Den Haag versus Brussel, met Rutte ertussen

Politici in Nederland winden zich op over stijgende uitgaven voor Europa.

Volgens hun Europese collega’s moeten ze het vooral in perspectief zien.

De EU-begroting mag niet groeien, vond ook Rutte. Enkele uren na zijn aankomst op de EU-top moest hij daar al op terugkomen. Foto Reuters Dutch Prime Minister Mark Rutte arrives at an European Union (EU) leaders summit in Brussels, October 29, 2010. EU leaders will decide on the outline of a permanent mechanism to resolve euro zone debt crises and what changes to the EU treaty it would require in December, draft conclusions from their summit showed on Friday. REUTERS/Yves Herman (BELGIUM - Tags: POLITICS) REUTERS

De verontwaardiging in de Nederlandse politiek is groot. Terwijl alle lidstaten van de Europese Unie fors moeten bezuinigen, smijt het verenigd Europa in Brussel met geld, luidt de van links tot rechts gehoorde klacht. Het was, aldus premier Rutte vorige week in Brussel, een „vreselijke” verhoging van de begroting, de 6 procent die het Europees Parlement had voorgesteld. Een dag later had hij het over de „verschrikkelijke” verhoging van de Europese begroting voor volgend jaar.

De Tweede Kamer deed het nog eens dunnetjes over, afgelopen dinsdag tijdens een debat met Rutte over de resultaten van de Europese top van regeringsleiders van vorige week. Het door een grote meerderheid (546 stemmen voor, 88 tegen, 39 onthoudingen) van het Europees Parlement gesteunde voorstel om de begroting van de Unie met 6,2 procent te verhogen werd bijna Kamerbreed gekraakt. CDA’er Henk-Jan Ormel vergeleek het Europees Parlement met „zelfrijzend bakmeel”, omdat het telkens om meer geld vraagt. SP-woordvoerder Harry van Bommel had het over „rupsje-nooitgenoeg”, terwijl zijn VVD-collega Han ten Broeke de woorden „onbescheiden” en „niet aan de kiezers uit te leggen” bezigde.

Het is duidelijk dat de voorgestelde verhoging met bijna 8 miljard euro naar 130,5 miljard euro totaal verkeerd is gevallen. 0 procent groei, dat was de boodschap die de overgrote meerderheid van de Kamer Rutte vorige week meegaf, vlak voordat hij naar zijn eerste Europese top in Brussel afreisde.

Met die boodschap was de premier het van harte eens. Maar het Europees samenzijn was nog maar een paar uur oud of ‘de nul’ was al gesneuveld. 12 van de 27 regeringsleiders – onder wie Rutte – verenigden zich op het standpunt dat de stijging van de Europese begroting maximaal 2,9 procent mag bedragen. „Aanzienlijk minder dan 6 procent”, zei de immer opgewekte Rutte vorige week.

De meeste partijen in de Tweede Kamer beschouwen dit toch als een nederlaag. Temeer daar het eindresultaat alsnog hoger kan uitvallen dan de door Rutte omarmde 2,9 procent. Want er gaat nog een ingewikkeld onderhandelingsspel tussen de verschillende instellingen in Brussel aan vooraf. In een motie die volgende week vrijwel zeker een meerderheid zal krijgen, spreekt de verontwaardigde Kamer uit dat in elk geval de kosten voor administratieve en ambtelijke ondersteuning in Europa niet mogen stijgen.

Het is, kortom, het Haagse parlement versus het Europees Parlement. Maar de verontwaardiging van de Kamerleden staat wel in schril contrast met het stemgedrag van veel van hun Nederlandse partijgenoten in het Europees Parlement. Bij de stemming in Straatsburg vorige maand stemden de afgevaardigden van CDA, VVD, PvdA en GroenLinks allemaal voor de door Den Haag vermaledijde begroting. Alleen de leden van de PVV en de kleine christelijke partijen waren consequent. Zij spraken zich in het nationaal én het Europees parlement uit tegen het begrotingsvoorstel.

Europarlementariër Peter van Dalen (ChristenUnie) heeft zich verbaasd over de instemming van zijn Europese collega’s met de begroting. Want de Kamerleden in Den Haag hebben gelijk, vindt hij. Nu alle lidstaten moeten bezuinigen, is een verhoging „onbegrijpelijk”.

CDA’er Wim van de Camp zit er niet zo mee dat hij een ander standpunt inneemt dan zijn partijgenoten in Den Haag. Bij de Europese verkiezingen was hij lijsttrekker, met de leuze dat hij als Nederlander naar Europa ging. „Als ik altijd de nationale kar moet trekken, had ik net zo goed in Den Haag kunnen blijven.”

Bovendien is het afwijkende stemgedrag een beetje „de charme van de politiek”, meent hij. „Je ziet hier de spanning tussen de verschillende bestuurslagen. Ik heb ook een verantwoordelijkheid binnen de fractie van Europese christen-democraten. Daar wordt het niet gewaardeerd als ik een eigen nationalistische koers vaar.”

Voor het overige vindt Van de Camp het geklaag uit Den Haag overdreven. Of men het vooral een beetje in perspectief wil blijven zien. „Nederland heeft een begroting van ruim 250 miljard euro voor 16 miljoen inwoners. In Europa gaat het om een begroting van 143 miljard euro voor ruim 500 miljoen inwoners.”

En ten slotte heeft hij nog een „verzachtende omstandigheid” tegenover de critici. „De Europese Unie is wel de enige overheid zonder tekort of staatsschuld.”

    • Mark Kranenburg