Canada wijst bod op Potash af

De Canadese regering wijst het miljardenbod van BHP Billitonop op Potash Corp. af. Overdracht van de kalireserves zou ingaan tegen het nationale belang.

Het was een „zeldzaam geval”, betoogde de Canadese premier Stephen Harper gisteren in het parlement. Ongemakkelijk verdedigde de econoom Harper het besluit van zijn ondernemingsgezinde regering om het grootste overnameplan in de internationale zakenwereld van het moment te blokkeren. De transactie zou niet in „niet in het voordeel” van het land, zo stelde Harper.

De afwijzing van het vijandige overnamebod van het Brits-Australische mijnbouwconcern BHP Billiton op Potash Corp. of Saskatchewan ter waarde van 39 miljard dollar (27,5 miljard euro) was onverwacht. BHP Billiton krijgt nog wel 30 dagen de tijd om met een nieuw plan te komen voor een mogelijke overname van Potash Corp. Potash is ’s werelds grootste producent van kaliumcarbonaat, ofwel ‘kali’ – een belangrijke voedingsstof voor gewassen.

De Canadese minister van Industrie Tony Clement maakte de protectionistisch getinte stap bekend na lange overweging van het miljardenbod op Potash Corp., dat beschikt over bijna een derde van de internationale reserves aan kali. BHP Billiton bood in augustus 130 dollar per aandeel voor het bedrijf Het bod door het bestuur direct werd verworpen als „een onderwaardering” wegens de verwachte stijging van de wereldwijde vraag naar kali als ingrediënt voor kunstmest. Nu heeft ook de Canadese overheid ‘nee’ gezegd tegen een uitverkoop.

Inzet van de strijd is kaliumcarbonaat uit Canada, een gewilde grondstof die cruciaal is om de internationale voedselvoorziening op peil te houden omdat het de opbrengst van de oogst van agrariërs sterk kan verhogen. De vraag naar het kunstmestcomponent loopt op. Met name in landen als China, India en Brazilië, gaat de groei van de bevolking en de welvaart gepaard met stijgende behoefte aan voedselproducten. Potash Corp., dat de grondstof wint uit mijnen, is verantwoordelijk voor ruim een vijfde van het aanbod op de wereldmarkt.

Weerstand tegen het overnameplan, waarmee BHP in één klap marktleider wilde worden, was groot, vooral in Saskatchewan. De prairieprovincie beschikt over ruim de helft van de wereldwijde reserves kaliumcarbonaat. Tegenstanders, onder wie de premier van de provincie, betoogden dat de voedingsstof een „strategische grondstofreserve” is die niet moet worden overgedragen aan een buitenlandse multinational.

Dat argument van economisch nationalisme zette de Canadese regering onder politieke druk. „Ik ben op dit moment niet overtuigd dat de voorgenomen transactie in het voordeel is van Canada”, oordeelde Clement. BHP Billiton, dat de afgelopen weken juist leek af te stevenen op goedkeuring van het bod door de Canadese overheid, heeft teleurgesteld gereageerd, maar niet direct uitgesloten met een nieuw bod te zullen komen.

De afwijzing van de overname kostte de Canadese regering grote moeite, omdat het besluit indruist tegen de economische filosofie van premier Harper. Die staat een zo open mogelijk handels- en investeringsklimaat voor. Het is de tweede keer in 25 jaar dat Canada een buitenlandse overname blokkeert. In 2008 verwierp Harper de aankoop van het Canadese ruimtevaarttechnologieconcern MacDonald Dettwiler door een Amerikaanse bieder, wegens nationaal belang.

Aan de andere kant is een aantal grote Canadese bedrijven in de afgelopen jaren overgenomen door buitenlandse kopers, vooral in de grondstoffensector. Zo vielen aluminiumproducent Alcan, nikkelproducent Inco, en mijnbouwconcern Falconbridge in buitenlandse handen. Volgens critici is er sprake van een „uitholling van het bedrijfsleven”, en zijn Canadese ondernemingen een te „makkelijke prooi” voor buitenlandse kopers.

Harper zocht gisteren in het parlement dan ook een moeizame balans om het besluit over Potash Corp. te rechtvaardigen. „Het beleid van deze regering is in het algemeen dat buitenlandse investeringen in het belang zijn van de Canadese economie”, zei hij. „Tegelijkertijd toetsen we grote investeringen om er zeker van te zijn dat ze in het voordeel zijn van het land. Als dat niet zo is, zullen we niet aarzelen om een transactie te blokkeren.”

Er bestaat echter onduidelijkheid over de maatstaven die worden gehanteerd om te bepalen of een overname „in het voordeel is van het land”, en wat een „strategische reserve” is. Critici vragen zich af of Canada in het vervolg ook een veto zal uitspreken over andere potentiële overnames van grote Canadese bedrijven. Wat te doen, bijvoorbeeld, als een buitenlandse koper zich aandient voor de producent van olie uit teerzanden Suncor, of voor Research in Motion, de maker van de BlackBerry?

Het besluit om de overname van Potash Corp. te blokkeren „heeft schade toegebracht aan de reputatie van Canada als een plek om zaken te doen”, oordeelde het Britse zakenblad The Economist. „Nu de Conservatieven op de protectionistische toer zijn gegaan, hebben investeerders een bondgenoot verloren.” Clement verwierp die kritiek gisteren als „ronduit belachelijk”. De Canadese regering, benadrukte hij, „blijft gecommitteerd aan een open investeringsklimaat.”