Paradoxale nederlaag

De overwinning van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden is een zogeheten ‘landslide’. Sinds 1948 is het niet meer voorgekomen dat een van de twee partijen zoveel zetels in het Huis heroverde op de ander. Het verschil tussen toen en nu is overigens groot. In 1948 stormden de Democraten het Congres binnen, terwijl geestverwant Harry Truman president was. Dat maakte het regeren wat makkelijker. Nu zijn het Republikeinen die president Barack Obama dwars kunnen zitten.

De Democraten hebben dus een groot probleem. Obama moet zich dat aantrekken. Hij was gefixeerd op wetgeving. Hij boekte daarmee ook een paar successen, zoals met het zorgstelsel, het energiebeleid en de bancaire sector. Maar de maatschappelijke coalitie, die hem op een euforische golf naar het Witte Huis dreef, heeft hij zodoende verwaarloosd.

Het Obama-kamp zal zichzelf nu moeten heruitvinden. De president moet niet alleen op zoek naar meerderheden en compromissen die onvermijdelijk afbreuk doen aan zijn aanvankelijke intenties. Hij moet ook zijn handschoenen uitdoen.

De beleidsmaker moet politicus worden. Althans als hij een voorbeeld neemt aan Bill Clinton, die in 1994 ook zoiets meemaakte, en in 2012 een kansrijke gooi wil doen naar het presidentschap.

Dat is een lastige opdracht. Want anders dan in 1994 ligt er nu geen economische groei in het verschiet, waarop Obama straks electoraal kan mee groeien. Een personele herschikking van zijn regering, de klassieke methode om met een nieuwe realiteit mee te buigen, lijkt niet voldoende.

Omgekeerd hebben ook de Republikeinen een probleem. In de Senaat hebben ze de meerderheid niet weten te halen. En dat is vermoedelijk te wijten aan twee kandidaten van de Tea Party die zo excentriek waren dat Democraten de zetels in Nevada en Delaware konden binnenslepen. Tegelijkertijd hebben de Republikeinen in het Huis gezelschap gekregen van afgevaardigden die zich baseren op deze anti-overheidsbeweging.

De leider van de Republikeinse meerderheid, John Boehner, moet behoedzaam laveren. Hij kan niet alle macht naar zich toetrekken, op straffe van desertie in de hoek van de Tea Party. Maar Boehner, die gisteren heeft aangekondigd het zorgstelsel terug te draaien, moet wel resultaten boeken. Het midden, dat het verschil maakt tussen regeren of oppositie, heeft geen trek in louter ‘nee-zeggers’.

Bovendien staat hij onder druk van industriële lobby’s die ijveren voor wetten, zoals een aftrekpost hier of een overheidsinvestering daar. Boehner heeft daarvoor ook de Democraten nodig, zeker als de Senaat in het spel komt.

Complexer kunnen de politieke verhoudingen amper zijn. President Obama moet politieker worden, om zo zijn kiezers terug te vinden. De Republikeinen moeten hun electorale winst exploiteren, maar zich ook weer niet laten verleiden tot een voortzetting van de compromisloze polarisatiestrategie die de Tea Party afgelopen jaar groot heeft gemaakt.

Beide kampen staan nu voor een paradoxale tweesprong.

Toenadering is de enige weg. Maar het is de vraag of ze zich daartoe kunnen zetten.