Ideale kwalen

Ziek zijn is, behalve een beproeving, in zekere zin ook een gave: je moet het kunnen. Dat wil zeggen dat je je lichaam de gelegenheid geeft in alle rust te herstellen van de aanslag op zijn gestel. Niet iedereen is dat gegeven.

Zelf heb ik er niet zoveel moeite mee. Ik ben zelden ziek – jaja, ik klop dit onmiddellijk af op het ijzer van mijn bureaublad – maar als het zover is, geef ik me er ook volledig aan over.

Ziek zijn geeft je een vorm van macht waar je in het gewone leven naar kunt fluiten.

Terwijl jij overdag met een nat washandje op het voorhoofd in je bed glimlachend naar een herhaling op RTL van All in the family ligt te kijken, sluipen huisgenoten op hun tenen rond om je vooral niet te storen.

Ze reiken glaasjes verse jus d’orange aan, ze kopen de weekbladen voor je, ze houden telefoontjes af en ze besparen je onaangename mededelingen van welke aard ook. Slechte schoolrapporten, zeurende collega’s, woedende schuldeisers – het blijft je allemaal bespaard als de koorts maar voorbij de 39 loopt en de dokter heeft geadviseerd „voorlopig binnen te blijven”.

De kunst is een ziekte te krijgen die wel lastig is, maar niet levensbedreigend, want dan ga je je meteen weer te veel zorgen maken over wie er wel en niet op de begrafenis mogen komen, welke muziek je zult laten draaien (Bach of toch maar de Beatles die je in je hart altijd veel leuker hebt gevonden?) en of er na afloop ook een borrel moet worden geschonken.

Een milde griep is tamelijk ideaal. Als de oogopslag maar dof genoeg is om ook de meest sceptische huisgenoot te kunnen overtuigen.

De directe omgeving moet er wel in geloven, anders krijg je flauwe, suggestieve opmerkingen naar je matig zieke hoofd.

Menstruatiehoofdpijn heeft me ook altijd wel bruikbaar geleken, maar ik praat hier niet uit eigen ervaring.

Bronchitis? Ik teken ervoor, zolang ze niet chronisch wordt. Bij bronchitis hoort een gemene hoest en veel eerlijk slijm, zodat je verder niets meer hoeft uit te leggen. Het is geen fijne kwaal, maar je kunt er wel bij lezen.

Longontsteking? Probeer een lichte te krijgen, want een zware (de ‘dubbele’) is echt afzien.

Een vriend van mij vertelde over zijn vrouw die longontsteking had gekregen. Zij (die ontsteking) begon licht, maar werd steeds zwaarder, wat helaas bij veel kwalen het geval is – had Onze Lieve Heer dat nou niet wat beter kunnen regelen?

Bovendien was zijn vrouw zo iemand die elk talent ontbeerde om ziek te zijn. Hoe lui hij ook was aangelegd, het bezorgde hem een reusachtig schuldgevoel dat zij het huishouden bleef bestieren alsof hij met zijn glanzende gezondheid niet bestond.

„Ze ligt op bed uitgebreide boodschappenlijstjes te schrijven”, klaagde hij, „ze wil zelf alle telefoontjes van bezorgde vrienden afhandelen, ze moet ’s morgens vroeg een aansterkend gekookt eitje eten dat ze zelf wil bereiden omdat ze mij daarin niet vertrouwt – ik kook ze te zacht of te hard -, ik moet haar bijna met geweld beletten om per fiets naar de huisarts te gaan, en terwijl ik nu met jou zit te bellen, staat ze achter mij op een trapleer te balanceren omdat er aan het plafond twee lampen moeten worden vervangen.”

„Hou je het nog wel even vol?” vroeg ik.

„Ik ben er ziek van”, zei hij.