Joseph Beuys, mekkerend als een schaap

Het Stedelijk Museum grijpt de Museumnacht aan voor een ‘tegendraads nachtprogramma’ dat om stilte draait. Je kunt er luisteren naar een dj die alleen maar conceptuele platen draait.

De Museumnacht, dat is dansen in zalen waar je doorgaans stil hoort te zijn, luisterend naar beats waarmee je normaal gesproken je ouders de stuipen op het lijf jaagt. Eén keer per jaar mag er in 45 Amsterdamse musea en culturele instellingen tot in de kleine uurtjes gegeten, gedronken, gelounged en gefeest worden. Die ene nacht per jaar willen de musea zich van hun hipste kant laten zien.

Behalve het Stedelijk Museum dan. Want dat museum presenteert zich dit jaar met het programma Stil(l) Stedelijk juist van zijn rustigste kant. „Ontvlucht de drukte, kom tot rust en geniet... in stilte”, prijst het museum zichzelf aan op de website van de Museumnacht. Het Stedelijk organiseert morgenavond ‘tegendraadse nachtactiviteiten’ die geheel in stijl zijn met de zen-achtige kalmte die heerst op de heropeningstentoonstelling Taking Place. Zo kan het publiek in een van de lege expositiezalen ontspannen tijdens een workshop yoga. Er wordt slow food geserveerd en het Ives Ensemble voert de stiltemuziek van John Cage uit.

Maar het interessantst beloven de drie dj-sessies te worden met kunstenaarsplaten uit de collectie van het Stedelijk zelf. Conservator Bart Rutten, sinds 2008 verantwoordelijk voor onder meer de audiovisuele collectie, stuitte onlangs in het depot op drie archiefdozen met daarin een bescheiden elpeeverzameling. Samen met zijn stagiair Laurens Wirtz is hij nu bezig de collectie in kaart te brengen. Tijdens de Museumnacht krijgt het publiek alvast een voorproefje te horen: een half uur gevuld met experimentele klankpoëzie en krakerige opnames van kunstenaarsgesprekken.

„Het is een kunstvorm die erg past

bij zo’n avond”, vindt Rutten. „Veel musea nodigen tijdens de Museumnacht dj’s uit. Wij wilden een iets serieuzer programma samenstellen, maar dan wel met een knipoog. Bij ons kun je dus luisteren naar misschien wel de slechtste dj ooit: één die alleen maar conceptuele platen draait.”

Hilarisch is bijvoorbeeld het album Ja Ja Ja Nee Nee Nee uit 1970 van de Duitse kunstenaar Joseph Beuys, die twee elpeezijdes van 24 minuten lang helemaal heeft vol gesproken met de woorden ja en nee. Ja Ja Ja Nee Nee Nee is een opname van het gelijknamige Fluxus-concert dat Beuys in 1968 in de Staatliche Kunstakademie in Düsseldorf gaf. In verschillende intonaties, soms gemoedelijk of sussend, dan weer klagelijk en lamlendig, hoor je de kunstenaar steeds weer ‘ja ja ja ja ja ja’ en ‘nee nee nee nee nee nee’ kwebbelen. Af en toe lijkt hij maar met moeite zijn lachen in te kunnen houden. En na verloop van tijd is het net of je een mekkerend schaap hoort.

„Beuys spreekt hier in een Rheinisch dialect”, legt Wirtz uit. „In het Rheinland gebruikt men dat ‘ja ja ja’ vaak als stopwoordjes. Beuys vergroot dat uit, maakt er een karikatuur van. Het is een ontzettend grappige plaat. Je bent daarna zo melig dat je geen ja of nee meer kunt horen zonder in lachen uit te barsten.”

De elpeecollectie van het Stedelijk bestaat uit zo’n honderd albums. De meeste stammen uit de jaren zestig en zeventig, de tijd dat de conceptuele kunst een hoogtepunt beleefde, en zijn uitgebracht in een oplage van honderd tot vijfhonderd exemplaren. Vaak maakten kunstenaars destijds een elpee als vervanging van een catalogus, zoals het door Wim Crouwel vormgegeven album van Roland Topor uit 1975. Maar er zijn ook platen verzameld om de bijzondere hoes, zoals recentelijk nog Götterdämmerung (2003) van Marc Bijl. En in de jaren tachtig waren er kunstenaars, onder wie Jan Dietvorst en Peter Mertens, die tijdschriften in elpeevorm uitbrachten, met daarop gesproken interviews.

Het grootste deel van het programma zal morgenavond dan ook uit gesproken woord bestaan, in sets van steeds zes ‘nummers’. Daaronder klassiekers als de Ursonate van Kurt Schwitters, maar bijvoorbeeld ook experimentele geluidskunst van Lawrence Weiner, van wie het Stedelijk drie elpees in de collectie heeft.

Absurdistisch hoogtepunt

moet een fragment van Art by Telephone worden, een elpee die in 1969 diende als catalogus bij een tentoonstelling in het Museum of Contemporary Art in Chicago. Art by Telephone laat zich beluisteren als een ‘best-of’ van de conceptuele kunst, met grote namen als Bruce Nauman, Sol LeWitt, Hans Haacke, Jan Dibbets en William Wegman. In opeenvolgende tracks geven zij aan museumdirecteur Jan van der Marck instructies over hoe hij hun kunstwerken moet installeren. Zelf waren ze namelijk niet van plan naar Chicago af te reizen.

En dus hoor je Hans Haacke op bloedserieuze toon door een krakerige telefoonlijn zijn ideale kunstwerk beschrijven: „De ruimte zou leeg moeten zijn, met witte muren en niets wat visueel gezien de aandacht trekt. Het enige wat ik wil is dat er een duidelijk verschil in temperatuur is met de omliggende zalen.”

„Een lege maar koude ruimte dus?” vraagt de museumdirecteur nog ongelovig. Wist hij veel dat het idee van de lege zaal veertig jaar later in het Stedelijk Museum nog altijd actueel zou zijn.

De platen uit de museumcollec-tie zijn te horen van 19u30-20u, 21u-21u30 en 22u45-23u15. Zie voor het actuele programma www.stedelijk.nl. De opnames van Joseph Beuys en Art by Telephone zijn te beluisteren via www.ubu.com/sound/tellus_21.html en www.ubu.com/sound/art_by_telephone.html