Stompje van de clitoris zit nog ergens in de diepte

Besneden vrouwen kunnen in Amsterdam hun geslachtsdeel laten herstellen. Een chirurg en zijn eerste patiënt vertellen over hun ervaringen.

Ze was zes jaar en weet alles nog heel goed. Haar moeder nam haar met twee zusjes en drie nichtjes mee naar een plek waar meer meisjes waren. Het was in het Tanzaniaanse Pare-gebergte, op de grens met Kenia. „Mijn moeder ging op mijn borst zitten en twee andere vrouwen hielden mijn benen stevig vast. Een oudere vrouw met lange nagels kneep in een orgaan tussen mijn benen en sneed het weg met een mes. Ik schreeuwde het uit van de pijn. Mijn oma nam water in haar mond en spuugde dat in mijn wond. Ik ben dankbaar dat ik nog leef”, zegt ze. Haar eenjarige nichtje stierf niet lang daarna aan tetanus, vermoedelijk opgelopen door de besnijdenis.

Als meisje kreeg zij een christelijke opvoeding, ook al waren haar moeder en grootmoeder moslim. Haar grootvader was islamitisch, maar bekeerde zich tot het christendom. Jaren na haar traumatische ervaring trouwde ze met een Nederlander. Ze vestigde zich in Utrecht, werd Nederlandse en vond werk. Maar de angst heeft haar nooit verlaten en bezorgde haar steeds meer problemen. Het leven boezemt haar angst in: ze voelt zich geen vrouw, heeft last van urineverlies en moeite met seks. Na veel strubbelingen bracht ze twee kinderen ter wereld. Twee ongewoon pijnlijke bevallingen.

De nu 41-jarige vrouw hoorde niet lang geleden van een Franse arts, Pierre Foldes. Hij had uitgevonden hoe je een verminkte clitoris kunt herstellen. Ze benaderde hem, maar stuitte op de taalbarrière. Nederlandse artsen zouden dat toch ook kunnen, dacht de Utrechtse. Via Pharos, kenniscentrum op het gebied van onder andere vrouwelijke genitale verminking, kwam zij bij Caroline Vos van de gynaecologenvereniging NVOG. Die screende haar en bracht haar in contact met Refaat Karim. Hij is plastisch chirurg van het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, gespecialiseerd in genitale operaties. Zo werd Karim de eerste Nederlandse arts die, met collega Joris Hage, zogenoemde reconstructieve operaties verricht bij besneden vrouwen. Ze worden door verzekeraars vergoed.

„Ik wist dat ik het kon”, zegt Karim. „Als wij een vrouw tot man omvormen, gebruiken wij dezelfde techniek.” Karim vindt de nieuwe operatie niet experimenteel, al zit de techniek nog in een onderzoeksfase. „Ik heb voor vrouwen die vroeger man waren ook vaak schaamlippen gemaakt. Die ervaring heb ik gecombineerd met wat Foldes heeft beschreven.”

Karim haalt een laptop uit zijn tas en toont beelden van zijn eerste operatie afgelopen voorjaar. De camera is van dichtbij gericht op de verdoofde geslachtsdelen van de patiënt. „Ze is opengemaakt”, vertelt Karim, om te zeggen dat haar dichtgenaaide grote schaamlippen weer los zijn gemaakt. „Kijk, hier heeft ze geen kleine schaamlippen, geen clitoris, niets.” De beelden laten zien hoe de dokter dan op zoek gaat naar het stompje van de clitoris. Dat zit er nog altijd, ergens in de diepte, aan het bekken. Als hij het heeft gevonden, wurmt hij het naar buiten en klapt het naar voren. Het stompje is wel anderhalve centimeter lang. Slijmvliesachtig weefsel uit de vagina gebruikt hij om een topje van de clitoris mee te maken. Dat dient als bescherming. De zenuwen in de clitoris moeten niet open liggen. Er zit nog gevoel in.

Dan begint fase twee. Karim haalt huid van de billen van de patiënt en naait die vast aan de wondlappen van de grote schaamlippen. Hij zet er gaas tussen en brengt een katheter aan om de wond droog te houden. De ingreep duurt twee uur. De wond moet vijf dagen rust krijgen. Zolang blijft de patiënt in het ziekenhuis.

Inmiddels heeft Karim twee vrouwen geopereerd. Telkens beoordeelt gynaecoloog Caroline Vos of een collega of de vrouwen in aanmerking komen voor de operatie. „Vrouwen ondergaan een hersteloperatie niet om beter te kunnen vrijen. Ze komen uit een cultuur waarin de besnijdenis gebruikelijk is, maar door hun nieuwe bestaan in Nederland ontwikkelen zij nieuwe denkbeelden. Ze willen naar een arts om hun klachten te verhelpen en hun eigenwaarde terug te vinden”, zegt Vos, werkzaam in het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. Zij heeft veel ervaring met het ‘openknippen’ van besneden vrouwen. Karim ziet het als een vorm van emancipatie. „Het heeft met de eigen identiteit te maken.”

Of de vrouwen zich echt beter gaan voelen, weten de artsen niet. Dat moet een wetenschappelijke evaluatie uitwijzen.

Karim is zich bewust van de discussies die zijn operaties kunnen veroorzaken. Hij wil buiten het politieke debat blijven, maar voorziet alle vragen en opmerkingen al. „Waarom moeten wij voor die kosten opdraaien? Of: zie je wel dat de islam achterlijk is”, zullen critici opwerpen.

Daar is volgens Karim en Vos maar één antwoord op: „Het zijn Nederlandse vrouwen uit een culturele traditie die nadelige medische gevolgen heeft. Wij zijn in Nederland zo ver dat wij daar een medische oplossing voor hebben.”

Vos verwacht niet dat grote aantallen vrouwen een operatie zullen ondergaan. Sommige vrouwen vinden het bij hun cultuur horen en bij een groot aantal is opereren niet verantwoord vanwege andere medische klachten, waaronder psychische. Bovendien: als de programma’s gericht op het voorkomen van besnijdenissen effect sorteren, dan verdwijnt het probleem vanzelf, meent Vos. Karim denkt dat er wel een „stroom” op gang zal komen. Hij wijst naar de Franse arts die al vele honderden vrouwen heeft geholpen.

Hoe voelt Karims eerste patiënt zich nu? De operatie is goed gegaan, maar ze heeft nog een pijnlijk litteken. Dat haalt de arts in februari weg. „Ik voel me nu al beter. Ik voel zelfs dat ik een beetje opgewonden kan raken. Maar ik denk dat ik na een jaar pas echt kan zeggen hoe het is. Ik heb tijd nodig. Het is een hel geweest. Ik heb nog steeds angst. Uiteindelijk hoop ik dat ik me een beetje vrouw ga voelen.”

Zij wil spoedig naar haar moeder in Tanzania. Die is ziek. „Ik neem het mijn moeder kwalijk. Ik zal het mezelf nooit vergeven als ik haar niet vraag waarom ze haar dochters dit heeft aangedaan.”

    • Antoinette Reerink