Publieke Omroep werkt inderdaad marktverstorend

Om een veelzijdig aanbod van nieuws in Nederland te blijven garanderen, moet de Publieke Omroep op de schop, meent Marianne Zwagerman.

De grote marktverstoring door de Publieke Omroep in Nederland is nu eindelijk onderwerp van politieke discussie. In het regeerakkoord staat dat de NPO (Nederlandse Publieke Omroep) zich moet beperken tot „audiovisuele taken.” De VVD legt dit bij monde van Kamerlid Anouchka van Miltenburg zo uit dat de Publieke Omroep zich niet met internet moet bezighouden wegens het marktverstorende karakter.

Het is allereerst een misvatting te denken dat de marktverstoring wordt opgelost door de publieke radio- en tv-zenders reclamevrij te maken. Consumenten vinden reclames irritant en zullen zich eerder afkeren van de commerciële zenders die wel een gezond exploitatiemodel moeten nastreven. Het is wel belangrijk dat de STER gezonde, marktconforme tarieven gaat hanteren. Daarvoor ontbreekt nu de noodzaak omdat er geen rechtstreeks verband is tussen de STER-omzet en de exploitatie door de Publieke Omroep.

Een groter probleem is de vrijheid die de Publieke Omroep heeft om zonder beperking te experimenteren op internet en andere digitale platformen. Experimenteren is goed, vooropgesteld dat het geleerde wordt gedeeld met de rest van Nederland zodat commerciële partijen hiervan kunnen leren. Kwalijk en schadelijk is dat de Publieke Omroep zich ook met haar digitale activiteiten nadrukkelijk opstelt als commerciële marktpartij via de STER.

En daarmee profiteert ze van haar zogenoemde first mover effect, wat in een versplinterde digitale omgeving goud waard is. De Publieke Omroep streeft expliciet een positie in de top-3 van STIR (bereiksonderzoek) na. STIR wordt door mediaplanners gebruikt om reclamegelden op internet te verdelen. Hier verstoort de Publieke Omroep nadrukkelijk de markt en beperkt zij de kansen van commerciële marktpartijen die pas actief kunnen worden als er zicht is op een gezonde exploitatie.

NOS-hoofdredacteur Hans Laroes probeert de kritiek van dagbladuitgevers weg te nemen met het argument dat de NOS haar beelden voor derden beschikbaar stelt. Natuurlijk moet de NOS dit doen. De content is met belastinggeld gefinancierd en is dus van ons allemaal. Maar de beelden van de NOS worden alleen embedded aangeboden en tellen dus mee in STIR, waardoor de marktpositie van de Publieke Omroep nog dominanter wordt.

Daarnaast zijn er journalistieke restricties. De beelden worden kant en klaar aangeboden en mogen niet worden hergebruikt door de redacties om er een eigen smaak aan te geven. En dat is nu juist het probleem. De niet pluriforme Publieke Omroep drukt zo nog nadrukkelijker een stempel op de nieuwsvoorziening in Nederland.

De echte oplossing is radicaler. En omgekeerd. We hebben in Nederland (nu nog) een pluriforme nieuwsvoorziening, die dankzij krantenredacties in stand wordt gehouden. Hoe behoud je het pluriforme karakter en bied je dat ook audiovisueel aan? Daar moeten politiek, Publieke Omroep en de dagbladuitgevers over nadenken.

PowNed en WNL hebben stappen in de goede richting gezet. Ik richtte destijds het Telegraaf Productiehuis op om video te maken vanuit een krantenredactie. De redactie van de Telegraaf is (evenals die van andere krantenredacties) een schatkamer van kennis en contacten. Met nieuwsmakers die een hele eigen kijk op de samenleving hebben. Het is zonde om deze kennis alleen te gebruiken om tekst en plaatjes te produceren, zoals ik dat altijd noemde. Met vallen en opstaan leerden we TV maken en inmiddels produceert het Telegraaf Productiehuis (dat nu een andere naam heeft) dagelijks voor WNL.

In plaats van dit toe te juichen, en het tot voorbeeld te stellen, doet het Commissariaat voor de Media onderzoek naar bijdragen door WNL aan de winst van anderen. Alsof IDTV, Endemol, Eyeworks en al die andere productiehuizen geen winst maken op producties voor de Publieke Omroep.

De oplossing is wat mij betreft eenvoudig: maak de Publieke Omroep bewuster van het nut van een gezonde exploitatie, wat moet leiden tot marktconforme STER-tarieven; voorkom een dominante marktpositie van de Publieke Omroep op digitale platformen en voorkom dat de Publieke Omroep daar toetredingsbarrières opwerpt; stimuleer bestaande pluriforme redacties in hun audiovisuele ontwikkeling en maak de toegang tot de publieke uitzendplatformen eenvoudig.

Dat laatste punt vereist trouwens een enorme cultuuromslag bij zowel de Publieke Omroep als de dagbladuitgevers. Ik zeg niet dat het makkelijk is. Ik zeg wel dat het kan. En dat het moet.

Marianne Zwagerman is voormalig directeur digitale media bij de Telegraaf Media Groep en mede-oprichter van omroep PowNed.