Een benijdenswaardige boerenlul

In zijn tweede roman beschrijft Detlev van Heest spannend en precies hoe een mooie mannenvriendschap opbloeit, een echtparenvriendschap wordt en dan ontaardt in een totale relationele meltdown.

Detlev van Heest: Pleun. Van Oorschot, 496 blz. € 45,– / € 25,–

Een diepgevroren huwelijk, miltante dierenliefde, evidente autobiografie en een voorliefde voor zakelijke registratie: er is maar weinig aan de tweede roman van Detlev van Heest dat niet aan het werk van J.J. Voskuil doet denken. Bovendien verschijnt Pleun bij dezelfde uitgeverij en speelt Voskuil een bijrol-op-afstand in de roman. De schrijver en zijn vrouw zijn te herkennen in de Han en Lousje, twee vrienden aan wie de verteller van Pleun brieven stuurt over zijn bestaan in Nieuw-Zeeland. Die Han en Lousje hebben op afstand een dominante rol. Wanneer de hoofdpersoon weigert rattengif te gebruiken tegen het plaatselijke ongedierte, verwijt zijn vrouw hem dat hij dat alleen maar niet wil omdat ‘twee mensen in Amsterdam dan woedend worden’. Voorin het boek staat ‘Voor Lousje en Han’.

Pleun heeft lang iets van een Voskuil-pastiche, waarbij de collega’s uit Het Bureau vervangen zijn door bewoners van Nieuw-Zeeland: de dieren zijn zo vriendelijk als de mensen onbehouwen zijn. Hoofdpersoon Detlev en zijn vrouw Annelotte zijn er neergestreken in een oude boerderij met een tennisbaan die nu het domein van de schapen is. Ze hebben jaren in Japan gewoond, zie Van Heests vorig jaar verschenen debuut De verzopen katten en de Hollander).

De overgang tussen de beschaafde Japanners en de botte ‘Nieuw-Zeeuwen’ valt vooral Detlev zwaar. Alleen al de manier waarop zij dieren van hun erf schieten, drijft hem tot stille razernij. Zijn enige menselijke troost vindt hij in de ‘overburen’ die aan de andere kant van de baai wonen: het uit Nederland geëmigreerde echtpaar Pleun en Annemieke. Tussen Pleun en Detlev bloeit een mannenvriendschap op, die uitgroeit tot een echtparenvriendschap en ontaardt in een totale relationele meltdown.

Waarmee we zijn aangekomen bij het grote verschil tussen Voskuil en Van Heest, want waar de eerste het menselijk bestaan beschrijft als een uitzichtloze loopgravenoorlog, ontstaat er bij Van Heest een ouderwets slagveld. Niet dat dat snel gaat: in Pleun wordt de tijd genomen om alle pionnen neer te zetten. Het ijzige huwelijk van Detlev en Annelotte wordt gekarakteriseerd door de kleine irritaties die mensen decennia bijeen kunnen binden: je bent blij dat je zelf geen deel uitmaakt van deze relatie.

Even precies laat Detlev van Heest de kleine stapjes zien waarmee de vriendschap tussen Pleun en Detlev groeit: elkaar opbellen als er in het gezamenlijk uizicht iets te zien is, roddelen over kennissen, steeds vaker bij elkaar blijven eten – Detlev die alleen op een zeilboot durft als zijn vriend aan het roer staat.

Wel blijkt al snel dat Detlev een moeilijke man is. Wanneer op een dag in huize Van der Wal een puzzelstukje wordt vermist, vertelt Pleun dat hij Detlev ervan verdenkt het meegenomen te hebben omdat deze eerder had gezegd dat een puzzel pas goed is als er één stukje ontbreekt. Een speels compliment zoals je dat onder vrienden maakt, denk je als je dit leest. Maar Detlev is gekwetst door de onterechte beschuldiging.

Veel gesprekken bevinden zich prachtig in het schemergebied tussen waarderende provocatie en vileine kritiek. Bijvoorbeeld wanneer Pleun zegt dat hij Detlev ‘een boerenlul’ vindt. ‘Jij bent tegelijk een intelligente jongen en een goeierd die zich tegenover derden anders gedraagt dan ik [...] Jij geeft mensen het voordeel van de twijfel [...] Daarom ben jij een boerenlul, een benijdenswaardige boerenlul.’

De lange gesprekken over eerlijkheid blijken een voorafschaduwing van de strijd die uiteindelijk tussen de vrienden ontbrandt. De kiem voor alle conflicten ligt in enkele maanden waarin Annelotte in Nederland verblijft. Detlev trekt veel op met de ‘overburen’ en vooral met Annemieke; ze hebben samen muziekles (fluit). Minutieus beschrijft Van Heest de terloopse aanrakingen en kleine ontboezemingen.

Dat blijft niet zonder gevolgen, al grijpen de zaken anders in elkaar dan je in het begin vermoedt, wat Pleun een constante spanning meegeeft. Doordat er daadwerkelijk sprake is van een ontwikkeling is het werk van Van Heest opwindender dan het grootste deel van Het Bureau – waar tegenover staat dat de lange gesprekken die Detlev met een psychiater voert het boek meer duiding meegeven dan nodig is.

Pleun krijgt extra diepte door een dubbele bodem die het boek heeft; want al in het verhaal wordt gesproken over de dagboeken die Detlev bijhoudt. Naar mate de ruzies vorderen, groeit bij de familie Van der Wal de angst voor publicatie van die dagboeken, waar ze stukken van te lezen krijgen. Zij menen dat Detlev verre van eerlijk is in de versie die hij van de gebeurtenissen geeft. Dat deze roman in dagboekvorm nu is verschenen, verraadt zo eigenlijk al de slechte afloop van het verhaal.

Vooral zorgt die wetenschap ervoor dat je de versie van de verteller extra kritisch bekijkt: hoe subjectief is zijn versie precies? Heeft hij feiten verzonnen of alleen sommige zaken weggelaten? Het is moeilijk Pleun anders te lezen dan als een wraakactie op de Pleun uit het boek, maar naar hoe terecht die wraakactie is, blijft het gissen. Het maakt Pleun een boek dat ook in morele zin spannend is. Han Voskuil had er ongetwijfeld een zeker sardonisch plezier aan beleefd.