Een kind en een gluiperd

Belinda Bauer: Rusteloos land. Vertaald door Valérie Janssen. A. W. Bruna, 256 blz. € 15,-

Het is ongebruikelijk dat een debuut de Gold Dagger wint, de belangrijkste Britse prijs voor een misdaadroman. De winnaar van dit jaar, Rusteloos land, is ook ongebruikelijk goed. Temeer opmerkelijk omdat het boek draait om een verdwenen kind.

Dit thriller-subgenre, dat de voor de hand liggende hartverscheurendheid van verdwenen en mogelijk misbruikte kinderen uitmelkt, is omvangrijk en onwelriekend. Maar echt bijzonder is dit debuut vooral doordat de stem ook die van een kind is en dat debutante Belinda Bauer daarmee niet de mist in gaat.

Hoofdpersoon Steven is twaalf jaar oud. Zijn achttien jaar geleden verdwenen en mogelijk misbruikte oom Billy was destijds elf. Stevens familie is verscheurd door het verlies; zijn oma is de moeder van Billy en zij wacht na al die jaren nog steeds op haar kind, eeuwig met licht hoopvolle blik bij het raam geposteerd. Stevens moeder is het zusje van Billy en zij is inmiddels uitgegroeid tot een onmogelijke vrouw die haar leed voortdurend afreageert op Steven en zijn broertje Davey.

Uiteindelijk, besluit Steven met ijzeren logica, is dit alles natuurlijk Billy’s schuld. Staand in het Billy-museum, de geheel intacte slaapkamer van zijn oom die al die achttien jaar onaangeroerd is gebleven, probeert Steven vruchteloos aanwijzingen te vinden voor het verdwijnen van zijn oom destijds. ‘In het begin beeldde hij zich graag in dat oom Billy misschien wel een of ander teken had achtergelaten dat erop duidde dat hij zijn naderende dood had voorvoeld. […]. Hoe kon iemand nu niet weten dat hem binnenkort iets als dit zou overkomen?’

Stevens weigering om de willekeur van het gebeurde te accepteren blijft het hele boek geloofwaardig en brengt hem tot een zeer onverstandige zoektocht naar het lijk van Billy en vooral naar de mogelijke moordenaar. Het vinden van Billy en de dader moet het evenwicht in de levens van zijn oma en moeder herstellen, het leven van hemzelf en zijn broertje Davey dragelijk maken en uiteindelijk de schuld van Billy opheffen.

Steven besluit op een logische plaats te beginnen en begint te corresponderen met de veroordeelde seriemoordenaar Arnold Avery, een bekende kinderverkrachter en mogelijk Billy’s ondergang.

De correspondentie tussen Steven, die zich voordoet als volwassene, en Avery, die superieure antennes heeft voor de zwakheden van kinderen, is afschuwelijk om te volgen. De hoop in Stevens brieven en de adembenemende kilheid in die van Avery en de langzame verschuiving in het machtsevenwicht werken zeer op de zenuwen van de lezer.

Al die tijd blijft Steven een geloofwaardige 12-jarige die een volwassene probeert te zijn. En zo stapelen zich de zorgen op bij de lezer, zoals dat hoort in een goede thriller hoort. En dat zonder onwelriekend te worden.