Niemand wil tellen in het Stedelijk Museum

Sinds het Stedelijk Museum op 28 augustus zijn oude gebouw tijdelijk heropende, heeft het ruim 50.000 bezoekers getrokken. Volgens het museum is dat veel en „boven de verwachting”. Zakelijk directeur Patrick van Mil is „zeer tevreden”, volgens een persbericht.

In de museumzaal waar kunstenaar Roman Ondák in de afgelopen twee maanden de namen en lengtes van de bezoekers liet noteren, ziet het op ooghoogte nu letterlijk zwart van de letters en getallen. Zo lijkt 50.000 mensen een hele massa.

Maar het is ook weer niet zo heel veel, als je je bedenkt dat het gesloten Stedelijk vorig jaar nog zo’n 225.000 bezoekers wist te bereiken met exposities op alternatieve locaties. Anders dan bij het naastgelegen Van Gogh Museum, dat jaarlijks 1,5 miljoen bezoekers trekt, zie je bij het Stedelijk haast nooit rijen voor de deur.

Tekenend is ook dat het museum grote moeite heeft om genoeg vrijwilligers te vinden voor On Kawara’s One Million Years, een performancekunstwerk waarbij steeds twee mensen, een man en een vrouw, jaartallen voorlezen – van een miljoen jaar in het verleden tot een miljoen jaar in de toekomst. Ieder duo zit een uur lang achter een tafel, wekelijks zijn er 46 koppels nodig. Maar vooral op doordeweekse dagen is nog niet de helft van het rooster gevuld, vertelt conservator Geurt Imanse. Een paar keer per dag moet hij een bandopname laten horen, zodat er in ieder geval door geteld wordt. En vaak ook vult hij, samen met een collega, zelf de gaten in.

In het MoMA in New York, waar On Kawara’s kunstwerk eerder te zien was, bestond er een wachtlijst. Volgens Imanse heeft dat vooral te maken met de korte voorbereiding van de tentoonstelling: „We konden pas laat gaan werven.”

Of zou het komen doordat het Stedelijk Museum door de jarenlange sluiting toch wat is weggezakt in de harten van de Nederlandse kunstliefhebber?