In de ban van glits en glitch

Robert Wolfe: Glits. De Harmonie, 13+, 255 blz. €15,90

Een ‘glitch’ is een foutje in de elektronica of software. Een moment waarop het scherm even bevriest tijdens een game. Je hoort een plop – een piep – die klinkt als een stekker die in een versterker wordt gestoken. Iets wat er niet moet zijn maar er toch is, en dat onverwachte mogelijkheden biedt: een geheel eigen muziekstijl, de glitch.

Tot zover Wikipedia. ‘Glits’ is de Nederlandse benaming van schrijver Robert Wolfe voor een merkwaardig wezen in zijn jeugdroman die – jawel – Glits heet. De geleiachtige glits is de ene keer doorzichtig en de andere keer gekrompen, maar zet in zijn ongrijpbare aanwezigheid toch de levens van talloze mensen op zijn kop. Die van jonge scholieren en van ervaren rotten van de geheime dienst.

Twee agenten van de inlichtingendienst AIVD vinden op de Veluwe een wezen met een vreemd uiterlijk, dat een onbekende taal spreekt. Om te achterhalen wat het zegt, roepen ze de hulp in van het publiek. Uiteindelijk blijken enkele tieners het weinig mededeelzame wezen te begrijpen, waarop zij als tolken worden ingehuurd. De jongens en het meisje ontwikkelen een diepe affectie voor het wezen, dat ze ‘glits’ dopen.

Het verhaal krijgt vaart als de AIVD de glits wil laten verdwijnen en twee jongeren het willen redden: Jay en Rachel. Glits wordt dan een nogal hilarisch avontuur met veel achtervolgingen en vechtpartijen. De overheid probeert alles in de doofpot te stoppen, terwijl een journalist jaagt op onthullingen. De geheim agenten zijn even inventief als klunzig.

Wolfe voegt aan deze nogal afgezaagde actie en machinaties een paar mooie dingen toe. Een AIVD-onderzoeker verdeelt een handjevol tieners in maar liefst drie (controle)groepen, een aardige parodie op de ‘wetenschappelijke methode’. Jay sampelt muziek – met een glitch – en de schrijver doet hetzelfde door stukjes over muziek in zijn tekst te lassen. Wolfe speelt met de ruimte door de kinderen rond te laten lopen door een vierkante gang, die lijkt te bestaan uit met elkaar verbonden vierkanten.

Het mooist is wat de glits doet met de personages. De meeste gezagsdragers zien alleen maar een gevaarlijk wezen, terwijl de jongeren opbloeien door de glits.

Wolfe formuleert afstandelijk en dat geeft zijn beschrijvingen soms een aangename ironie, bijvoorbeeld als Jay door klasgenoten wordt bekogeld: ‘Minder dan vijf procent van de geworpen items trof doel.’ In andere gevallen wordt de stijl vlak door termen als ‘fase van onrust’ en ‘buiten context’. Wanneer Wolfe kiest voor eenvoudige en pure woorden, is het meteen raak. Ontroerend zijn de woordarme gesprekken met de glits, die niets anders wil dan mensen leren kennen. Wat kom je doen, wordt hem gevraagd. ‘Bij jullie zijn’, is het antwoord. Dat is liefde in drie woorden geformuleerd. Liefde is een geschenk voor degenen die zich niet verschansen in zichzelf, ongrijpbaar en toch zo aanwezig. Piep. Plop. Glitch.

    • Karel Berkhout