'Ik heb de verkoop geen goed gedaan'

Sybren Polet (86) houdt van ‘verbeeldingsavonturen’ voor de actieve lezer. Literatuur schrijf je om esthetische redenen, zegt hij tegen Janet Luis. De dictatuur van het realisme wijst hij af. Nu is hij terug bij waar hij begon, bij de poëzie.

In zijn nieuwe dichtbundel Donorwoorden voert Sybren Polet (Kampen, 1924) een 85- jarige debutant op, die is ‘overgeleverd aan zelfhulptaal’. Het kan niet anders of hij verwijst met die debutant ironisch naar zichzelf. Hij was 85 toen hij het gedicht schreef. Inmiddels is hij 86 jaar. Hij oogt tanig, minder breekbaar dan verwacht. Opgetogen vertelt hij over de nieuwe lenzen die hij pas heeft gekregen, waardoor hij de dingen nu ineens heel anders ziet. „De oude lenzen waren troebel geworden en moesten worden vervangen. Alles is nu veel helderder. Veel mooier van kleur.”

Polet woont tweehoog in Amsterdam-Zuid, in een stille straat vlakbij het Vondelpark. Zijn vrouw Cora gebruikt de traplift, hijzelf loopt de behoorlijk steile trappen nog zelf op. „Ik denk dat mijn betrekkelijk goeie conditie te maken heeft met het vele sporten vroeger”, zegt hij. „Ik was goed in zwemmen en speerwerpen.”

Een debutant is Polet natuurlijk allerminst, na zestien dichtbundels, twaalf romans, negen verhalenbundels, vier essays en verschillende vertalingen, toneelstukken, bloemlezingen en een autobiografie in drie delen. Maar het past wél helemaal in Polets tegendraadse, eigenzinnige, springerige, rijkgeschakeerde werk om een gelouterde schrijver af te schilderen als een beginneling die maar wat aanrommelt met de taal. Hij houdt van omkeringen, van gedaanteverwisselingen, van gebeurtenissen die tegen de natuurwetten indruisen. Mannen raken bij hem zwanger. Hij laat mensen gretig speuren naar ‘een zinvol niets’. In weer een ander gedicht drentelt ‘een zoon van miljoenen doden’ rusteloos naast zichzelf, ‘als een asielzoekende hond’. En in zijn roman De dag na de vorige dag (2003) treft een man zichzelf onverhoeds aan in een doodskist. Een ander mag dan opgewekt aan zijn vrienden vertellen hoe het met hem gaat sinds hij zelfmoord pleegde. ‘Ik kan het iedereen aanraden.’

Het werk van Sybren Polet geldt als experimenteel, als ‘anders’, omdat er geen doorlopende verhalen in worden verteld waarin personages psychologisch geduid worden. Daarom wordt het ook moeilijk gevonden. Zelf meent hij dat zijn ‘verbeeldingsavonturen’ helemaal niet zo ingewikkeld zijn. „Ze zijn vaak in enkele zinnen samen te vatten.” De moeilijkheid zit er voor de lezers in dat ze een veelheid aan verhaalfragmenten voorgeschoteld krijgen, die meestal niet naadloos op elkaar aansluiten.

„Ik schrijf voor actieve lezers, voor lezers die zich een beetje willen inspannen. En dát heb ik geweten”, zegt Sybren Polet lachend, „want dat heeft de verkoop geen goed gedaan. Toch ben ik nooit in de verleiding gekomen om me toe te leggen op een goed lopend of verkopend boek. Ik ben altijd gespitst geweest op de mogelijkheden die er zitten in taal – dat is in mijn ogen de opdracht van elke goeie schrijver. Wie realistisch wil schrijven moet dat zelf weten, uitstekend, maar ik doe het niet.”

Polet heeft zich altijd thuis gevoeld in „de traditie van het moderne”, zoals hij het formuleert, met bewonderde schrijvers als James Joyce, Arno Schmidt, Elfriede Jelinek, Peter Verhelst, de Portugees António Lobo Antunes, de Tsjechische Zuzana Brabcová en misschien minder bekende Russen als Boris Pilnjak en Andrey Bjely. In die traditie schreef hij ook zijn romanreeks rondom het veranderlijke personage Lokien. Een proefpersoon, „een man zonder eigenschappen”, die gebeurtenissen op gang brengt en uiteenlopende avonturen beleeft. Hij ontwikkelt zich van reclameman tot schrijver, van historische figuur tot verre toekomstman, van dorpsjongen tot stadsbewoner.

In 1961 verscheen de roman Breekwater. In 2007 schreef hij met Bedenktijd het laatste, opvallend montere en levendige deel van zijn Lokien-reeks. Sindsdien schrijft hij geen proza meer. Volgend jaar verschijnt nog wel De gouden tweehoek, een bundel met deels nieuwe verhalen over vaderfiguren, taligheden, honden, ijdeltuiten, oude Egyptenaren en andere onderwerpen die Polet na aan het hart liggen.

Waarom bent u gestopt met het schrijven van proza?

„De koek was op, wat het proza betreft. Dat maakte de weg vrij voor poëzie. De ene na de andere vondst diende zich aan, tot mijn verrassing. Ik heb veel vrije tijd, geen computer en geen sociaal netwerk, dus ik stond er ook helemaal voor open. Zo eindig ik dus zoals ik ooit begon: als dichter.

„Die taalvondsten komen regelrecht uit het brein, weet ik inmiddels, want dat dicteert wat je denkt en zegt. Het bewustzijn is een traag medium. Hersenonderzoekers hebben ontdekt dat de gedachten fracties van seconden aan het bewustzijn voorafgaan. Als een bepaald beeld mij niet aanstaat, of als ik niet op een bepaald woord kan komen, dan breek ik me daar het hoofd niet over. Een uur later, of de volgende dag komt er vanzelf een oplossing, zonder dat ik daar over nadenk. Dat is wonderlijk en ik ben er heel blij mee.

„Ik ben trouwens ook blij dat ik op mijn leeftijd nog zo bezig kan zijn, anders zou ik me vervelen. Ik ben in een fase beland dat het echte reizen, dat Cora en ik vroeger veel deden, er niet meer bij is. Waar ik toen op neerkeek, zoiets leeghoofdigs als vakantie houden, is nu het enige wat we nog doen. Een paar keer per jaar naar Egypte, lekker warm, waar we dan veel zwemmen.”

Rond uw 50ste schreef u dat u het onaangenaam vond om ouder te worden.

„Als kind huilde ik wel eens als ik jarig was: weer een jaar ouder. Die doodangst heb ik overwonnen. Enkele jaren geleden was het ineens over. Kennelijk is dat iets natuurlijks, waar je lichaam aan toe moet zijn. De Romeinen en de Grieken schreven veel over de kunst van het sterven, maar het lezen van die boeken hielp mij nooit. Je moet je overgeven en dat kon ik pas toen ik rond mijn 80ste mijn eerste grote ziekte kreeg. Ik was bijna dood en op dat moment kon me dat niets schelen.”

Dus nu leeft u zonder doodsangst?

„Ja. Het heeft lang geduurd. Wat dat betreft ben ik hardleers. Ik ben als schrijver gewend om de dingen zelf te bepalen. Ik ontwerp figuren en toestanden. Ik los problemen en conflicten op in mijn boeken. Je leert dan niet om je in het dagelijkse leven bij het onvermijdelijke neer te leggen. Dat heeft ook iets te maken met mijn Kampense achtergrond. Als christengelovige raak je verslaafd aan het eeuwigheidsdenken. Geloven doe ik allang niet meer, maar die eeuwigheidsgedachte heb ik ondergebracht in mijn romans. Daar laat ik iemand doodgaan en dan weer rustig weer verder leven. Van die eeuwigheidsgedachte moet je af. Het zit er niet in. Het heelal zal op den duur imploderen, dus we blijven niet voortbestaan. Ik heb moeten leren om me ook buiten de literatuur aan mijn brein over te geven en daarmee aan mijn sterfelijkheid.”

Beschouwt u zichzelf als een geëngageerde schrijver?

„Ik denk dat de invloed van literatuur veel kleiner is dan die van de journalistiek. Literatuur moet je vooral om esthetische redenen lezen. Je moet taalavonturen willen ondergaan. Ik voel me geen geëngageerde schrijver met een politieke boodschap, maar ik ben wel begaan met de maatschappij, met de mensheid in het algemeen en met arme mensen in het bijzonder. Ik ben nog altijd een gretige krantenlezer. Of ik de politiek blijf volgen met deze regering, weet ik nog niet.”

Bent u daar bezorgd over?

„Niet voor mijzelf, wel voor andere mensen. Een van mijn grote bezwaren tegen het huidige beleid is dat er geen ruimte overblijft voor vernieuwende kunstvormen die tegen de grote stroom in roeien. Zoiets moet in mijn ogen gestimuleerd worden door de overheid. Je schept een bepaalde cultuur door het steunen van literatuur, theater, beeldende kunst en muziek. Ik ben bang dat er straks geen bijzondere kunstwerken meer gemaakt worden. De mentaliteit in Nederland is toch al zo weinig intellectualistisch. Het moet allemaal spontaan zijn, een boek moet makkelijk weg lezen voor een breed publiek. Vooral niet te complex. Ik proef vijandigheid tegenover wat elitair wordt genoemd. Terwijl goede kunst per definitie elitair is. Ik hoop dan ook dat er schrijvers overblijven die net als ik weigeren te buigen voor de dictatuur van het realisme.”

Welke boeken van uzelf zou u willen aanbevelen aan lezers van nu?

„Om te beginnen Verboden tijd (1964) en Mannekino (1968), twee toegankelijke, avontuurlijke romans. Vooral Mannekino is regelmatig herdrukt. Mensen voelen zich vaak aangesproken door het geniale, nietsontziende jongetje dat daarin voorkomt. Daarna kan de sprong worden gemaakt naar De hoge hoed der historie, dat helemaal bestaat uit prikkelende verhalen, in diverse stijlen, over verschillende tijdperken.

„Voor wie dan de smaak te pakken heeft, is er De creatieve factor (1993). Daarin heb ik grondig onderzocht hoe het zit met de scheppingsdrift van de mens. Waar haalt hij zijn vondsten vandaan? Wat is fantasie? Wat was er het eerst, de mens of de taal? Ik heb er honderden boeken voor gelezen, met veel plezier. Ook heb ik er, onder anderen voor studenten informatica, lezingen over gehouden die veel weerklank vonden.

„De prikkel om iets op te schrijven is er voordat het tot het bewustzijn doordringt. Scheppen is geen kwestie van inspiratie, maar van ontvankelijkheid voor wat al, ergens, aanwezig is. Een heel wonderlijk iets. Het brein dicteert de vingers. Mozart kon zo snel schrijven omdat zijn ingevingen regelrecht uit zijn brein kwamen zonder dat hij erover nadacht. Beethoven wist dat ook. Die was beledigd als ze hem een gevoelsmens noemden. Een hersenwerker noemde hij zichzelf.

„Het mooie van het creatieve proces is dat je later helemaal versteld kunt staan van wat er tevoorschijn is gekomen. Over Bach gaat het verhaal dat hij zijn hele Wohltemperierte Klavier ooit drie keer achter elkaar voorspeelde aan Leopold Weiss, de luitspeler met wie hij bevriend was. Alsof hij het toen pas voor het eerst echt hoorde. Al deze dingen kom je in De creatieve factor tegen. Eigenlijk is dit het enige boek waarvan ik mij bij herlezing verrast afvroeg: heb ík dit geschreven? Ik wist niet wat ik las. Lees het maar.”

Sybren Polet: Donorwoorden. Wereldbibliotheek, 102 blz. € 15,90.