Autonoom, kritisch en strijdbaar

Tiny Mulder is een van de grootste Friese schrijfsters, mede door haar werk over de oorlogsjaren. Ze voer een eigen, kritische koers - ook als dichter en journaliste.

VRIJ VAN RECHTEN BIJ RECENSIE

In haar woonplaats Jellum is gisteren de Friese schrijfster/dichteres/ vertaalster en journalist Tiny Mulder overleden. Ze is 89 jaar geworden.

Tiny Mulder is een van Frieslands belangrijkste schrijfsters en dichters. In 1986 kreeg ze de hoogste Friese literaire onderscheiding de Gysbert Japikspriis voor haar hele oeuvre. Landelijk werd haar roman Tin iis (1981), in het Nederlands uitgebracht als Gevaarlijk ijs in 1987, bekend. Daarin schrijft ze over de oorlogsjaren, waarin haar ouders een joodse onderduikster verborgen hielden. Aanstaande woensdag zou ze daarvoor namens haar ouders de Yad Vashemprijs in ontvangst nemen. Op de dag van haar begrafenis, ook woensdag, krijgt ze die postuum toegekend.

Mulder werd in 1921 geboren in een christelijk gezin in Beetsterzwaag. Tijdens de bezetting was ze actief in het verzet als koerierster. Ook hielp ze joden aan onderduikadressen en hielp ze Engelse piloten ontsnappen. Na de oorlog maakte ze zich boos over de aandacht voor alleen ‘dappere verzetsmannen en flinke jongens’. Zonder vrouwen en moeders was dat „verzet volslagen onmogelijk geweest”, vond ze. Zelf beschouwde ze zich als ‘terroriste (zoals de nazi’s verzetsstrijders beschouwden) in hart en nieren’. De nuchtere en eigenzinnige Friezin zag dit als een geuzennaam.

Na de oorlog ging ze als journalist werken bij het christelijke Friesch Dagblad, waar ze een kinder- en vrouwenrubriek opzette. Ze bleef 40 jaar bij “it deiblêd’’. In de jaren ’70 schreef ze vaak venijnige columns. In een daarvan hekelde ze het ‘vredescarnaval’ (tegen plaatsing van kruisraketten) en gaf ze af op de ‘bijbel-gestapo’ van de streng-gereformeerden.

Mulder paste niet in een hokje of stroming, aldus Geart de Vries, die in 2006 haar biografie Foar alles is in tiid schreef. „Ze was autonoom en onafhankelijk.” Na de oorlog reisde ze door de Verenigde Staten, waar ze kennismaakte met de Amerikaanse poëzie. Daar ontdekte ze dat dichtkunst niet vormvast hoeft te zijn. „Nog voor de Vijftigers in Nederland, schreef ze experimentele gedichten. Ze was verrekte origineel”, meent De Vries. Ook als recensent maakte ze naam. Lange tijd gold ze als gezaghebbend criticus van de Friese literatuur, die ze in het Friesch Dagblad besprak.