Getuigenis van een rechter

In de Chipschol-zaak werd oud-rechter Hans Westenberg gehoord. Hij wordt beschuldigd van partijdigheid en meineed.

Het was even wennen voor Hans Westenberg. Zweet op zijn voorhoofd. Met twee trillende vingers legde hij de eed af. Nee, dit vond de oud-rechter niet leuk. Hij was altijd degene die de vragen stelde. En nu werd hij als getuige ondervraagd over zijn rol in de Chipshol-affaire.

Als rechter oordeelde Westenberg in diverse Chipshol-geschillen. Volgens de eigenaren vader Jan en zoon Peter Poot altijd in het nadeel van hun ontwikkelingsbedrijf. Door een beslissing van hem in 1996 raakten ze zelfs 300 hectare grond kwijt. Volgens Chipshol was Westenberg partijdig. En daar mochten ze de gepensioneerde rechter gisteren in de Utrechtse rechtbank over horen.

Maar al snel raakte Westenberg in vorm. Het eerste uur kreeg hij dan ook de makkelijke vragen voorgeschoteld. Hoe de rechtbank in Den Haag in de jaren ‘90 georganiseerd was? Wat zijn functie precies behelsde? En hoe het toch kon dat veel Chipshol-zaken bij hem terecht waren gekomen?

Met licht geaffecteerd stemgeluid vertelde Westenberg er over. Het kwam er op neer dat hij als sectorvoorzitter grotendeels zelf kon bepalen welke zaken hij behandelde. En omdat hij eenmaal met die zaak begonnen was, leek het hem later „praktisch” om het te blijven doen. Het klonk als een logische uitleg, maar Westenberg gaf meteen toe dat dit geen standaard procedure was.

Spannend werd het toen nog niet. Op de publieke tribune dutte bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman zelfs even in, kin op de borst.

Hij werd wakker toen Westenberg vragen kreeg over zijn relatie met Pieter Kalbfleisch, in de jaren ‘90 ook rechter in Den Haag. In een anonieme brief die Jan Poot een paar jaar geleden kreeg, stond namelijk dat Kalbfleisch bevriend was met de tegenstanders van Chipshol. Hij zou vervolgens aan zijn collega Westenberg hebben gevraagd of hij de zaak kon doen, om in het voordeel van zijn vrienden te oordelen.

Ja, hij kende Kalbfleisch, zei Westenberg. En hij was ooit één keer op de verjaardag van deze „goede en vriendelijke collega” geweest. Maar een dergelijk verzoek had hij nooit gehad. „Dan zou er meteen een aantekening in diens personeelsdossier zijn gekomen.”

Echt spannend werd het toen de onderzoeksrechter hem expliciet vroeg of hij in de Chipshol-zaak met advocaat Smit had gebeld. Iets wat uit den boze is voor rechter. Vorig jaar stelde het gerechtshof in Den Haag vast dat Westenberg dit had gedaan. Westenberg heeft dit altijd onder ede ontkent. Ook nu weer. „Ik blijf er bij dat mijn secretaresse heeft gebeld.” Westenberg kon ook moeilijk anders. Had hij nu wel erkend dat hij zelf had gebeld, dan was ter plekke het bewijs voor meineed geleverd.

Naar aanleiding van deze telefoonkwestie ging Westenberg vorig jaar met pensioen. Daarna begon de rijksrecherche een onderzoek tegen hem wegens meineed. Twee rechercheurs achter in de rechtzaal schreven gisteren daarom ook driftig mee met de ontkenning van Westenberg.

    • Tom Kreling