Waar de fout lag? Niemand die het weet

Controle van vrachtvlucht staat weer ter discussie na de vondst van pakjes uit Jemen.

„Wat we doen kan beter”, zegt de douane op Schiphol.

Controle op Schiphol. Foto's Thomas Donker cargo medewerker

Een hond is de beste ‘machine’ om luchtvracht te controleren, zegt Peter Schollmann van Securitas. De Zweedse onderneming is een van de beveiligingsbedrijven op Schiphol en belast met de inspectie van luchtvracht. Schollmann: „We hebben twintig honden in dienst, getraind om explosieven op te sporen. Ze ruiken vrijwel alles, ook nitropenta.”

Vorige week wisten terroristen uit Jemen pakjes met het uiterst explosieve nitropenta (PETN) aan boord van twee Amerikaanse vrachtvliegtuigen te krijgen. Een toestel van pakjesvervoerder UPS werd onderschept in Groot-Brittannië met het onontplofte bompakket aan boord. In een vliegtuig van concurrent FedEx, dat aan de grond stond in Dubai, werd eveneens een pakket aangetroffen. Als de pakjes in de lucht waren ontploft waren de toestellen waarschijnlijk neergestort.

Wat ging er mis met de controle? „Moeilijk te zeggen op dit moment”, zegt Charles Gocci, directeur vracht van UPS, die in Amsterdam deelneemt aan het International Air Cargo Forum. „We zijn samen met de autoriteiten aan het uitzoeken wat er is gebeurd.” UPS noch FedEx onderhouden verbindingen met Jemen zelf. De pakjes moeten zijn aangevoerd naar hun toestellen, in Dubai, via andere maatschappijen. Frank Newman, commercieel manager bij FedEx beschuldigt Dubai. „Ik vermoed dat daar de fout ligt.”

Is Emirates, de maatschappij uit Dubai, die wel van en naar Jemen vliegt, de boosdoener? Ram Menen, directeur cargo van Emirates: „Wij halen inderdaad vracht uit Jemen. Er is duidelijk ergens iets misgegaan. Ik weet niet of dat bij ons was, of bij de douane in Jemen dan wel Dubai.” Het ‘Jemen-incident’ heeft wel diepe indruk gemaakt op Emirates en de hele vrachtwereld, zegt Menen. „Ik denk dat deze zaak een game changer is.” Intussen is de aanvoer van alle vracht uit Jemen door Emirates gestopt.

Luchtvracht vertegenwoordigt slechts 1 procent van de goederenstroom in de wereld, maar de waarde van de lading is meestal hoog. Computers, edelstenen, kunst en andere hoogwaardige producten worden meestal via de lucht vervoerd. De waarde van de luchtvracht komt neer op 35 procent van het totaal aan handelsstromen, zo rekent de overkoepelende organisatie van luchtvaartmaatschappijen, IATA, voor.

In de wereld van de luchtvracht bestaan specialisten, zoals FedEx, UPS, TNT Express en het Luxemburgse Cargolux. Maar ook veel passagiersmaatschappijen hebben een grote cargodivisie. De helft van alle luchtvracht wordt vervoerd in de ‘buik’ van passagierstoestellen. Met name Boeing 747 en Airbus A380 hebben in hun laadruim, naast de bagage van de passagiers, nog heel veel capaciteit over. Er vliegen wereldwijd ongeveer 1.750 echte vrachtvliegtuigen en meer dan 10.000 passagiersvliegtuigen. In de controle van de vracht is er een belangrijk verschil: de zogenoemde ‘bellyvracht’ wordt op de meeste luchthavens voor 100 procent gescreend. De lading voor vrachtvliegtuigen wordt voor ongeveer de helft intensief gecontroleerd.

De Amerikaanse autoriteiten willen dat alle luchtvracht voor 100 procent wordt gescreend. De Amerikanen hebben een nieuw programma ontwikkeld, het Certified Cargo Screening Program (CCSP), dat nog niet is geïnstalleerd. De internationale organisatie van luchtvrachtvervoerders, TIACA, zegt niet tegen het programma te zijn, maar vreest dat de kosten zeer hoog zijn en worden afgewenteld op de luchtvaartmaatschappijen. „100 procent controle kost veel meer tijd”, zegt een woordvoerder van TIACA. „Controle van cargo is niet alleen de verantwoordelijkheid van maatschappijen.”

Op Schiphol ligt de controle op de luchtvracht in handen van verscheidene inspectiediensten, met de douane als een soort van toezichthouder. „Wij letten op het fiscale aspect en de veiligheid”, zegt Robbert Appeldoorn, beleidsmedewerker van de douane. „Bij het vermoeden van explosieven schakelen we meteen de marechaussee in. Daar gaan wij niet over.”

Appeldoorn zegt de nu gebruikte systemen „suboptimaal” zijn. „Wat we doen is goed, maar het kan beter.” Schiphol gaat de komende jaren samen met de douane en de luchtvrachtvervoerders een nieuw systeem invoeren voor de screening van luchtvracht, onder de naam Smartgate. „Er zijn te veel controlemomenten nu”, zegt Appeldoorn. De douane wordt dan de hoofdverantwoordelijke.

100-procentscontrole acht Appeldoorn niet nodig. In Nederland wordt gewerkt met ‘known shippers’: bedrijven die staan geregistreerd als betrouwbaar. Alleen vracht van afzenders die ‘niet bekend’ staat wordt helemaal gescreend. Controle op ‘bekende’ vracht is steekproefsgewijs.

„De systemen kunnen slimmer”, zegt Appeldoorn. „Je wilt het risico reduceren tot 0. Maar bij luchtvracht is het uiteindelijk een compromis tussen commercieel belang en veiligheid.”