Staat en personeel

Telkens als de overheid moet bezuinigen op de uitgaven, komen de ambtenaren in beeld. Dat ligt voor de hand. De verschillende overheden hebben immers één miljoen mensen in dienst: direct bij het Rijk, gemeenten en andere openbare (zelfstandige) bestuursorganen of indirect in het onderwijs, de politie of krijgsmacht.

In dat personeelsbestand moet het kabinet-Rutte de 6,5 miljard euro zien te halen die het zich als bezuinigingstaak heeft gesteld. Dat komt neer op 100.000 ambtenaren, of een kwart van het directe personeelsbestand van de overheden.

Wie op ambtenaren wil korten, heeft het in de publieke opinie nogal makkelijk. Ze zijn niet populair.

Maar desondanks is het niet eenvoudig om daadwerkelijk op het ambtenarenapparaat te korten. Dezelfde publieke opinie heeft de neiging anders over ambtenaren te denken als ze zinvolle diensten verlenen. Dan is er wel waardering.

De ambtenarenbonden hebben dat dit jaar uitgespeeld met de stakingen van vuilnismannen. Dat die niet alleen voor hun eigen cao staakten maar vooruitgeschoven pionnen waren voor alle gemeenteambtenaren, zeiden ze er niet bij.

Snijden in de ambtenarij is ook anderszins niet eenvoudig. Afgelopen veertig jaar was het een komen en gaan van werkgroepen die het probleem wel eens zouden aanpakken. Maar er is nooit iets substantieels van terechtgekomen. En dat is ook niet zo verwonderlijk.

De groei van de bureaucratie is al ruim anderhalve eeuw niet te stuiten, omdat ze is verbonden met de toenemende complexiteit van de moderne samenleving.

Ziedaar de inherente overlevingskracht van het ambtelijke apparaat. In een maatschappij waarin iedere burger gelijk is voor de wet maar er door de individualisering tegelijkertijd geen homogene standaardburger meer bestaat, kan de overheid niet alles en iedereen over één kam scheren.

De overheid moet maatwerk leveren. En dat kost tijd en ook kwalitatief hoogwaardige arbeidskrachten. De gedachte dat afslanking dus gewoon een kwestie is van ontslag en vooral het nakende massapensioen van de geboortegolf is daarom te simplistisch. Die beleidslijn zou de overheden tot laagwaardige bestuursorganen degraderen.

Scepsis over de snoeiplannen van het kabinet-Rutte is dan ook gerechtvaardigd. Maar dat is uiteraard geen reden om de bureaucratie de bureaucratie te laten.

Gelet op de desillusies uit het verleden is het initiatiefwetsontwerp van de Tweede Kamerleden Koser Kaya (D66) en Van Hijum (CDA) om de speciale rechtspositie van de ambtenaren gelijk te trekken met die van werknemers in de marktsector een interessante stap om kwantiteit én kwaliteit beter te sturen. Dat ambtenaren, die sinds de jaren 80 wel stakingsrecht hebben, bij ontslag nog steeds beter worden behandeld dan andere werknemers is niet meer uit te leggen. Als iedereen gelijk is voor de wet, zijn ambtenaren dat ook.

Maar gezien alle eerdere pogingen om het autonome ‘monster’ te temmen, geldt wel: eerst zien, dan pas geloven.