Ook de ambtenaar vliegt eruit

Zijn al die ontslagen die het nieuwe kabinet wil doorvoeren wel nodig?

Want tegelijkertijd dreigt een tekort aan ambtenaren door de vergrijzing.

De hele tijd gaat zijn telefoon, zegt vakbondsbestuurder Harry van de Veerdonk van AbvaKabo FNV. Sinds de Belastingdienst eerder deze week bekendmaakte mogelijk 5.000 banen te willen schrappen, hangen de ambtenaren ongerust aan zijn lippen. Moeten er echt zo veel banen verdwijnen? Hoe dan? Gaan er gedwongen ontslagen vallen? „De onrust is verschrikkelijk groot”, zegt Van de Veerdonk.

Niet alleen bij de Belastingdienst is er onrust onder het personeel. Ook bij provincies, gemeentes en ministeries hangen mogelijke ontslagen boven de hoofden van de ambtenaren. De overheid, van oudsher een veilige en dus aantrekkelijke werkgever in onzekere tijden, moet banen schrappen. En veel ook. Het nieuwe kabinet wil 6,5 miljard per jaar besparen op de overheid. Dat kost, zo rekende het Centraal Planbureau (CPB) door, ongeveer 100.000 banen. Alleen al bij de rijksoverheid, waar de ministeries en de Belastingdienst onder vallen, zouden in totaal 10.000 banen op het spel staan als gevolg van de kabinetsplannen. Maar, stelt Jan Willem Dieten, eerste onderhandelaar rijksoverheid van AbvaKabo FNV, die aantallen zijn niet realistisch. „Het CPB heeft het aantal euro’s dat dit kabinet wil bezuinigen simpelweg vertaald naar formatieplaatsen. Dat is een kortzichtige benadering. Je zou eerst moeten bepalen wat de overheid dan niet meer zou moeten doen. Daarna kun je pas goed berekenen hoeveel banen dat kost.”

Of er binnen de komende kabinetsperiode daadwerkelijk 100.000 banen zullen verdwijnen, is nog maar de vraag. Pogingen van eerdere kabinetten om het aantal ambtenaren in te perken, mislukten bijna allemaal. Het totale aantal ambtenaren in het openbaar bestuur is de afgelopen vier jaar alleen maar gestegen. Het vorige kabinet wilde 12.000 banen schrappen. Sindsdien zijn er 2.000 banen verdwenen, maar kwamen er ook weer banen bij.

Binnen gemeentes, ministeries en provincies komt de nieuwe bezuinigingronde van dit kabinet dan ook bovenop nog lopende reorganisaties. Er is niemand die kan vertellen tot hoeveel (gedwongen) ontslagen dit zal leiden. Los nog van het feit of de voornemens worden omgezet in daden, betekent een reductie van het aantal arbeidsplaatsen namelijk niet automatisch dat er ook ménsen worden ontslagen.

Sterker nog: binnen nu en een aantal jaar gaan er zo veel mensen met pensioen bij de overheid dat er eerder een personeelstekórt wordt verwacht, dan een personeelsoverschot.

In de Arbeidsmarktanalyse Openbaar Bestuur 2010 van het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn de twee tendensen op de arbeidsmarkt voor ambtenaren goed zichtbaar. Aan de ene kant leiden de bezuinigingen die het huidige kabinet wil doorvoeren tot een overschot van ambtenaren. Aan de andere kant slaat de vergrijzing van het ambtenarenapparaat de komende jaren keihard toe.

Van de tien mensen die in 2010 bij de overheid werken, zijn er in 2020 maar liefst zeven weg, voorspelt het ministerie van Binnenlandse Zaken. Drie van de tien gaan met pensioen, vier zoeken hun heil bij een andere werkgever.

Voor de vakbonden is die hoge uitstroom een van de belangrijkste redenen om nu geen ambtenaren te ontslaan. „Ze verdwijnen vanzelf wel”, zegt AbvaKabo-bestuurder Jan Willem Dieten die de rijksoverheid in zijn portefeuille heeft. „Het zou ongelooflijk dom zijn om er nu duizenden mensen uit te gooien, die je over vier jaar weer hard nodig hebt.”

Zo simpel ligt het niet, nuanceert Anthony Stigter, beleidsmedewerker arbeidsmarkt bij Binnenlandse Zaken. „De uitstroom zal de komende jaren inderdaad groot zijn. Maar in de praktijk zal blijken dat je daarmee niet direct de boventalligheid van andere ambtenaren oplost. Het vertrek van de een, betekent niet dat de ander automatisch kan blijven.”

Stigter wil maar zeggen: niet iedereen die je wilt houden, blijft. En tegelijkertijd zullen de mensen die je weg wilt hebben niet uit zichzelf vertrekken.

De vakbonden hebben echter nog een troef in handen: op de korte termijn levert het ontslag van duizenden ambtenaren helemaal geen geld op. Een werkloze ambtenaar heeft recht op wachtgeld en WW: de kosten daarvan worden betaald door... de overheid. „Gedwongen ontslag is hartstikke duur. Het leidt dus in ieder geval niet tot een bezuiniging binnen deze kabinetsperiode”, concludeert Dieten.

Hoe het kabinet dit probleem wil oplossen, is nog onduidelijk. Maar volgende week dinsdag zal in ieder geval voor de rijksoverheid helder moeten worden hoe en waar het kabinet wil snoeien. Op die dag gaan de vakbonden met de werkgevers in gesprek over een nieuwe cao voor de ongeveer 125.000 rijksambtenaren. De vakbonden zetten in op het voorkomen van gedwongen ontslagen én op een loonsverhoging van twee procent.

Het eerste punt, voorkomen van gedwongen ontslagen, kan volgens Dieten „gemakkelijk” worden gerealiseerd door de aangekondigde bezuinigingen over een langere periode uit te smeren. „Dan doet de arbeidsmarkt zijn werk en verdwijnen de boventallige arbeidsplaatsen vanzelf.” Een salarisverhoging zal lastiger worden. Het kabinet wil de lonen in de collectieve sector namelijk bevriezen. Is het dan niet heel naïef om er toch 2 procent loon bij te vragen? Nee, vindt Dieten. De overheid moet, juist met het oog op de toekomstige personeelstekorten, wél zorgen dat ze een goede werkgever blijft. „Door nu én onrust te zaaien over mogelijke ontslagen én de salarissen te bevriezen én te beknibbelen op het ambtenarenrecht, prijst de overheid zichzelf uit de markt.”

Dat gevaar wordt ook aan werkgeverszijde gezien. „We moeten de komende jaren echt ons best blijven doen om de instroom van jonge, goed opgeleide mensen in stand te houden”, zegt Stigter van Binnenlandse Zaken. „We zien nu al dat er bij verschillende gemeentes en onderdelen van ministeries vacaturestops zijn. Dat is begrijpelijk, want je kunt er eenvoudig mee bezuinigen. Maar het is niet altijd de beste weg. We moeten jonge mensen blijven trekken.”

Op de werkvloer zijn juist die jonge ambtenaren de eersten die, nu de arbeidsmarkt buiten de overheid weer aantrekt, over een baan buiten de overheid nadenken. „Een aantal van mijn collega’s is zich al aan het oriënteren op een baan in het bedrijfsleven”, zegt een beleidsmedewerker bij Financiën die niet met haar naam in de krant wil. Ze snapt dat wel. „Hier valt de komende jaren weinig te halen. We moeten het met minder mensen en minder geld doen. Leuk is anders.”