Corrie tegen de Staat Israël

De Amerikaanse activist Rachel Corrie vond in 2003 de dood onder een Israëlische bulldozer. In een gisteren hervat proces eisen haar ouders dat Israël ten minste nalatigheid erkent.

Nooit hadden Cindy en Craig Corrie kunnen vermoeden dat de rechtszaak over hun in 2003 onder een Israëlische bulldozer gedode dochter zo lang zou duren. „Ik denk regelmatig: waar zijn we aan begonnen”, zegt Cindy Corrie. „De details zijn pijnlijk, de emotionele druk is enorm. Maar nu er geen weg terug is denk ik: we gaan door ook, we willen alles weten.”

Voor de rechtbank in Haifa werd gisteren de rechtszaak hervat van het Amerikaanse echtpaar-Corrie tegen de Staat Israël. Het is een slepende zaak, die begon in 2005, en nu een laatste fase ingaat. De familie eist van Israël een symbolische schadevergoeding van één dollar. Die vergoeding moet de erkenning zijn dat het Israëlische leger Rachel Corrie in 2003 ofwel moedwillig doodde, ofwel door nalatigheid verantwoordelijk is voor haar dood. Het gaat om meer dan alleen een civiele procedure. Rachel Corrie is sinds 2003 in Israël en daarbuiten een begrip geworden, iemand die symbool staat voor het wereldwijd groeiende pro-Palestijnse activisme.

In maart 2003, tijdens de gewelddadigste dagen van de tweede grote Palestijnse opstand, sloot de toen 23-jarige activist uit de staat Washington zich aan bij protestacties van de International Solidarity Movement (ISM) in de Gazastrook. Daar verwoestte het Israëlische leger in het grensgebied met Egypte bij wijze van collectieve straf met bulldozers Palestijnse huizen.

Corrie en andere activisten probeerden de bulldozers in de stad Rafah tegen te houden door zich voor een huis op te stellen. Hoewel ze duidelijk zichtbaar was in een reflecterende jas, werd Corrie overreden door een 66 ton zware bulldozer.

Ze overleed kort daarop. De toenmalige premier van Israël, Ariel Sharon, kreeg een woedend telefoontje van de Amerikaanse president George Bush. Cindy Corrie, die voor de zaak met haar man alweer sinds augustus in Israël is: „We hoopten toen dat er een onafhankelijk onderzoek zou komen naar de toedracht van Rachels dood. Israël is een rechtsstaat, redeneerden we, en iedereen heeft belang bij de waarheid. De Israëlische regering beloofde de zaak diepgaand te onderzoeken.” Toen een intern legeronderzoek alle betrokkenen vrijpleitte, besloten de ouders zelf te gaan procederen.

De rechtszaak concentreert zich op de vraag of Rachel Corrie met opzet is overreden. Het Israëlische leger ontkent dat. Getuigen die door de Israëlische verdediging zijn opgevoerd, zeggen dat Corrie in de eerste plaats niets te zoeken had in het zwaar getroffen gebied. Volgens het hoofd van de onderzoekscommissie van de Israëlische militaire politie, Shalom Michaeli, was Israël op dat moment in staat van oorlog met iedereen in Rafah – strijders, burgers en activisten.

De bestuurder van de bulldozer getuigde anoniem. Hij erkende tijdens de zitting dat hij Rachel Corrie zag tussen de bulldozer en een berg aarde die hij voor het huis moest platwalsen.

Activisten zien Corrie als een martelaar, die haar leven gaf voor de Palestijnen. Er zijn films over haar gemaakt, het toneelstuk ‘Mijn naam is Rachel Corrie’ is wereldwijd opgevoerd. Een van de schepen van het hulpkonvooi dat eerder dit jaar Gaza probeerde te bereiken, droeg haar naam.

In Israëlische media wordt ze vaak geportretteerd als een naïef meisje, dat de gevaren van actievoeren in oorlogsgebied niet overzag. Ook de Verenigde Staten kijken nog altijd met een schuin oog mee. Zittingen worden bezocht door Amerikaanse diplomaten, van wie het echtpaar-Corrie ook morele en praktische steun krijgt.

De gevolgen van de zaak kunnen groot zijn, zegt Cindy Corrie. „Als de rechter inderdaad zegt dat mijn dochter met opzet om het leven is gebracht en een schadevergoeding toewijst, kan dat grote consequenties hebben voor andere activisten, meestal Palestijnen, die bij de verwoesting van huizen of andere demonstraties zijn gedood. We zijn hier voor Rachel, natuurlijk, maar we kunnen misschien ook iets betekenen voor andere slachtoffers.” De uitspraak wordt over enkele maanden verwacht.