Europa zal zwaar boeten voor Merkels lafhartigheid

De stuurloze Duitse bondskanselier Angela Merkel zoekt tevergeefs nationale oplossingen voor Europese problemen, schrijft Joschka Fischer.

karikatur von Angela Merkel

De eurozone, met name de Duitse exporteconomie, is tijdens de financiële wereldcrisis beschermd tegen speculatieaanvallen en de chaos van een instabiele munt. Maar de tweede fase van de crisis onthulde genadeloos de achilleshiel van de euro: de afwezigheid van economische of financiële eenwording. Duitsland verviel weer in een beleid van nationale oplossingen, terwijl het niet in staat is om de euro of de Europese structuren en verdragen ter discussie te stellen. Deze tegenstrijdige houding van de regering van bondskanselier Angela Merkel werd nog erger door de overgang van de grote coalitie naar de huidige conservatief-liberale coalitie tijdens haar tweede termijn. Op dat moment botste de binnenlandse politieke zwakte – die ze aan zichzelf te wijten had – met de begrotingsbeperkingen van de redding van de euro.

Aanvankelijk had Merkel de grootste moeite om de Bondsdag – en zelfs de partijen in haar regering – mee te krijgen met het eerste ‘kleine’ reddingspakket voor de euro, onder de belofte dat Duitsland niet meer dan dat zou hoeven te betalen. Maar al op de avond van dezelfde dag moest ze instemmen met het veel grotere reddingspakket van 750 miljard euro, om een ramp in de gehele EU te voorkomen. Dit leidde voor Merkel op vele fronten tot een geloofwaardigheidsprobleem dat haar nog altijd achtervolgt.

Merkel is er nog niet uit hoe ze de gevolgen van de financiële en de eurocrisis aan het Duitse volk moet uitleggen. Dat komt niet alleen doordat ze een slechte spreker is, maar ook doordat ze zelf geen raad weet met de tegenstelling tussen nationale oplossingen en Europese beperkingen.

Haar stijl van leidinggeven is afwachtend en onzeker. Pas op het allerlaatste moment, als duidelijk is waar de meerderheid ligt, omarmt ze een oplossing. Ook in betere tijden ontstond door Merkels passieve politieke stijl al vaker een vacuüm, dat werden opgevuld door andere krachten binnen haar partij. Daardoor lijkt Merkel het in de huidige EU misschien wel voor het zeggen te hebben, maar in werkelijkheid wordt ze gestuurd door de gebeurtenissen.

Zonder oog voor de politieke gevolgen pleit Merkel voor strikte begrotingsregels, strenge straffen bij niet-naleving (waaronder een verlies van EU-stemrecht) en een stimuleringsmechanisme voor lidstaten die achterblijven in de nakoming van hun verplichtingen. In Berlijn heet dit ‘een stabiel en solide Europa’. Dit is een credo waarvoor Duitsland in de toekomst zwaar zal moeten boeten.

De voorstellen van Merkel worden merendeels door binnenlandse politieke noodzaak ingegeven. Berlijn wordt niet beheerst door de vraag wat Europa in deze historische toestand misschien nodig heeft maar door angst – voor de conservatieve pers en de roddelbladen, voor verdere verliezen bij de deelstaatverkiezingen en voor de mogelijkheid dat het Duitse hooggerechtshof zal ingrijpen en een streep zal halen door de bestaande programma’s om de eurocrisis in te dammen.

Merkel voelt nu de noodlottige gevolgen van haar ‘leiderschap zonder leiding te geven’. We ontkomen niet aan de indruk dat het Europese hart van deze regering door angst wordt verslonden. Van het Duitse vermogen om zich te doen gelden, is ondanks de krachtige retoriek niet veel te merken. Na de laatste vergadering van de Europese Raad van Ministers ging de Duitse ‘IJzeren kanselier’ strompelend naar huis.

In feite bestond Merkels ‘triomf’ uit niets meer dan een belofte van de Raad een wijziging van het Verdrag van Lissabon te ‘bezien’ – zij het wel een verandering onder het niveau dat tot referenda zou kunnen nopen. In eenvoudige taal: elke straf of automatische reactie die de soevereiniteit van een land zouden kunnen aantasten, kunnen we vergeten.

Wat overblijft van de poging om een herhaling van de crisis te voorkomen, is de aangescherpte EU-controle op de nationale begrotingen en – bij een eventuele wijziging van het Verdrag – de voortzetting van het reddingspakket (dat eerder nog in 2013 zou aflopen), waarschijnlijk onder een andere naam.

Eens te meer zien de Duitsers hun ‘IJzeren kanselier’ met boterzachte resultaten komen en dus wordt de kans steeds groter dat ze vertrouwen stellen in de mensen die waarschuwen dat de regering in een ‘overdrachtsunie’ wordt gelokt die met Duits geld cadeautjes bekostigt aan EU-leden met een lakse begrotingsdiscipline. Het ligt moeilijk om het met deze kritiek oneens te zijn, omdat het Duitse federale stelsel zelf ook op overdrachten berust.

Hoe meer de EU onder Duitse dwang een unie op basis van ‘stabiliteit’ zal worden, des te dringender wordt het voor landen in de eurozone die niet aan de nieuwe, strengere regels kunnen voldoen, om een soort financiële compensatie te ontvangen. Het is immers niet realistisch om aan te nemen dat alle leden in dezelfde mate van deze harde aanpak kunnen profiteren; dat is zelfs onder de 16 federale Duitse deelstaten niet haalbaar.

Met de actieve hulp van Merkel is de eurozone (in feite) op weg een overdrachtsunie te worden: hoe strenger de nieuwe regels en hoe groter de renteverschillen tussen de landen van de eurozone, hoe sneller dit zal gebeuren. Maar in eigen land is dit de discussie die Merkel het meeste vreest – de discussie die de financiële markten en de crisis in veel Europese landen onvermijdelijk zullen maken. Lafhartigheid heeft een prijs.

Joschka Fischer was leider van de Duitse Groenen en van 1998 tot 2005 minister van Buitenlandse Zaken en vice-kanselier.