Alle bijbels in één boek

Anne Jaap van den Berg en Boukje Thijs: Uitgelezen. Bijbels en prentbijbels uit de vroegmoderne tijd. Jongbloed, 184 blz. € 12,50.

De Bijbel is een mooi boek. Dat is de eerste gedachte die opkomt als je bladert in Uitgelezen. Het boek geeft een historisch overzicht van Nederlandse bijbeluitgaven die sinds 1477 zijn verschenen. Het zal geen toeval zijn dat zo’n uitgave juist verschijnt tijdens de Bijbel10daagse (t/m 7 nov). Titelpagina’s, illustraties en kaarten, 90 in totaal, geven een impressie van de eerbiedige zorgvuldigheid waarmee uitgevers, vertalers, illustratoren en drukkers hun werk deden.

Hoogtepunt in de Nederlandse bijbelvertalingen is nog altijd de Statenvertaling van 1637, maar dat was niet de eerste. De Delftse bijbel van 1477 was wél de eerste in Nederland gedrukte bijbel, zelfs het eerste in Nederland gedrukte boek, met een versierde beginkapitaal bij elk hoofdstuk. De tekst was een bewerking van een Zuid-Nederlandse Historiebijbel van 1360, waarvan de auteur onbekend is. De Delftse uitgever realiseerde zich dat het publiceren van de Bijbel in de volkstaal een hachelijke onderneming was; lezing en uitleg waren voorbehouden aan de kerk. ‘Nochtan weet ic wel dattet sal worden seer benijt onder die clergye.’

Vervolgens passeren de Liesvelt-, de Vorsterman-, de Leuvense, de Biestkens-, de Deus-Aes- en de Statenbijbel de revue. De Liesvelt-bijbel (Antwerpen, 1526) was de eerste protestantse bijbel. Een protestantse mythe wil dat Jacob van Liesvelt in 1545 op instigatie van de Inquisitie ter dood gebracht werd omdat een van de illustraties de duivel afbeeldde als een monnik. Wat hem officieel de kop kostte was de kanttekening in de marge van de bijbeltekst: ‘de saligheyt der mensen alleen compt door Jesum Christum’. Dat zag de Roomse kerk als een protestantse ketterij. Toch kan Van Liesvelt niet als een protestantse martelaar worden gezien, schrijven Van den Berg en Thijs. Omdat hij nog in 1540 antireformatorische uitgaven publiceerde en omdat hij niet zoals ketters op de brandstapel kwam, maar gerechtelijk werd onthoofd, wat op een ‘burgerlijk vergrijp’ duidt.

Een heikel punt van bijbelvertalingen is – tot nu toe – de vraag: blijf je zo dicht mogelijk bij de grondtekst op gevaar van mindere leesbaarheid, of sluit je zo dicht mogelijk aan bij de taal van de lezer? De gereformeerde Statenvertaling koos voor de eerste benadering, de Lutherse vertalingen kozen voor de tweede. Luther vond dat je de Bijbel bij het volk moest brengen. De Nederlandse gereformeerden vonden de op Luthers vertaling gebaseerde uitgaven veel te vrij.

Bijbelillustraties stammen al uit de Middeleeuwen, maar het was Crispijn de Passe die in 1612 het plan opvatte voor een complete bijbel in gravures. Mensen scheppen nu eenmaal meer behagen in het kijken naar afbeeldingen dan in het lezen van letters, schreef hij. Helaas kwam De Passe met zijn ‘stripbijbel’ niet verder dan Genesis. Maar hij legde wel de basis voor de latere prentbijbels.

Uitgelezen is zorgvuldig uitgegeven als betrof het de Bijbel zelf. De enige bedenking is dat het soms wel heel beknopt is. De biografieën daarentegen hadden best uitgebreider mogen zijn, en bepaalde thema’s zou je verder uitgediept willen zien. De uitgebreide literatuurlijst moet de niet- verzadigde lezer dan maar verder helpen.

    • Herman Amelink