Koreaanse en andere rampspoed

Hij schrijft aangrijpend en uitgesproken proza en wordt gezien als een van de beste Amerikaanse schrijvers van zijn generatie. Minder ambitie zou Chang-rae Lee best goed doen.

Chang-rae Lee: The surrendered. Riverhead Books, 469 blz. € 27,- (geb.). Vertaald door Ronald Vlek (Overgave). Atlas, 480 blz. € 24,95

‘De tocht was bijna voorbij.’ Dat zijn de openingswoorden van Chang- rae Lees vierde roman, een intrigerend begin dat intrigerender wordt naarmate we ons gaandeweg realiseren dat ‘de tocht’ in meer metaforische zin voor hoofdpersoon June Han pas begonnen is en vervolgens nog gedurende decennia en over verschillende continenten zal worden voortgezet. Van het Korea van 1950, waar die eerste woorden betrekking op hebben, naar het New York en omgeving van de jaren tachtig, tot aan het hedendaagse Italië, met daartussendoor veel flashbacks naar het verleden die het verhaal langzaam gestalte geven.

The Surrendered is een ambitieus en breed opgezet boek dat Lee’s reputatie als subliem stilist zal bestendigen maar dat toch, na een grootse opening, opnieuw doet terugverlangen naar de kleinschaligheid, de bijna beklemmende authenticiteit van Lee’s debuut Native Speaker. Dat boek, verschenen in 1995 en gesitueerd in de Koreaanse gemeenschap in New York, werd overladen met maar liefst zes prijzen, waaronder de PEN/Hemingway Award. Hoe kom je daar over heen, als schrijver?

Chang-rae Lee leek zich er niet om te bekommeren. Hij publiceerde A Gesture Life (1999) dat vooral memorabele momenten kende in de contrasten tussen tederheid en primitieve wreedheid, en Aloft (2004) waarin hij voor het eerst de Aziatische connectie verliet en een ‘all American suburbia’-roman neerzette die zijn schatplicht aan John Cheever, Richard Ford maar ook John Updike aantoonde. Een boek, alweer met onmiskenbare verdiensten; maar de jury is, wat mij betreft, nog steeds in beraad over de vraag of Lee die voor een waarlijk oeuvre zo noodzakelijke ‘tweede roman’ al wel heeft geschreven. En die vraag kan, denk ik, met de verschijning van deze nieuwe roman, ondanks alle verdiensen, ook nog niet honderd procent met ja beantwoord worden.

Schuld

Hoofdpersoon is June Han, een 11-jarige oorlogswees uit de Koreaanse oorlog, beslissend getraumatiseerd door het verlies van haar familie en vooral haar schuld aan de dood van haar jongere broer, die ze achterlaat om haar eigen leven te redden. De gruwelen die ze meemaakt worden dermate grafisch verteld dat de lezer gedurende de rest van de vertelling lange tijd bereid is haar harde, vaak onvoorspelbare gedrag te accepteren. Ook en vooral wanneer ze in een weeshuis in Korea terechtkomt dat gedreven wordt door een zendelingenechtpaar waarvan de vrouw Sylvie haar eigen traumatische geschiedenis heeft, die ze tracht weg te stoppen achter een morfine-verslaving. En in een verhouding met de Amerikaanse soldaat Hector, die bepaald twee-dimensionaal blijft in zijn huidige en vroegere leven, maar die uiteindelijk, gedreven door de omstandigheden, als de vader van June’s enige kind een belangrijke rol in het verhaal krijgt.

Een samenvatting als deze doet, zoals dikwijls, geen recht aan Chang-rae Lee’s ingenieus opgebouwde verhaal dat behalve heftig en wreed ook teder en intiem is. Lee situeert June als vrouw van middelbare leeftijd in New York, waar ze een succesvolle handelaar in antiek was. Wetend dat ze stervend is aan kanker gaat ze in Italië op zoek naar de zoon die ze met Hector heeft, maar het probleem is nu juist dat alles aan de verhouding tussen Hector en haar ongeloofwaardig is.

Bereidwilligheid

Lee probeert, met zijn vaak overrompelende proza, enkele beslissingen en voorvallen aannemelijk te maken. Maar die vragen toch werkelijk te veel van de bereidwilligheid van de lezer. Hoe krijgt June Hector na decennia zover haar stervende lichaam door Italië te sleuren op zoek naar iets en iemand die voor hemzelf tot dan toe nauwelijks een rol hebben gespeeld in zijn eigen leven? tot dan toe? Hoe geloofwaardig is de obsessie van June met een plaatsje in Italië dat een rol speelde in een Europese oorlog, een obsessie zo groot dat ze daar wil sterven?

Lee is als stilist bijna van het niveau Updike, die ook zijn lezers in zijn mindere boeken kon meevoeren op de cadans van zijn proza. Hij maakt diepe indruk met de manier waarop hij de ravage beschrijft die de oorlog in de levens van de hoofdpersonen heeft aangericht.

Tóch lijkt Lee op een kruispunt in zijn carrière als schrijver te staan. Hij is nog steeds een van de beste Amerikaanse schrijvers van zijn generatie; de grote epische vertellingen van zijn latere romans hebben hem weliswaar neergezet als iemand die een aangrijpend en tegelijk vaak uitgesproken elegant proza schrijft, maar terugbladerend vind ik nog steeds zijn debuut, Native Speaker, zijn beste boek.

Geen schrijver vindt dat leuk om te horen maar toch is het zo. Een roman waaraan alles klopte, elk detail en waarin de schrijver binnen de vrijheid van een hem meer dan bekend milieu het verhaal schijnbaar vanzelfsprekend zijn weg kon laten volgen. Lee zal, als hij het tempo aanhoudt waarin hij nu publiceert, zijn volgende roman in 2017 het licht doen zien. Misschien moet iemand hem adviseren zijn epische ambities van het schrijven van monumentale romans, breed in tijd en ruimte, althans voor een keer terzijde te schuiven en terug te gaan naar de omgeving die hij het best kent.