Chodorkovski (2)

Courtroom-1Dinsdag 2 november. Op de tweede dag van het proces ging het er heel anders aan toe. Dit keer kreeg de verdediging het woord. Als eerste sprak Vadim Kljoevgant, de leider van het team van Chodorkovski. Hij was als enige van zijn collega’s niet door aanklager Lachtin van ‘geklets’ beschuldigd. In zijn betoog, dat hij zoals het hoort tot de rechter richtte, zei hij dat het gedrag van de aanklager op maandag zonder precedent was: beledigen, schofferen, hufterig doen. ,,Ik wil hier niet polemiseren”, zei hij. ,,Want een eerlijke polemiek is hier niet mogelijk.” En ook: ,,De aanklager probeerde zichzelf te overtuigen van zijn gelijk en beschuldigde daarmee alleen maar zichzelf.”

Daarna kreeg Schmidt het woord. De broze advocaat stelde zich als een heer op. In mooie volzinnen, die van respect voor de rechtbank getuigden, legde hij de rechter uit dat de aanklager vals speelde: ,,Hij maakt misbruik van alles wat hier wordt gezegd, maar heeft tegelijkertijd geen commentaar gegeven op de druk  van premier Poetin op de rechtbank (Poetin heeft tijdens het proces geroepen dat Chodorkovski bloed aan zijn handen heeft, iets wat hangende een proces bij de wet verboden is, mk), die zonder precedent is.”

Nadat Lebedev nog aan het woord kwam, kreeg Chodorkovski een microfoon aangereikt door een luik in het aquarium. Zijn toespraak vertaal ik hieronder in zijn geheel, want hij vat  daarin alles samen wat er in Rusland aan de hand is.

Geachte rechtbank,

Terugblikkend, herinner ik me oktober 2003. Het was de laatste dag die ik in vrijheid doorbracht. Enkele weken na mijn arrestatie kreeg ik te horen dat president Poetin had besloten dat ik acht jaar lang ,,watersoep” zou moeten ,,slurpen”. Ik kon het toen maar met moeite geloven. Sinds die tijd zijn er zeven jaar voorbijgegaan. Zeven jaar, een behoorlijk lange periode, vooral als je die in de gevangenis doorbrengt. Ieder van ons had de tijd om over veel dingen nog eens na te denken en die te evalueren.

Oordelend over het optreden van de openbaar aanklager: ,,Geef ze veertien jaar” en ,,Spuug op de vorige veroordelingen”, kan ik zeggen dat ze  in de loop der jaren banger voor me zijn geworden en de wetten nog minder zijn gaan respecteren. Tijdens het eerste proces namen ze tenminste nog de moeite om eerst die juridische besluiten te herroepen die hun in de weg stonden. Nu laten ze die gewoon bestaan, vooral omdat ze niet twee, maar meer dan zestig besluiten zouden moeten herroepen.

Ik wil hier niet terugkeren naar de juridische kant van de zaak. Ieder, die er iets van wilde begrijpen, heeft alles allang begrepen. Niemand zit  serieus op mijn schuldbekentenis te wachten. Het is onwaarschijnlijk dat iemand me vandaag de dag zou geloven als ik zou zeggen dat ik echt al die olie heb gestolen die door mijn bedrijf is geproduceerd. Maar evenmin gelooft ook maar iemand dat vrijspraak in de Yukos-zaak mogelijk is in een Moskouse rechtbank. Desalniettemin wil ik spreken over hoop. Hoop - het belangrijkste in het leven.

Ik herinner me het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Ik was toen vijfentwintig jaar oud. In ons land leefde de hoop op vrijheid, hoop dat we in staat zouden zijn geluk voor onszelf en onze kinderen te bereiken. Deels heeft  die hoop zich verwezenlijkt, deels niet. De verantwoordelijkheid voor het feit dat die hoop niet volledig en niet voor iedereen is verwezenlijkt, ligt waarschijnlijk bij onze hele generatie, mijzelf inbegrepen.

Ik herinner me ook het einde van het laatste decennium en het begin van het huidige. Ik was toen vijfendertig. Wij bouwden de beste oliemaatschappij van Rusland op. We bouwden sportcomplexen en culturele centra, legden wegen aan, herwaardeerden en ontwikkelden tientallen andere winningsgebieden, begonnen met de ontwikkeling van de Oost-Siberische reserves en introduceerden nieuwe technologieën. We deden kortom waar Rosneft, dat Yukos heeft ingepikt, tegenwoordig zo trots op is.

Dankzij de aanzienlijke toename van de olieproductie, die mede een gevolg is van onze successen, was het land in staat voordeel te hebben van de gunstige situatie op de oliemarkt. We voelden hoop dat de periodes van schokken en onrust achter ons lagen en dat we in de stabiele omstandigheden, die met grote moeite en offers waren bereikt, in staat zouden zijn een nieuw leven voor onszelf en een groots land op te bouwen.

Helaas is die hoop niet gerealiseerd. Stabiliteit is er uit gaan zien als stagnatie. De samenleving is vastgelopen, hoewel de hoop nog altijd leeft. Zij leeft zelfs hier in de Chamovnitsjeski-rechtszaal, waar ik inmiddels nog net geen vijftig jaar oud ben.

Met de komst van een nieuwe president -  er zijn sindsdien meer dan twee jaar voorbij gegaan) keerde de hoop voor veel van mijn medeburgers terug. Hoop dat Rusland alsnog een modern land zou worden met een ontwikkelde burgersamenleving. Bevrijd van ambtelijke willekeur, bevrijd van corruptie, bevrijd van oneerlijkheid en wetteloosheid.

Het is duidelijk dat dit niet vanzelf gaat of in een dag gebeurd. Maar het is niet langer mogelijk om te pretenderen dat we ons ontwikkelen, terwijl we in werkelijkheid stilstaan of zelfs terugglijden, zelfs al is het onder het mom van een nobel conservatisme. Dat is onmogelijk en zelfs gevaarlijk voor het land.

Het is onmogelijk zich te verzoenen met de opvatting dat mensen die zichzelf patriotten noemen zo hardnekkig iedere verandering tegenhouden die hun trog of hun cultuur om met alles weg te kunnen komen bedreigt. Het is voldoende om artikel 108 van het Wetboek van Strafrecht van de Russische Federatie in herinnering te roepen - het arresteren van zakenlieden voor het terugvorderen van belastingen bij de bureaucratie. Het is precies deze sabotage van hervormingen die ons land van zijn toekomstverwachtingen onthoudt. Dit is geen patriottisme, maar hypocrisie.

Ik schaam me ervoor te zien hoe bepaalde lieden, die ik in het verleden respecteerde, bureaucratische willekeur en wetteloosheid proberen te rechtvaardigen. Ze verruilen hun reputatie  voor een leven van gemakzucht, privileges en aalmoezen. Gelukkig zijn ze niet allemaal zo en zijn er zelfs meer van het andere soort. Ik ben er trots op te beseffen dat na zeven jaar van vervolgingen niet een van de duizenden Yukos-werknemers een valse getuigenis heeft willen afleggen, zijn ziel en geweten heeft willen verkopen.

Tientallen zijn onder druk gezet, zijn van hun familie afgesneden en in het gevang gegooid. Sommigen zijn gemarteld. Maar zelfs na het verliezen van hun gezondheid en jaren van hun leven hebben ze toch datgene behouden dat ze als het meest belangrijke zien: menselijke waardigheid.

Zij die deze schaamteloze zaak zijn begonnen - Birjoekov, Karimov en anderen - hebben ons vol verachting ‘ondernemers’ genoemd - werkvee - die alleen in staat waren om hun welvaart te behouden en uit de gevangenis te blijven.

De jaren zijn voorbijgegaan. Wie bleken  nu het werkvee te zijn? Wie zijn het die hebben gelogen en gemarteld en mensen hebben gegijzeld, alleen omwille van het geld of uit lafheid ten opzichte van hun bazen. En dat noemen ze de zaak van de ‘zaak van de heerser’. Het is om je voor te schamen. Ik schaam me voor mijn land.

Ik denk dat ieder van ons het prima begrijpt - de betekenis van ons proces gaat ver uit boven het lot van mijzelf en van Platon en zelfs boven dat van hen die onschuldig hebben geleden in de loop van de slachting bij Yukos, hen die ik niet heb kunnen beschermen maar aan wie ik iedere dag denk.

Laten we ons afvragen wat er door het hoofd van een ondernemer moet gaan, van die hoge productieorganisator, of van die eenvoudige goedopgeleide scheppende persoon die vandaag naar ons proces kijkt en weet dat de uitkomst volstrekt voorspelbaar is?

De overduidelijke conclusie die een denkend iemand kan maken is van een angstaanjagende eenvoud: de bureaucratie van de siloviki (hoge vertegenwoordigers van politie, leger en veiligheidsdiensten, mk) kan zich alles permitteren. Er bestaat geen recht op privébezit. Iemand die botst met ‘het systeem’ heeft geen enkele rechten.

Hoewel ze zijn vastgelegd in de wet, worden rechten niet beschermd door de rechtbanken. Omdat de rechtbanken zelf ook bang zijn of zelf deel uitmaken van ‘het systeem’. Is het een verrassing dat mensen hier, in Rusland, niet de ambitie hebben zichzelf te verwezenlijken?

Hoe moet de economie worden gemoderniseerd? Door de openbaar aanklagers? De politieagenten? De tsjekisten? Een dergelijke modernisering hebben we al eens geprobeerd te realiseren - het is niet gelukt. We waren in staat een waterstofbom te bouwen en zelfs een raket, maar we kunnen nog altijd niet onze eigen, goede, moderne televisie maken, onze eigen goedkope, concurrerende, moderne auto, onze eigen moderne, mobiele telefoon en een hele boel andere moderne goederen. Wel hebben we geleerd om heel goed de verouderde modellen van anderen te laten zien, die in ons land zijn gemaakt, alsmede een enkel product van Russische uitvinders, dat, als het ooit enig nut heeft, dat zeker in een ander land zal hebben.

Wat is er met de presidentiële initiatieven gebeurd op het gebied van industriepolitiek? Zijn ze begraven? Ze boden een reële kans om af te komen van de olieverslaving.

Waarom? Omdat het land niet een Koroljov nodig heeft (de vader van het Russische ruimtevaartprogramma, mk) en niet een Sacharov (de vader van de Russische waterstofbom, mk) onder de beschermende vleugel van de almachtige Beria (het hoofd van Stalins geheime politie die elk wetenschappelijk onderzoek overzag dat voor defensiedoeleinden kon worden ingezet, mk) en zijn miljoenenleger, maar honderdduizenden ‘koroljovs’ en ‘sacharovs’, die beschermd worden door eerlijke en begrijpelijke wetten en onafhankelijke wetboeken, die deze wetten tot leven brengen en niet alleen op een stoffige plank wegzetten, zoals gebeurde met de Grondwet van 1937.

Waar zijn deze ‘koroljovs’ en ‘sacharovs’ vandaag de dag? Hebben ze het land verlaten? Bereiden ze zich voor op vertrek? Zijn ze opnieuw in een ‘binnenlandse emigratie’ gegaan? Of hebben ze dekking gezocht in de rangen van de grijze bureaucraten om niet onder de stoomwals van ‘het systeem’ terecht te komen.

Wij, burgers van Rusland, patriotten van ons land, kunnen en moeten die situatie veranderen.

Hoe kan Moskou het financieel centrum van Eurazië worden als onze openbaar aanklagers, net als twintig en vijftig jaar geleden, rechtstreeks en ondubbelzinnig tien- en zelfs honderdduizenden getalenteerd ondernemers, managers en gewone mensen in de cel houden, in plaats van en samen met echte misdadigers, en dat alleen maar omwille van hun eigenbelang - dit is een ziek land.

Een staat die zijn beste bedrijven, die op het punt staan mondiale kampioenen te worden, vernietigt, een staat die minachting heeft voor zijn burgers en alleen vertrouwt op zijn bureaucratie en veiligheidsdiensten, is een zieke staat.

Hoop - de voornaamste motor van grote hervormingen en transformaties, de garantie van hun succes. Als die hoop verdampt, als die wordt vervangen door diepe desilllusie, wie en wat zal dan in staat zijn om Rusland uit zijn nieuwe stagnatie te halen?

Ik overdrijf niet als ik zeg dat miljoenen ogen in heel Rusland en in de hele wereld op de uitkomst van dit proces kijken. Ze kijken ernaar met de hoop dat Rusland alsnog een land van vrijheid en van de wet zal worden, waar de wet boven een bureaucraat staat.. Waar de steun aan oppositiepartijen niet meer onderdrukt worden.  Waar de veiligheidsdiensten de mensen en de wet zullen beschermen en niet de bureaucratie tegen de mensen en de wet. Waar mensenrechten niet langer afhangen van het humeur van de tsaar, goed of kwaad. Waar, omgekeerd, de macht daadwerkelijk afhankelijk zal zijn van de burgers en de rechtbank van de wet en van God. Noem het geweten - zo u wil.

Ik geloof dat het zo zal zijn.

Ik ben geen ideaal mens, maar ik ben een mens met ideeën. Voor mij, zoals voor ieder ander, is het moeilijk om in de gevangenis te leven en ik wil hier niet sterven. Maar als het moet, zal ik niet aarzelen. Mijn opvattingen zijn me mijn leven waard. Ik heb dat geloof ik al bewezen.

En u, heren tegenstanders? Waar gelooft u in? Dat de bazen altijd gelijk hebben? Gelooft u in geld? In de onfeilbaarheid van ‘het systeem’?

Edelachtbare! In uw handen ligt veel meer dan het lot van twee mensen. Hier en nu wordt beslist over het lot van iedere burger van ons land. Zij die, in de straten van Moskou en Tsjita, Petersburg en Tomsk en andere steden en dorpen, niet de slachtoffers willen worden van de wetteloosheid van de politie, die een bedrijf hebben opgezet, een huis hebben gebouwd, succes hebben bereikt en dat door willen geven aan hun kinderen, niet aan overvallers in uniform, en uiteindelijk zij die eervol hun plicht willen vervullen in ruil voor een normaal loon en er niet vanuit gaan dat ze op ieder moment met een willekeurige reden ontslagen worden door corrupte bazen.

Dit gaat niet over mij en Platon - in ieder geval niet alleen over ons. Het gaat over hoop veel vele burgers van Rusland. Over hoop dat morgen de rechtbank in staat zal zijn hun rechten te beschermen als de een of andere bureaucraat het ineens in zijn hoofd mocht halen die rechten te schenden.

Ik weet dat er mensen zijn, ik heb ze tijdens het proces genoemd, die ons in de gevangenis willen houden. Die ons daar altijd willen houden. Ze verhullen dit niet eens en herinneren iedereen in het openbaar aan het bestaan van een eeuwigdurende Yukos-zaak.

Zij willen laten zien dat ze boven de wet staan, ze zullen altijd alles bereiken wat ze in hun hoofd halen. Tot dusver hebben ze het tegenovergestelde bereikt: van ons, van gewone mensen hebben ze een symbool geschapen van de strijd tegen willekeur. Het is daarom noodzakelijk dat ze worden veroordeeld, opdat ze geen zondebokken worden.

Ik hoop dat de rechtbank zich te weer stelt tegen de psychologische druk. We weten allen van wie die zal komen.

Ik wil dat een onafhankelijke rechtspraak de realiteit en de norm in mijn land wordt, ik wil dat de zin uit de Sovjettijden over ‘de meest rechtvaardige rechtbank ter wereld’ ophoudt om net zo ironisch te klinken als ze dat indertijd deed. Ik wil niet dat de gevaarlijke symbolen van een totalitair systeem als erfenis aan onze kinderen en kleinkinderen worden nagelaten.

Iedereen begrijpt dat uw oordeel in deze zaak - wat dat ook moge zijn - deel van de geschiedenis van Rusland zal uitmaken. Verder zal het onze toekomstige generatie bepalen. Alle namen - die van de openbaar aanklagers en van de rechters - zullen in de geschiedenisboeken blijven staan, zoals dat ook gebeurde na de infame Sovjet-processen. Edelachtbare, ik kan me goed voorstellen dat dit helemaal niet makkelijk voor u is, misschien is het zelfs beangstigend. Ik wens u dan ook moed toe.