VN nemen mensenrechten in Amerika onder de loep

Voor het eerst beoordeelt de VN-Mensenrechtenraad de Amerikaanse naleving van de mensenrechten. Dat de regering-Obama meewerkt is binnen de VS omstreden.

Vaak genoeg leest de Amerikaanse regering andere landen de les over schendingen van de mensenrechten. Maar morgen zijn het de Verenigde Staten, en de Amerikaanse omgang met de mensenrechten, die op de korrel worden genomen.

Voor het eerst zijn de VS aan de beurt om in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève beoordeeld te worden. Dat de regering-Obama daaraan meewerkt is in eigen land omstreden. Maar in de Mensenrechtenraad geldt nu eenmaal dat elk land dat lid is van de VN eens in de vier jaar onderworpen wordt aan een zogeheten Universal Periodic Review.

„Het is een ongelooflijk belangrijke stap”, zegt Antonio Ginatta van Human Rights Watch. „De Verenigde Staten stellen zich op deze manier open voor kritiek en moeten onder ogen zien op welke punten hun beleid verbeterd moet worden.”

Toen George W. Bush president was, boycotte Washington de Mensenrechtenraad, omdat die te veel gepolitiseerd en te veel anti-Israël zou zijn. Maar Obama brak met dat beleid. De VS werden vorig jaar lid van de raad om te kunnen meepraten en te proberen de organisatie van binnenuit effectiever te maken.

En nu gaan de Verenigde Staten dan in het openbaar het gesprek aan over hun mensenrechtenbeleid met een orgaan waarin, naast Frankrijk, Groot-Brittannië en Japan, ook landen zitten als China, Rusland, Saoedi-Arabië, Libië en Cuba. Algemeen wordt verwacht dat Amerika het vuur na aan de schenen zal worden gelegd.

„De doodstraf, de gevangenis op Guantánamo Bay, de behandeling van etnische minderheden, het immigratiebeleid en de manier waarop het terrorisme wordt bestreden, zullen waarschijnlijk allemaal aan de orde komen”, zegt Ginatta. De zitting verloopt volgens een vaste procedure en duurt niet langer dan drie uur. Er wordt een verslag van gemaakt, waar de Amerikanen op zijn vroegst volgende week op kunnen reageren.

Dat de beoordeling in de Verenigde Staten nogal gevoelig ligt, bleek bijvoorbeeld deze zomer. Toen reageerde de conservatieve Wall Street Journal scherp afwijzend op het rapport dat de Amerikaanse regering, zoals de procedure voorschrijft, alvast zelf uitbracht over de situatie van de mensenrechten in eigen land. De krant hekelde niet alleen het feit dat de regering-Obama zichzelf in het stuk op de borst sloeg voor haar inspanningen de gelijkheid van burgers te bevorderen en voor de pogingen Guantánamo Bay te sluiten en het verbod op homo’s die in het leger voor hun geaardheid uitkomen op te heffen. Ook verwerpelijk vond de krant het dat de regering – „met het gebruikelijke linkse schuldgevoel” – zich in het stuk verontschuldigde voor de hoge werkloosheid onder Afro-Amerikanen en Hispanics.

Maar Amerika moet niet bang zijn voor kritiek, zelfs niet als die van de VN komt, bonden drie auteurs op de opiniepagina van The New York Times hun lezers deze week omzichtig op het hart. Onder de kop ‘Laat de VN ons bekritiseren’ waarschuwden de voormalige Amerikaanse ambassadeur bij de VN Thomas Pickering en zijn twee co-auteurs: „Er zal zeker harde kritiek komen. Maar daar zouden we niet beledigd door moeten zijn. Als samenleving erkennen we voortdurend onze tekortkomingen, maar ook onze successen. Door ons voorbeeld moedigen we andere landen aan eenzelfde positie in te nemen.”

Lars van Troost, van Amnesty International, vindt het zinvol dat alle lidstaten van de VN, en dus ook de VS, beoordeeld worden door de Mensenrechtenraad. „Je laat ermee zien dat álle landen gewogen worden.” Hij waardeert dat Obama zich welwillender opstelt tegenover de raad dan zijn voorganger – „maar in de praktijk is er in de omgang met mensenrechten veel nog niet veranderd. Het zou pas echt bijzonder zijn als de regering-Obama werkelijke stappen zet, als Guantánamo wordt gesloten, als de gevangenen die daar zitten worden berecht door een federale rechter in de Verenigde Staten, als we meer uitsluitsel krijgen over de detenties in Afghanistan, als er serieus onderzoek komt naar eventuele folterpraktijken.”

Nuttig is de procedure in de Mensenrechtenraad zeker, zegt Van Troost, maar hij heeft ook een kanttekening: „Er worden aanbevelingen gedaan om de situatie te verbeteren. Maar dat is niet genoeg. Ook moet in de gaten gehouden worden wat ervan terecht komt. Daar schort het vaak aan.”