Een di-lemma voor Tri-chet

Bij alle commotie over de Amerikaanse verkiezingen en het revolutionaire monetaire beleid van de Amerikaanse centrale bank, zou bijna worden vergeten dat ook Europa kampt met een diepgaande onenigheid over het monetaire beleid en de begrotingspolitiek. Centraal staat de toekomst van de euro zelf. Vorige week spraken de regeringsleiders af, onder druk van Duitsland en Frankrijk, dat er een kleine verandering komt van het Verdrag van Lissabon. Dat moet de mogelijkheid openen voor een systeem waarmee de financiële problemen van eurolanden kunnen worden afgewikkeld.

Zo’n procedure is geen luxe. Griekenland, Portugal en ook Ierland wankelen nog steeds onder enorme begrotingstekorten en een sterk oplopende staatsschuld. Eerder dit jaar stond zelfs de gehele eurozone onder druk, en de kans bestaat dat de chaos zich herhaalt. Kern van de Duits-Franse oplossing is dat ook beleggers verliezen moeten incasseren als een euroland onder zijn lasten bezwijkt en niet meer kan betalen. Een herstructurering van schuld zou niet alleen ten laste van de andere lidstaten, en dus van hun belastingbetalers moeten komen.

Dat is een begrijpelijk standpunt. Maar president Trichet van de Europese Centrale bank zei meteen dat hij daar sterk op tegen is. En dat is vanuit zijn positie weer volkomen logisch. Het risico dat een investeerder in staatsschuld loopt, komt tot uitdrukking in de hoogte van de effectieve rente die hij vraagt. Tijdens de Griekse crisis, en ook op dit moment nog, liep het renteverschillen tussen Griekenland en het solide Duitsland fors op. Als beleggers er straks zeker van zijn dat zij verliezen gaan lijden bij een herstructurering van de schuld, dan blijft dat renteverschil natuurlijk bestaan. Maar een hogere rente belet een land als Griekenland nu juist orde op zaken te stellen. Waardoor er een risico bestaat op een selffulfilling prophecy: beleggers duwen de rente omhoog, vanwege een risico dat groter wordt juist omdát zij de rente opstuwen. De eurozone zou er door scheuren.

Aan de andere kant: stel dat er toch een volledige garantie zou komen door de lidstaten. Dan is er voor beleggers geen reden meer risico’s te vrezen, en zouden alle rentes in de eurozone dalen tot vlakbij het Duitse niveau. Er zou geen enkele straf zijn voor een land dat zijn begroting uit de hand laat lopen.

De uitweg uit dit dilemma? Lastig. Voor beide standpunten valt veel te zeggen. De financiële wereld heeft op dit moment zijn aandacht elders dan bij de eurozone. Er zal misschien een nieuwe crisis voor nodig zijn om knoop van de euro naar ieders tevredenheid door te hakken.

Maarten Schinkel