Voor de mooiste een kwee

Mmm wat ruikt het huis lekker naar kweeperen. Ik denk wel eens dat de mensen die weerbarstige peren zijn gaan bereiden alleen maar om ze in huis te kunnen halen en van hun geur te genieten. Want het zijn weerstrevende types, zo keihard als ze zijn.

In het boekje Het rijk van kwee en vijg van Ria Loohuizen, trof ik ook nog het verhaal van die andere beroemde appel, de twistappel, waarop stond ‘Voor de schoonste’. Ook een kweepeer, of kwee-appel. Die appel is in de Griekse mythologie zoiets als de paradijsappel (waarvan vaak wordt gezegd dat het een granaatappel geweest zou zijn) in de christelijke: een appel die een hele reeks verhalen en onomkeerbare gebeurtenissen in gang zet. Die twistappel rolde Eris naar binnen op een godenbruiloft. En de vraag was toen natuurlijk meteen: wie is de schoonste? Drie godinnen wilden wel graag zo gezien worden: Athene, Hera en Aphrodite. Maar geen god ging zijn vingers branden aan een keuze, daarvoor werd een herdersjongen van een berg af geplukt. Paris kreeg drie mooie vrouwen te zien en moest kiezen. En die vrouwen, ook niet stom, voerden campagne: als je mij kiest dan … Aphrodite had het aantrekkelijkste aanbod, die beloofde de jongen de liefde van de mooiste vrouw ter wereld. Dus zij won. En Paris schaakte Helena en stortte de toenmalige wereld in het ongeluk.

Beloften van de goden, daar moet je altijd ontzettend mee uitkijken. Je krijgt wel wat ze beloven, maar anders dan je dacht. Vaak niet beter.

Dit naar aanleiding van de kweepeer. Het is trouwens ook niet verboden om ze gewoon te kopen en op een schaal te leggen zonder de hele Griekse mythologie erbij overhoop te halen.

Gisteren schreef ik over het maken van membrillo, de stijve kweepasta die zo lekker is bij oude kaas en traditioneel bij de Spaanse manchego gegeten wordt. Daarvoor moesten de peren gekookt worden en tot moes gestampt. Het grootste deel daarvan werd ingekookt met suiker tot membrillo, maar een deel zouden we apart houden.

Ja toch? Wel gedaan mag ik hopen? Ach nu ja, anders zijn een of twee kweeperen zo gekookt (dons eraf wrijven, schil en klokhuis laten zitten), na het koken geschild en ontklokhuisd en tot moes gestampt of gestaafmixerd. Dan heb je een gladde prachtig roze puree. Daarvan maken we ‘kwaïoli’ – allioli van kweepeer – een bijspijsje dat ik voor het eerst aantrof in Diana Henry’s geweldige boek Crazy water, pickled lemons. Zij geeft het bij een gevulde kip, maar ik vond die kip nogal machtig met al die vulling. De kwaïoli daarentegen is verrassend heerlijk, niet zoals de traditionele allioli’s met olie en ei, als een mayonaise, maar met kweemoes en honing.

Ga als volgt te werk:

Zorg voor een gekookte kweepeer, zie boven. Stamp in een vijzel de knoflook fijn met wat zout. Doe er kweemoes bij of stukjes gekookte kweepeer. Giet al roerend en kloppend een straaltje olie erbij tot je een dikke puree hebt. Klop er vervolgens het citroensap, de honing en de azijn bij.

Je kunt dit ook in de keukenmachine maken bij gebrek aan vijzel – hak dan wel eerst de teentjes knoflook fijn, anders blijven er te grove stukjes in zitten.

De kwaïoli is erg lekker bij gebraden lamsbout en ook bij kip. Ria Loohuizen schrijft dat-ie ook erg goed gaat met grote garnalen – dat is misschien wel een leuk idee voor een voorgerecht.