcard, hield de Dichter des Vaderlands een reisdagboek bij, nu verschenen als In de gouden buik van de Boeddha.

Larkins persoonlijke verhalen zijn onvermijdelijk hartverscheurend – van het tienermeisje dat dagen liep op zoek naar overlevenden, tot de man die zijn hele familie in de golven zag verdwijnen. In de delta weet niemand wat er precies gebeurd is, omdat betrouwbare berichtgeving ontbreekt. ‘Sommigen geloofden dat de hele wereld overspoeld was door de monsterstorm’, aldus Larkin. De in Bangkok woonachtige schrijfster, binnengekomen met een toeristenvisum, zit eerst gevangen in hoofdstad Yangon, waar ze spreekt met overlevenden en hulpverleners. ‘Ik begon het vrij normaal te vinden over de details van menselijke ontbinding te spreken,’ schrijft ze. ‘Ik bladerde door foto’s van de doden zoals ik door het vakantiealbum van een kennis zou gaan.’ In de delta blijkt het lastig die distantie te handhaven.

Haar boek is een boek over grove nalatigheid. Hoe is het mogelijk dat hulp wordt tegengewerkt en dat de overheid de hulpgelden afroomt door lokale Foreign Exchange Certificates tegen een te hoge wisselkoers te verkopen? Hoe is het mogelijk dat het regime mensen al snel weer terugstuurt naar het rampgebied?

Doodleuk

Staatsorgaan The New Light of Myanmar verklaart doodleuk dat het volk geen ‘chocoladerepen van de internationale gemeenschap’ bliefde en ‘prima in staat is zonder internationale hulp een ramp het hoofd te bieden’. Ze konden immers altijd vissen, en trouwens: ‘grote eetbare kikkers zijn alom aanwezig in het vroege regenseizoen.’

Nasr vraagt zich voor vertrek af ‘hoe we op een puur humanitaire missie de politiek zullen kunnen ontwijken’. Het antwoord is: niet. Het tv-programma kan slechts werken met toestemming van de junta. Dat betekent: de onvermijdelijke propagandashow.

Bij Nasr leidt de zichtbare en onzichtbare bemoeienis van het regime tot een bekend fenomeen onder nieuwbakken Birma-bezoekers: totaalparanoia. Dat gevoel lijkt mede gevoed te worden door gebrekkige kennis en voorbereiding, die bij Nasr soms aandoenlijk is, maar ook storend kan uitpakken. Zo neemt hij voetstoots aan dat de verhuizing van de hoofdstad – van Yangon naar nieuwbouwstad Naypyidaw – is ingegeven door waarzeggers, zoals het gerucht wil, terwijl Larkin laat zien dat er wel degelijk politieke afwegingen aan ten grondslag lagen. Zoals angst voor een Amerikaanse invasie en de noodzaak ambtenaren te isoleren van subversieve krachten in Yangon.

Larkin op haar beurt maakt uitstapjes naar de vorming van het land, het begin van de dictatuur in 1962, tot de bloedig neergeslagen studentenprotesten van 1988 en de opstand van 2007. Naar de macht van waarzeggers, en naar de maatschappelijke rol die roddels en geruchten spelen. ‘Van belang in deze context is niet of ze waar zijn, maar of mensen gelóven dat ze waar zijn.’

Door orkaan Nargis als uitgangspunt te nemen, is Larkin erin geslaagd inzicht te bieden in een militair regime dat internationaal onzichtbaar probeert te zijn. Pogingen om de destructie in de doofpot te stoppen werkten contraproductief, zegt Larkin. Het oorspronkelijke verhaal van amoreel natuurgeweld werd een verhaal over immoreel wanbeleid, desinteresse en brutaliteit. De censuur op nieuws en foto’s liet zien dat ‘de autoriteiten de ramp behandelden alsof het iets was dat voor het publiek verborgen moest worden. Door deze geheimzinnigheid kregen clandestiene beelden een nieuwe functie: beelden van door de natuurramp gedode mensen werden een portret van harteloze verwaarlozing door een verwerpelijk regime. [...] De gedachte dat hordes westerse hulpverleners, met hun verheven ideeën over democratie en gelijkheid, het land binnen zouden stromen, was een gruwel voor ze.’

Zere plekken

Nasr dringt minder diep door in het land – en dat is gezien de aard van zijn missie begrijpelijk. Eén reis door Birma is ook veel te weinig om dit land van schimmen en schaduwen te kunnen begrijpen. Pas aan het eind van het boek legt Nasr trefzeker een paar vingers op zere plekken. Zijn de westerse sancties tegen het land functioneel, of hebben ze bijgedragen aan het lijden van het volk? Waarom staat het Westen toe dat het land wordt overgenomen door China? En waarom dwepen we zo met Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, die al jaren in huisarrest zit? ‘Zij wordt aanbeden zoals het een icoon betaamt. Maar met een ideaal kun je niet onderhandelen.’ En dat is misschien nog het grootste probleem – vooruitgang kan slechts in stappen geboekt worden, maar de versteende top van de oude oppositie mist de flexibiliteit om van absolute eisen af te stappen.

Deze maand zal Birma weer voor even uit de vergeetput van de wereld stappen, vanwege de ‘historische’ verkiezingen van 7 november, de eerste ‘vrije’ verkiezingen sinds 1990. Indertijd kregen de generaals een electorale oorwassing van de Nationale Liga voor Democratie van Suu Kyi, die sindsdien onder huisarrest staat. Waarnemers en buitenlandse journalisten zijn zondag a.s. niet welkom, en de junta heeft zich middels de nieuwe grondwet al ingedekt – 25 procent van de parlementszetels is gereserveerd voor het leger, en voor een verandering van de grondwet is een meerderheid van 75% nodig.

Hopelijk zal, beetje bij beetje, met een constructieve benadering van de wereldgemeenschap, het fundament onder het schrikbewind eroderen.