Harde tijden voor Turkse smokkelaars

Via de rivier de Evros, op de Grieks-Turkse grens, komen de meeste illegalen de EU binnen. Een speciale Europese missie moet het ‘lek’ helpen dichten. Grieken en Turken zijn kritisch. Nu iedereen kijkt, zoeken smokkelaars alweer nieuwe wegen.

De mist hangt als schapenwol over de grensrivier die de Turken de Maritsa noemen en de Grieken de Evros. Een wirwar van voetstappen in de oevermodder houdt ineens op bij het bruine water. Umutyolu noemen de plaatselijke mensensmokkelaars dit pad. De weg van de Goede Hoop. Dit is het pad naar Europa waar sommigen in het Turkse dorp Doyran jaren goed aan hebben verdiend. Maar er zijn betere tijden geweest.

De echtgenoot van moeder Balik keerde anderhalve maand geleden terug uit Griekenland met schotwonden in zijn been nadat hij vanuit dit dorp van keuterboeren migranten de grens overzette naar Griekenland. Haar 22-jarige zoon werd drie maanden eerder door de Grieken opgepakt en heeft ze sindsdien niet meer gezien. „Hij wilde alleen maar mensen helpen, hij was zo naïef”, zegt ze, terwijl ze haar gebreide trui om haar schouders slaat tegen de kou. „Het waren zijn vrienden die hem hebben omgepraat om mee te gaan. Het is zo’n lieve jongen.”

Haar man laat zich niet zien, bang voor de publiciteit, gewaarschuwd door de vrienden in het dorp. Sinds zijn onfortuinlijke trip naar Griekenland ligt de business stil. Hij verdient nu bij als kok in het plaatselijke eethuis. Zo wonen ze dus, zo leven ze dus, mensensmokkelaars. Op een erf met wat kippen, een kolenkachel in de keuken, een bank met gescheurde overtrek, plattelandsarmoe.

De versterking van het Europese interventieteam Frontex aan de Griekse grens is in dit dorp niet ongemerkt voorbij gegaan. Aan de overkant van de rivier ligt het Griekse grensplaatsje Orestiada, waar de meeste extra agenten uit de andere Europese lidstaten naar toe worden gestuurd. „Soms zagen we groepen van veertig, vijftig buitenlanders tegelijk hier oversteken”, vertelt de Turkse eigenaar van het theehuis in Doyran, die zijn naam niet in de krant wil. „Je hoort ze altijd komen. Dan slaan de honden aan. Maar sinds deze week is het alle nachten stil. Frontex is slecht voor de zaken.”

De mensensmokkelindustrie heeft haar eigen codes en afspraken. Neem Doyran, dat een ideale oversteekplaats is: pal aan het water, omringd door weilanden, en zonder hekken aan de oevers. Wie hier met een groep migranten de grens wil oversteken, maakt afspraken met de plaatselijke sjacheraars, die een speciale pas hebben om te opereren in deze militaire zone. Die staan zoals de meeste grensgebieden in Turkije onder toezicht van het leger. Dat heeft voordelen. Militairen zijn er om de grens te bewaken tegen de vijand, niet tegen migranten. Ze doen niet aan opsporing of actieve handhaving van de wet. Soldaten doen in dit dorp alleen af en toe de ronde.

Buiten de grensdorpen zorgen andere smokkelaars voor constante toevoer vanuit de grensgebieden met Syrië, Irak en Iran en ook Georgië. De meesten van die smokkelaars zijn Koerden, de grootste bevolkingsgroep in het zuidoosten van Turkije. Daar zitten veel minderjarigen tussen, die aanzienlijk lichter worden gestraft als ze worden gepakt. „In het zuidoosten wordt de illegale handel verdeeld onder de families. Sommige doen drugs, andere doen de mensenhandel. Daar zijn goede afspraken over gemaakt”, vertelt Emrah Güler, zelf een Koerd. In de grensstad Edirne bestiert hij de afdeling drugs en mensenhandel van de politie.

In Edirne zijn ze lang niet zeker van het nut van de versterking die het grensagentschap Frontex deze week kreeg uit andere lidstaten, inclusief Nederland. „Frontex gelooft dat meer technologie en meer mensen de oplossing is. Maar ik geloof niet dat het zo werkt. Turkije heeft twintig provincies die grenzen aan andere landen. Als je echt wil voorkomen dat dit een oversteekplaats naar Europa is, moet je Turkije lid maken van Frontex en gezamenlijk deze grenzen bewaken en tijd investeren in opsporing. Anders los je het probleem niet op, je verplaatst het alleen maar.”

In sommige grensdorpen mag de handel dan stil zijn komen te liggen, hier in de grote stad gaat de stroom nog onverminderd voort. Vandaag 79 migranten opgepakt, gisteren 113, de dag ervoor 51. De deur van het kantoor zwaait open. Het hoofd van de afdeling meldt trots dat zojuist een netwerk van smokkelaars is opgerold. Zigeuners. Acht in totaal. Alleen al in deze stad werden in de eerste tien maanden van dit jaar 377 mensensmokkelaars gepakt.

Bij de rechtbank van Edirne worden de acht verdachten ruw in het taxibusje naar de gevangenis geduwd. Een verdachte weet zich op te richten om een gebalde vuist aan zijn familie te kunnen laten zien. „Niet treuren, vader. Ik ben zo weer vrij.”