In iedere vrouw blijft hij zijn dode zuster zoeken

Pia de Jong: Dieptevrees. Prometheus, 300 blz. € 17,95

Het is oneerlijk om beginnende schrijvers te vergelijken met grote voorgangers door wie zij beïnvloed zijn, maar Pia de Jong, die in 2008 debuteerde met de knappe W.F. Hermans-persiflage Lange dagen vraagt er om. Was Lange dagen een hedendaagse variant van Nooit meer slapen, haar nieuwe roman Dieptevrees over een broer-zus-relatie is geënt op Ik heb altijd gelijk, waarin de ik-figuur Lodewijk Stegman reflecteert op de dood van zijn zus Debora.

Het broertje-zusje motief was ook al aanwezig in Lange dagen, waarin het verhaal over een leven in een gezin met een autoritaire vader wordt verteld vanuit het perspectief van dochter Eva. Zij beschermt haar jongere, kunstzinnige broertje tegen de machovader die zijn zoon als een geboren loser beschouwt.

In Dieptevrees is de jongere broer de verteller. Net als W.F. Hermans’ personage Lodewijk Stegman kijkt deze 46-jarige Edmond Zwaen terug op een afschuwelijke jeugd met ouders die hem in de schaduw stelden van zijn briljante oudere zusje. Vanaf het begin van Dieptevrees is duidelijk dat Edmonds zus Eline op 23-jarige leeftijd verdwenen is en dat hij dat nooit heeft verwerkt

Hermans’ zus pleegde op 14 mei 1940 op 21-jarige leeftijd samen met haar 25 jaar oudere minnaar zelfmoord, kort nadat Nederland had gecapituleerd voor de Duitsers. In zijn Fotobiografie schreef Hermans daarover: ‘Mijn haat tegen mijn ouders veranderde toen in een bijna satanisch te noemen medelijden, omdat dit juist hun oudste kind overkwam, die altijd het gewilligste was geweest en over wie zij grote verwachtingen hadden gekoesterd.’ Ook Edmond Zwaen haat zijn ouders, niet omdat ze kleinburgerlijk, streng en zuinig zijn zoals die van Hermans, maar juist omdat ze als kunstenaars creativiteit en passie belangrijker vinden dan orde en regelmaat. Eline, die zich toen ze nog kinderen waren over hem ontfermde, had ook een kunstenaarsnatuur. Ze was de oogappel van haar artistieke ouders, speelde piano en ontpopte zich op de kunstacademie meteen als veelbelovend schilder.

Hoe anders verloopt het leven van Edmond. Hij zet zich juist af tegen zijn artistieke ouders die van hem vergeefs een danser wilden maken. Omdat hij op creatief gebied toch nooit opkon tegen Eline, gooide hij het over een andere boeg en koos voor een degelijke tandartscarrière. Ook hier volgt Pia de Jong min of meer de lotgevallen van Hermans. Die schreef in zijn Fotobiografie dat zijn zusje hem altijd door zijn ouders ten voorbeeld werd gesteld en dat ze op school beter presteerde dan hij. ‘Ik had het gevoel dat ik in dat opzicht haar niet kon overtreffen en dat ik het over een andere boeg moest gooien.’

Niettemin blijft Eline Edmonds ideaal. In iedere vrouw zoekt hij nog altijd zijn zus, met wie hij in zijn fantasie – en misschien ook in werkelijkheid – een incestueuze relatie onderhield. In Dieptevrees meldt zich plotseling een nieuwe patiënte, de 23-jarige fotografe Roza, seksueel beschikbaar en een kopie van zijn verdwenen zus. Met haar komt de tandarts niet tot een bevredigende seksuele relatie – wegens zijn ‘dieptevrees’ – en zij verdwijnt op dezelfde manier uit zijn leven als zijn zus: in de klauwen van een oudere, onbetrouwbare man die haar in het ongeluk zal storten.

Het is niet vergezocht om Ik heb altijd gelijk te lezen als een zoektocht naar de verloren zuster, met de bedoeling uiteindelijk met haar af te rekenen. Pia de Jong is niet de eerste die deze interpretatie kiest. Maar anders dan in haar debuut voegt ze met Dieptevrees te weinig oorspronkelijks toe. De personages blijven schimmen en het moeizaam vertelde verhaal is zonder de associatie met het zustermotief bij Hermans oninteressant.